Bibi is al zijn hele leven bezig met Iran

In de VS zal de Israëlische premier weer hameren op het Iraanse gevaar. Echte angst of stembusretoriek?

Met Hillary Clinton, 2009

Als Eytan Gilboa een opiniestuk heeft gepubliceerd, en vooral als het over Iran gaat, krijgt hij soms een telefoontje. „Netanyahu aan de lijn. Of ik even wil komen praten.”

Gilboa, hoogleraar internationale communicatie aan de Bar-Ilan-universiteit in Ramat Gan, gaat graag op dergelijke uitnodigingen in. De premier kent hij al sinds de jaren zeventig, toen ze beiden studeerden aan de Amerikaanse oostkust – Gilboa aan Harvard, Netanyahu aan het Massachusetts Institute of Technology. Over Iran kunnen de hoogleraar en de politicus op een goed niveau discussiëren, zegt Gilboa. „Netanyahu weet waar hij het over heeft. Het lukt me alleen nooit om de discussie te winnen. Hij is erg koppig.”

Morgen spreekt Netanyahu het Amerikaanse Congres toe over de vermeende Iraanse dreiging. Al jaren wordt met Iran onderhandeld over het inperken van de nucleaire ambities van het land, maar Netanyahu ziet er niets in. Met zijn toespraak hoopt hij in elk geval de VS ervan te overtuigen dat een hardere opstelling nodig is.

De geplande toespraak heeft geleid tot een diplomatieke rel. De Israëlische premier nam de uitnodiging om te komen spreken aan van de voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, de Republikein John Boehner, zonder president Obama te consulteren. Uit protest blijven de meeste Democratische afgevaardigden daarom morgen weg. Vicepresident Biden, zelden afwezig bij toespraken van buitenlandse regeringsleiders, had plotseling andere afspraken. De Democraten voelen zich niet alleen gepasseerd; ze vrezen ook dat Netanyahu’s ongewenste bemoeienis slecht zal uitpakken voor een deal met Iran.

Volgens zijn critici ziet Netanyahu de toespraak als een ideale kans om twee weken voor de Israëlische verkiezingen, op 17 maart, te schitteren op een internationaal podium. Maar mensen die de premier van nabij kennen, zeggen dat het hem wel degelijk om de inhoud te doen is. Het afwenden van het Iraanse gevaar, zegt bijvoorbeeld zijn voormalig communicatiedirecteur Yoaz Hendel, is „deel van zijn carrière, zijn doelen, zijn leven”. Hendel, coauteur van het boek Israel vs. Iran – War of Shadows, denkt dat Netanyahu een harde opstelling tegen Iran cruciaal acht voor het voortbestaan van Israël.

Inderdaad is de premier bijzonder consistent in zijn uitspraken. Al in 1992, toen als Knessetlid, zei Netanyahu dat Iran „binnen drie jaar” een bom zou hebben. Tien jaar later waarschuwde hij de wereld voor Irak, dat tegengehouden moest worden voordat het een bom had ontwikkeld. En sinds 2009, toen hij voor de tweede keer aantrad als premier, waarschuwt hij herhaaldelijk voor de Iraanse kerndreiging.

Focus op het verleden

Yael Aronoff, universitair docent Israëlstudies aan de Michigan State University, schreef een boek over de politieke psychologie van zes Israëlische premiers. Volgens haar komt Netanyahu’s vasthoudendheid niet alleen voort uit zijn ideologie, maar ook uit zijn „focus op het verleden”. Netanyahu zou sterk zijn beïnvloed door zijn vader, een onderzoeker van de Joodse historie, die bekendstond om zijn wantrouwen jegens Arabieren. Bovendien, schrijft Aronoff, heeft de dood van Netanyahu’s broer een blijvende invloed gehad op de premier. Die sneuvelde in 1976 als commandant van de bevrijdingsoperatie van 94 Israëlische gijzelaars in het Oegandese Entebbe.

Het kan worden beschouwd als de kern van Netanyahu’s politiek: de radicalere Arabieren en andere moslims zijn niet te vertrouwen, en daarom kun je maar beter niet met ze onderhandelen. Met ‘gematigde’ landen als Egypte en Jordanië is er een gesprek mogelijk, met Iran niet. Geregeld gooit de premier in zijn toespraken alle radicale moslims één hoop, van Hamas en Hezbollah tot IS en Iran. Verschillen tussen sunnieten en shi’ieten lijken niet aan hem besteed – ze zijn er in zijn optiek allemaal op uit om Israël te vernietigen.

Maar zijn al jaren herhaalde mantra dat er moet worden ingegrepen voordat Iran – of Irak – over een atoombom beschikt, werpt de vraag op hoe serieus zijn inschattingen moeten worden genomen. Het is in elk geval duidelijk dat Netanyahu zich zelden laat overtuigen door zijn naaste adviseurs. Zo hebben diverse chefs van de inlichtingendiensten en het leger hem in de loop der jaren tevergeefs verteld dat Iran nog lang geen atoombom paraat heeft.

Over nucleaire zaken krijgt de premier ook adviezen van de Israëlische Atoomenergiecommissie. Uzi Eilam, voormalig directeur-generaal van die commissie, zegt dat Netanyahu zich goed laat informeren. „Maar hij vindt al jaren hetzelfde over de Iraanse dreiging, ongeacht de adviezen die hij krijgt voorgeschoteld. Hij zal zijn mening en zijn beleid niet bijstellen.”

Zelf is Eilam er niet van overtuigd dat Iran dicht bij een kernbom is. Naar zijn inschatting beschikt het land over lang niet genoeg verrijkt uranium. Volgens Eilam zou de uitkomst van de onderhandelingen met Iran „draaglijk” kunnen zijn voor Israël. „Maar Netanyahu kan niet meer terug. Hij ziet zichzelf als de verlosser van Israël.”

Natuurlijk speelt de context van de verkiezingen mee, zegt Gideon Rahat, hoofddocent politicologie aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem. Volgens hem heeft Netanyahu er groot belang bij om het nucleaire onderwerp op de agenda te houden. „Hij wordt gezien als Mr. Security. Uit peilingen blijkt dat kiezers hem zien als de kandidaat die het best kan omgaan met dit soort onderwerpen.”

De stemmers op Netanyahu’s Likud-partij zien het volgens Rahat niet als een probleem dat de premier de banden schaadt met Israëls belangrijkste bondgenoot, de VS. „Ze mogen Obama niet, en vinden dat hij de bedreigingen van de islamitische wereld niet begrijpt. Dit is wat je dagelijks leest in Israel Hayom, de gratis verspreide pro-Netanyahu-krant. Ze vinden het logisch dat hij in Amerika gaat spreken.”

Hoogleraar internationale communicatie Gilboa, die Netanyahu’s opvattingen over de Iraanse dreiging in grote lijnen deelt, vindt niettemin dat de premier een „grote strategische fout” heeft gemaakt door een schisma met de Democraten te laten ontstaan. „Nu wordt zijn toespraak gezien als een Republikeinse exercitie tegen Obama voor electoraal gewin. Om dat verwijt af te wenden had hij oppositieleider Isaac Herzog kunnen uitnodigen. Daarmee zou hij getoond hebben dat het hem werkelijk om Iran te doen is.”

Persoonlijk conflict

Gilboa verwacht niet dat de banden tussen Israël en de VS permanent beschadigd zullen blijven. De onenigheid komt vooral voort uit persoonlijke animositeit tussen Obama en Netanyahu, zegt hij. Maar voormalig voorlichtingsdirecteur Hendel ziet wel een conflict tussen de landen dat dieper gaat. „De VS zijn ervan overtuigd dat je met Iran kunt onderhandelen, Israël vreest voor zijn eigen voortbestaan. Met Herzog als premier zou je precies hetzelfde conflict hebben. Zelfs premier Olmert en president George W. Bush, die een goede persoonlijke band hadden, waren het niet eens over nucleaire zaken.”

Politicoloog Rahat denkt dat Netanyahu ervan profiteert dat hij keer op keer hamert op zaken die Israël bedreigen. Door Iran als de ultieme en bijna bovennatuurlijke slechterik te presenteren, speelt hij in op de angsten van de kiezers. Bij deze retoriek hoort ook het wegzetten van tegenstanders als naïevelingen onder wier leiding het slecht zal aflopen met Israël.

Netanyahu is er een meester in. Maar dat sluit niet uit dat hij ten diepste overtuigd is van zijn gelijk. Hendel: „Je kunt je van alles afvragen over zijn timing, maar zijn zorgen over Israël zijn oprecht.”