Denderende bas maakt Shaffy tijdlozer

Maarten Heijmans, die de rol van Ramses speelde in de tv-serie, opende gisteren zijn korte Shaffytournee in Tivoli, Utrecht.Foto andreas terlaak

Dit is zijn eigen selectie, zegt Maarten Heijmans na de eerste paar nummers van zijn Shaffy-concert: „Wat ik het mooiste vind.” Natuurlijk behoren daartoe ook Shaffy’s greatest hits, maar niet allemaal. En niet uitsluitend. Heijmans zingt ook nummers die allang niet algemeen bekend meer zijn, en die hier zelfs klinken alsof ze pas gisteren geschreven werden. Zoals een vrolijk stuiterend Je bent gewoon heerlijk en een opwekkende versie van Solo: „Je moet solo durven spelen / met mij samen als solist.”

Hoewel hij in de tv-serie Ramses een hoogst geloofwaardige Shaffy was, staat Maarten Heijmans de meester tijdens dit optreden geen moment te imiteren. Hij zingt met zijn eigen stem en beweegt zich zoals hij zelf beweegt. Daarbij gaat hij vergezeld van een maar liefst achtkoppige band – gitaren, percussie, toetsen, hoorn, trompet en trombone – die voornamelijk een solide popsound teweegbrengt. Heel anders, kortom, dan het soort orkesten waardoor Shaffy zelf ooit werd begeleid.

En past het één bij het ander? Verrassend vaak. In een paar nummers raakt de lyriek van de oorspronkelijke melodie ietwat uiteengetrokken door de hoekige beats die er nu onder – en soms bovenop – liggen. Maar veel vaker gaan de oude liedjes en de nieuwe arrangementen wonderwel samen. De denderende bassen maken de nummers des te tijdlozer en geven extra draagwijdte aan Heijmans’ voordracht. De hardrocksolo in Zing vecht huil bid versterkt de energie die met die hymne is verbonden. Daarnaast krijgt het nachtelijke ’t Is stil in Amsterdam een hemelse koraalklank door de begeleiding van de drie blazers plus de bas – alsof zich zodadelijk een engel aan de eenzaam door de stad dolende zanger zal voordoen.

Mooi en vernieuwend is ook de bewerking van Shaffy’s lijflied Laat me, waarin Heijmans eerst alle coupletten zingt en het refrein steeds overslaat. Dat komt pas aan het eind, en wordt dan veelvuldig herhaald – als ontlading van de spanning die Heijmans opbouwt door het refrein zo lang uit te stellen.

Voor dit concert staan slechts vijf data in popzalen vermeld. Maar het verdient vaker te worden gespeeld, ook buiten het popcircuit.