De pest aan bingekijken

De komende dagen zullen veel mensen, waaronder de samensteller van WoordHoek, zich overgeven aan bingekijken. Reden: het nieuwe seizoen van House of Cards is verschenen.

Over House of Cards ga ik het hier niet hebben – daar heeft deze krant al meer dan genoeg aandacht aan besteed. Maar bingekijken is een interessant woord, dat ook in een van die stukken voorkwam. Het is niet bij iedereen bekend, merkte ik in mijn omgeving, zelfs niet bij mensen die aan bingekijken doen. Bingekijken betekent ‘veel afleveringen van een tv-serie achter elkaar kijken’. Drie op een avond bijvoorbeeld, of meteen het hele seizoen in een weekend.

De Grote Van Dale kent bingekijken nog niet, wel de voorgangers bingedrinken (‘in korte tijd grote hoeveelheden alcohol innemen, comazuipen’) en binge-eten (‘in korte tijd een grote hoeveelheid voedsel nuttigen, met name tijdens vreetbuien’).

Al deze woorden zijn gevormd naar Engelse voorbeelden. Het Engelse woord binge betekent ‘braspartij’ of ‘bui’. De Engelsen zeggen to go on the (of: a) binge voor ‘flink gaan stappen’ en to go on a shopping binge voor ‘uitgebreid gaan winkelen’.

De Engelse versie van Wikipedia kent een lemma Binge-watching. Volgens dit artikel ontstond dit woord aan het eind van de jaren negentig, dus nog voordat Netflix zo populair werd. Mensen huurden toen series op dvd en keken die zo snel mogelijk achter elkaar.

In het Nederlandse taalgebied komt het woord bingekijken sinds 2013 voor, samen met binge-watching en binge-viewing. Zoals zo vaak met modieuze neologismen is het geregeld in nieuwskoppen gebruikt. Een kleine greep: ‘Vier op tien Nederlanders doen aan binge-watching’, ‘Studie koppelt binge-kijken aan depressie’ en ‘Binge viewing gaat niet ten koste van regulier kijkgedrag’.

In de Van Dale Engels-Nederlands wordt binge overigens vertaald als ‘fuif’ en to have a binge als ‘fuiven, de bloemetjes buiten zetten’. Ik vraag me af of er nog Nederlanders te vinden zijn die bijvoorbeeld op een uitnodiging schrijven: „Wij geven binnenkort een fuif, een knalfuif zelfs, komen jullie met ons mee fuiven? We gaan de bloemetjes echt buiten zetten.”

Iets heel anders: sinds vorige week weten we dat de pest, een ziekte die sinds de 14de eeuw tientallen miljoenen Europeanen het leven kostte, niet door lokale rattenplagen is veroorzaakt, maar teruggaat op Aziatische woestijnratten. Althans, dat stellen enkele Noorse onderzoekers. De woestijnratten droegen de pestbacterie over op vlooien, die vervolgens op de huid van huisdieren en mensen meereisden naar Europa.

Zeker is dat de pest relatief veel sporen heeft nagelaten in het Nederlands. Van oudsher hebben Nederlanders de gewoonte om anderen de meest vreselijke ziektes toe te wensen. Denk aan: krijg de pokken, krijg de klere (cholera) en krijg de pleuris (pleuritis, borstvliesontsteking). Krijg de pest behoort tot de oudste Nederlandse ziekteverwensingen. Al halverwege de 17de eeuw zei men bijvoorbeeld: de pest vare in hem.

Maar ook de pest hebben aan iets of iemand en de pest in hebben, gaan terug op deze ziekte. Samen met pesten, een woord dat in 1583 voor het eerst is opgetekend voor ‘treiteren, kwellen, sarren’. De oorspronkelijke betekenis was: als de pest voor iemand zijn.