Deskundig, charmant en soms naïef

Ze maakte indruk met haar rapport over het misbruik op kinderdagverblijven, maar om tot boze studenten door te dringen, moest de burgemeester erbij komen.

Louise Gunning, collegevoorzitter van de UvA, spreekt woensdag in het Maagdenhuis studenten toe die meer inspraak eisen in het beleid van de universiteit. Foto’s: Herman Wouters

Pijnlijker kon het allemaal niet. Als een gewond dier dat zich toch nog boven haar belagers wil verheffen, schuifelt Louise Gunning in de bomvolle centrale hal van het Maagdenhuis naar voren. Met die rare mengeling van Engels (officiële voertaal op de UvA) en Nederlands die de chaotische toestand extra vervreemdend maakt, doet de CvB-voorzitter haar beklag over de manier waarop enkele honderden studenten zich toegang tot het gebouw hebben verschaft – „You broke open the door and hit the people”. Op hoge toon vraagt ze de studenten die meer inspraak eisen weg te gaan en een dag later voor een „democratic dialogue” terug te komen. „Aftreden. Aftreden. Aftreden”, scanderen de studenten als reactie. „We just gave a middle finger to the CeVeBe”, commentarieert een actievoerder droogjes.

Met stijgende verbazing keken mensen die Gunning in vorige functies meemaakten, naar de camerabeelden uit het Maagdenhuis, vorige week. Is die bleke, vermoeide vrouw met holle ogen in die wat martiale, zwarte jas de Louise Gunning zoals zij die kennen? De charmante, altijd goed geklede – ze koopt haar mantelpakjes bij Pauw – wat Haagse dame die met gezag en verstand van zaken communiceert? Die met engagement over de publieke zaak spreekt, zeker als het gaat over haar eigen vakgebied: de sociale geneeskunde? De bestuurder die vaak op jacht was voor beurzen voor jonge promovendi?

Robert Flos, tot vorig jaar voorzitter van de VVD-fractie in de Amsterdamse gemeenteraad zegt: „Gunning wordt nu weggezet als een steile regent, maar dat is ze helemaal niet.” Hij maakte haar mee als voorzitter van de Commissie-Gunning. Die onderzocht in 2011 wat er was misgegaan in kinderdagverblijf het Hofnarretje (de zedenzaak Robert M.). Burgemeester Eberhard van der Laan refereerde eraan toen hij het woensdagnacht voor Gunning opnam. „Ik was destijds erg onder de indruk van haar optreden”, zegt Flos. „Hier sprak een dame met statuur, vond ik. Recht door zee. Wist waar ze het over had. Integer met de gevoelige problematiek van kindermisbruik omspringend.”

Ook anderen vinden dat Gunning niet te vergelijken valt met klassieke regenten zoals Piet Hein Donner (nu vice-president van de Raad van State) die mooie banen bij wijze van wonderlijke natuurwet altijd komen aanwaaien. Zo zegt Godelieve van Heteren, die Gunning tien jaar geleden meemaakte in PvdA-partijcircuits binnen de zorg: „Voor een regent is Gunning veel te weinig machtsbelust. Dat ze burgemeester Van der Laan erbij haalde om de rust in het Maagdenhuis enigszins terug te brengen, tekent haar besef van haar eigen beperkingen. Ze is een wat rationele, professorale bestuurder, die nu eenmaal niet gezellig met studenten gaat zitten kletsen.” Wel behoort prof. dr. Louisa Johanna Gunning-Schepers (Amsterdam, 1951) tot het type bestuurder dat inmiddels een verdachte categorie is geworden. Eentje waarin Pim Fortuyn destijds graag zijn tanden zette. Dit zijn de vier kenmerken.

Opgegroeid in een welgesteld milieu Vader Schepers reisde de wereld rond voor Shell. De familie woonde onder meer in Casablanca, Marokko waar de kleine Louise op de lagere school vloeiend Frans leerde spreken.

Het beste voorhebbend met de mensheid – vooral met de onderkant van de samenleving. In een binnenstadsziekenhuis in Baltimore, waar ze studeerde, ontdekte Gunning hoe klassegerelateerd gezondheidsklachten vaak zijn, een ervaring die haar latere werk sterk zou beïnvloeden.

Lid van de PvdA, al was Gunning er tamelijk laat bij (ze was al gevraagd voor de verkiezingsprogram commissie van 2006 toen ze het lidmaatschapsformulier nog moest invullen).

Als een vis in het water in bestuurlijke circuits – haar naam is vast onderdeel van machtige-mensenlijstjes. In 2010 maakte NRC Handelsblad Louise Gunning minister van Volksgezondheid in een door de krant bedacht zakenkabinet.

Bij wijze van schuldigverklaring hangt er in de centrale hal van het Maagdenhuis een poster waarop studenten nevenactiviteiten van de voorzitter van het CVB krabbelden. „Louise Gunning, bestuurder van: Schiphol Group, Amsterdam Economic Board, College van Zorg Verzekeringen, Vereniging Nederlandse Universiteiten. En nog veel meer….”

Jarmo Berkhout, 22 jaar, filosofiestudent, en een van de woordvoerders van de actievoerders in het Maagdenhuis, neemt plaats op een stoeltje onder de poster. Terwijl hij zijn lange benen schuin over elkaar legt waardoor vol zicht ontstaat op een gat in zijn sok, zegt hij ter toelichting: „Gunning wil te graag bij anderen, en zichzelf, de indruk wekken dat ze intelligent kan besturen. Waar dan ook. Maar daar hebben we nu niets aan. Wat we willen is iemand met een verreikende visie waar het met onze universiteit heen moet. Trouwens: zo goed gaat dat besturen haar hier niet af. Ze sprak over ‘mijn Bungehuis’, een ernstig geval van appropriatie. Bovendien wordt ze door de ene na de andere gebeurtenis overvallen. Ze had bijvoorbeeld totaal niet voorzien dat we na de ontruiming van het Bunge-huis naar het Maagdenhuis zouden gaan.”

Het was niet de eerste keer dat Gunning dingen niet zag aankomen. Voorbeeld van haar weliswaar deskundige en charmante, maar soms ook naïeve manier van optreden, was een gebeurtenis in 2006. Wouter Bos had Gunning in de verkiezingsprogram-commissie van de PvdA gehaald. De toenmalige PvdA-leider leek grote plannen met haar te hebben. Als lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid had Gunning in 1997 een veel bediscussieerd rapport geschreven over de zorg Public Health Care. Dat ging uit van de sociale noden van de patiënt, en de noodzaak van een sterk overheidsbeleid op het gebied van preventie (voorlichting over gezond eten, vaccinatiecampagnes en dergelijke) en niet van de tucht van de markt. „Ze kreeg daar veel kritiek op van voorstanders van marktwerking”, herinnert oud-Kamerlid Godelieve van Heteren zich.

Bijna minister

Het rapport en haar opgebouwde gezag in de zorg maakten Gunning een perfecte kandidaat om een gezicht van de PvdA te worden in het nieuwe kabinet waarop Bos hoopte. Het PvdA-antwoord, als het ware, op die andere gezaghebbende dame in de zorg, Els Borst van D66. Tijdens de besprekingen over het verkiezingsprogram bleek Gunning geen enkele moeite met de gedachte aan een komend ministerschap te hebben. Sterker, tijdens de deliberaties over de zorgparagraaf, die een sterke nadruk op preventie van gezondheidsklachten zou leggen, liep ze alvast op het een en ander vooruit. „Zo wil ik het straks niet hebben”, riep ze dan.

De zaken liepen anders. In een redelijk vroege fase van de onderhandelingen met het CDA en ChristenUnie over de ministersposten liet Wouter Bos – hij wilde vanaf zijn vakantieadres geen commentaar geven – Gunning vallen als kandidaat, zeggen partij-ingewijden. De zorg was net succesvol georganiseerd door VVD-minister Hoogervorst. Voor de PvdA viel er weinig eer meer te behalen.

Bos zelf en andere meeschrijvers aan het verkiezingsprogram zoals Ronald Plasterk en Achmed Aboutaleb kregen wel een plekje in het vierde kabinet-Balkenende (2007-2010). Officieel heette Gunning het slachtoffer te zijn geworden van de tombola die elke kabinetsformatie nu eenmaal is. Insiders wisten beter. „Te netjes voor PvdA-rattigheid”, oordeelden ze over Gunning. Zelf zei ze achteraf dat ze het ministerschap geweigerd zou hebben.

In de jaren na 2006 ontwikkelde Gunning zich verder als adviseur en bestuurder. Ze zat in adviescommisies die de closed shop van de medisch specialisten moesten openbreken – wat niet lukte. Ze ging door met leiding geven aan het Academisch Medisch Centrum (AMC) waar ze sinds 2001 aan het roer stond. Kenmerkend voor haar stijl was dat bezoekers eerst bij haar bestuursafdeling moesten aanbellen voordat ze naar binnen mochten. Het was een hindernis die haar opvolger meteen verwijderde.

Als AMC-bestuurder maakte Gunning indruk op oud-SCP-directeur Paul Schnabel die haar een kwart eeuw kent, onder meer uit de SER. „Ze staat haar mannetje, is niet snel van haar stuk te brengen, en is een daadkrachtig bestuurder. Met die handige, dames-achtige stijl van haar wist ze mensen gemakkelijk te verbinden, om haar vinger te winden, en haar organisatie er daarmee goed uit te laten springen.”

Maar een topper was Gunning ook weer niet. In een portret dat deze krant maakte in 2010, konden betrokkenen zich geen grote wapenfeiten herinneren. Toenmalig directeur Sjoerd Repping van het laboratorium voor voortplantingsgeneeskunde bij het AMC zei: „Gunning was niet heel directief. Niet iemand die zegt: we gaan het zó doen. Tegenwoordig zou je zeggen dat ze vooral de boel bij elkaar hield.”

Niemand anders zou het momenteel in de ingewikkelde bestuurscultuur van de UvA beter doen, denkt Godelieve van Heteren, die in enkele adviesraden van de universiteit zit. Wel constateert ze dat Gunning gevangen zit tussen haar diepste reflexen en de noodzaak tot hervorming van het universitair apparaat. Van Heteren: „Diep in haar hart wil ze die rendementseisen bij de Geesteswetenschappen [financiering afhankelijk maken van studietempo en hoeveelheid afgestudeerden], waarschijnlijk zelf ook niet.”

Gelet op haar prestaties uit het verleden moet Gunning haar huidige baan aan de UvA absoluut aankunnen, zegt oud-SCP-directeur Paul Schnabel. „Wel is ze een zondagskind. Ze heeft in haar steile carrière nooit eerder tegenslagen gekend, zoals nu. Als dat gebeurt leren zijzelf en anderen de mindere kanten van haar persoonlijkheid kennen. Omdat overal camera’s staan, ziet iedereen die ook. Dat vreet aan zo iemand. Dat zou aan iedereen vreten”.