Zo stapel je banen op een slimme manier

‘Stapelaars’ worden ze genoemd. Een leraar die ook theatermaker is. Een rechtbankgriffier die ook lesgeeft aan de universiteit. De groep Nederlanders met twee of meer banen groeit, las ik vorige week in deze krant. Relevante vraag: hoe stapel je op een slimme manier?

Nederland telt nu een half miljoen stapelaars. Ze zijn er in allerlei soorten en maten. Een deel bestaat uit parttimers die verschillende jobs combineren tot een fulltime werkweek. Starters bijvoorbeeld die geen baan voor 36 of 40 uur kunnen vinden. Maar ook onder zzp’ers komt het veel voor.

Vaak is het stapelen uit nood geboren. Maar sommigen weten van die nood een deugd te maken. Zij versnellen hun carrière door meerdere banen die elkaar versterken. Ze denken net iets verder dan ‘extra inkomen’ of ‘afwisseling’. Wat doet deze groep anders? Een paar observaties...

Het begint ermee dat je jezelf niet langer ziet als werknemer, maar als ‘werkondernemer’. Je beschouwt jezelf voortaan als een zelfstandige die zijn diensten op een steeds vrijere markt verkoopt. Ook al ben je in loondienst. En dat betekent dat je -net als een onderneming- moet nadenken over je propositie in de markt, over de competenties waarmee je die gaat waarmaken en over innovatie. Over alle drie iets meer.

Allereerst: hoe onderscheid je je in de markt? Door de goedkoopste te zijn, door een uniek product aan te bieden of door je te richten op een bijzondere doelgroep, zegt mijn handboek marketing. De tweede aanpak – merkbaar anders zijn – is onder veel experts favoriet. Alleen lukt het slechts weinig bedrijven om iets unieks te ontwikkelen.

Maar juist voor de stapelaar ligt hier een mogelijkheid. Neem de rechtbankgriffier uit het NRC-stuk, die ook doceert. Bij de rechtbank zullen ze haar werk aan de universiteit ervaren als een ‘extra ingrediënt’ dat haar speciaal maakt. En wanneer ze college geeft, zullen studenten juist haar praktijkervaring zien als iets dat haar bijzonder maakt. De kunst is om te zorgen dat minstens één van beide banen de andere interessanter maakt.

Een mooi verhaal naar de buitenwereld is belangrijk voor de stapelende werkondernemer. Maar minstens zo relevant is de binnenkant: de vraag of met de verschillende functies een krachtige combinatie van competenties wordt ontwikkeld. Leer je in de ene baan daadwerkelijk iets dat je helpt in de andere? En geldt dat andersom ook? De leraar die ook toneeldocent en regisseur is – uit het zelfde artikel – is een mooi voorbeeld. Al zijn functies leveren complementaire ervaring op in het overdragen van kennis en het ontwikkelen van mensen.

Stapelen biedt bij uitstek ook de mogelijkheid om door te groeien naar een volgende fase in je loopbaan. Om te werken aan persoonlijke innovatie. Ooit – bijna twintig jaar geleden – combineerde ik parttime werk bij een bank met het schrijven aan mijn eerste boek. Achteraf gezien niet eens zo dom. Het eerste was leuk en zorgde voor een inkomen. Het tweede bood kans op een toekomst die mij persoonlijk net nog iets spannender leek.

Natuurlijk speelt mazzel altijd een rol in je loopbaan. Maar wie een deel van zijn werkweek besteedt aan het uitproberen van nieuwe dingen, zal net iets vaker geluk hebben.

Uiteindelijk is stapelen misschien wel attractiever dan één fulltime baan. Juist het idee dat je door het verstandig verweven van werkzaamheden net wat meer baas in eigen loopbaan kunt zijn, maakt het in deze onzekere tijden extra aantrekkelijk.