Revolte

Dat de affaire-Verheijen voor zijn partij zo snel heeft kunnen uitgroeien tot een ‘ramp’ (De Telegraaf), geeft aan dat er meer aan de hand is dan een gedeclareerde fles wijn van 127 euro. Maar wat precies? Onze minister-president Mark Rutte zit er erg mee, aldus een prominente partijgenoot tegen dezelfde krant, „want Rutte is zelf juist heel zuiver met declaraties”.

Alsof dat aparte vermelding behoeft.

Er zouden ongetwijfeld nog meer onthullingen gevolgd zijn, het fluistercircuit zoemde en gonsde. Maar zo interessant is dat allemaal niet. Interessanter is de vraag waarom juist deze man als politieke belofte gold. Ambitieus, snel opgeklommen, grote toekomst binnen de partij – het is opvallend dat in de portretjes van de VVD’er die nu overal opduiken niets inhoudelijks wordt vermeld. Waar stond Mark Verheijen voor, behalve voor een nieuwe bioscoop van Piet van Pol? Wat waren zijn grootse plannen voor de partij waarin hij zo snel omhoog klom, wat wilde hij veranderen, wat was zijn – sorry, Mark – visie?

Ik ben er niet achtergekomen. Ik had Verheijen zijn dure wijn gegund wanneer dat tot een paar oorspronkelijke ideeën had geleid, maar ik heb ze niet kunnen vinden. De man van de toekomst was vooral een man van de partijlijn. Zijn bijzondere talenten waren de talenten van de zuivere carrière-politicus. Voor zo iemand is besturen ondergeschikt aan netwerken. Voor zo iemand is een dagje skûtsjesilen wel degelijk zinnige arbeid – want verder is er niet zoveel.

Geen wonder dat Rutte en Zijlstra aanvankelijk met foute bravoure deden voorkomen alsof er niets mis was. In hun ogen is dat waarschijnlijk ook zo. Binnen de bubbel van het politiek bedrijf gaat het om klein bier. We hebben het tenslotte niet over gillende corruptie van het soort dat de Engelse politiek teistert, waarbij grote namen bereid waren tegen forse betaling bedrijfsbelangen te promoten. Een peperduur dineetje, een dubbele declaratie, een paar oneigenlijke ritjes met de dienstauto – er zullen veel politici en bestuurders zijn geweest die, toen eenmaal duidelijk werd dat de onthullingen over Verheijen zich niet zomaar lieten weghonen, snel hun eigen administratie zijn ingedoken.

Het gevaar bestaat nu dat we de komende maanden van schandaaltje naar schandaaltje hollen en moeten blijven lezen over klein gesjoemel, helemaal tot aan het niveau van de legendarische oerwoudsauzen van Jan Kees de Jager.

Overkill leidt dan vanzelf tot relativering en vermoeidheid. Is het allemaal niet wat overdreven? Waar gehakt wordt vallen spaanders, vergissen is menselijk en is het toch niet allemaal een kwestie van populistische rancune?

Dat zou jammer zijn. Wat de affaire-Verheijen en vooral het gedrag van Rutte en Zijlstra laten zien, is een politiek-bestuurlijke klasse die volledig op zichzelf betrokken is geraakt. Men vertegenwoordigt het volk niet, men vertegenwoordigt elkaar. Dat iedere bestuurlijke elite op zichzelf gericht raakt, is een constante in de geschiedenis. Dat gaat een tijd goed, totdat men het zicht op de samenleving verliest en de maatschappelijke dynamiek niet langer scherp ziet. Dan volgt het omslagpunt – de affaire-Verheijen is, tragisch voor Verheijen zelf, zo’n omslagpunt.

Over de Nederlandse bestuurlijke elite heb ik een theorie: die elite is open, het gaat er meestal niet om wat je vader deed, je kunt van ver komen en toch meedoen, zie bijvoorbeeld Gerrit Zalm. Maar omdat die elite zo open is, spreekt je plaats nooit vanzelf. Je zult altijd moeten bewijzen dat je erbij hoort. En dat maakt die open elite juist weer gesloten, bij uitstek conformistisch en opportunistisch, bevolkt door onzekere mensen die bang zijn buiten de boot te vallen.

Vandaar dat heilige geloof in ‘netwerken’. Wanneer men buiten zijn eigen, kleine wereld moet treden gaat het mis: je zag het afgelopen week aan de verkeerde toon die rasbestuurder Louise Gunning aansloeg tegen de bezetters van het Maagdenhuis. Ongetwijfeld geldt zij in haar eigen wereld als intelligent en een manager van formaat. Maar door al dat besturen blijkt het bewustzijn ernstig vernauwd. Juist tegenover de studenten voor wie ze het zou moeten doen, gedraagt ze zich als een gepikeerde gouvernante. Haar houding verschilt niet wezenlijk van die van Rutte en Zijlstra.

De groeiende revolte tegen die houding lijkt me niet alleen onvermijdelijk, maar vooral noodzakelijk.