Column

Belastingmoraal

Dat ik met plezier belasting betaal, is overdreven, maar veel scheelt het niet. Mijn belastingmentaliteit wordt deels ingegeven door ontzag – de Belastingdienst kan je immers maken of breken. Maar mijn voornaamste motivatie is een positieve: onze staat doet nuttige dingen en ontziet in het voorbijgaan de zwakkeren. Deze mentaliteit is geenszins bijzonder: in mijn vriendenkring is klagen over de belastingen not done. Dus stuur ik elk jaar welgemoed de bescheiden naar mijn belastingdeskundige, in vertrouwen op de goede afloop. Voor het zelfrespect van de verantwoorde burger is het een heel bevredigende procedure.

Minder voor de Belastingdienst kennelijk, want die is gaan klieren. Het begon vorig jaar met een brief van de inspecteur, dat mijn vriendin, met wie ik samenwoon, geen aangifte meer hoefde te doen. Deze stuitende aansporing tot fiscale laksheid hebben we naast ons neergelegd. Dit jaar doet de Belastingdienst echter een nieuwe poging de zaken te compliceren, middels een Aangiftebrief 2014, waaraan geen touw is vast te knopen.

Voor de aangifte, vangt het schrijven aan, „kunt u contact met ons opnemen of bijvoorbeeld met uw vakbond, ouderenbond of uw belastingconsulent”. Wat is contact? Wordt er zonder een gezellig telefoontje mijnerzijds geen aangifteformulier opgestuurd? „Wij houden een proef om te voorkomen dat iedereen op hetzelfde moment aangifte doet”, heet het vervolgens. Het hoeft niet meer vóór 1 april, zoals vroeger, maar mag tot 1 mei. Vervolgens blijkt dat je na 1 april bij naheffing ‘belastingrente’ moet gaan betalen. Behalve voor fiscale masochisten blijft het dus 1 april. Over de aansporing “veilig” aangifte te doen via het krakkemikkige DigiD van de Rijksoverheid zullen we het maar niet hebben.

De finale staat onder een vet tussenkopje: „Let op! Aanslag over 2014 mogelijk hoger dan verwacht”. Dat geldt voor iedereen die meer dan 20.000 euro verdient uit „loon, AOW, pensioen en/of een andere uitkering en/of andere inkomsten” heeft. Iedereen dus met minimaal 20.000, in deze formulering. Met geen woord rept de inspecteur over het waarom: de door de wetgever verlaagde heffingskorting die de Belastingdienst niet verdisconteerd heeft in de loonbelasting en teruggaaf 2014.

Ik betaal die navordering blijmoedig, zoals gewoonlijk – al komt hij vast boven de geruststellende „gemiddeld 150 euro” in de brief uit. Met miljoenen andere Nederlanders ben ik trots burger van een goed georganiseerd land met een hoge belastingmoraal – anders dan Griekenland bijvoorbeeld, waar ze al met betalen ophouden als er verkiezingen aankomen. Maar die belastingmoraal berust op een zeker vertrouwen, in de overheid en in de Belastingdienst in het bijzonder. Onzinnige, onbegrijpelijke, zo niet misleidende brieven werken demoraliserend. Alles heeft zijn prijs, ook burgerzin.