Waarom heeft Ahold 2,5 miljard euro over?

Supermarktconcern Ahold heeft het wel eens beter gehad. Het bedrijf ligt overhoop met de franchisenemers die Albert Heijn-filialen runnen. Die vinden dat ze te weinig geld zien. In januari stapte de directeur van Albert Heijn Nederland op omdat de AH „op belangrijke punten terrein verliest” en er nieuw elan nodig is, aldus een woordvoerder in deze krant. Supermarktketens als Lidl winnen marktaandeel waar AH veel geld moet uitgeven om zijn aandeel te verdedigen. Gelukkig draaien de Amerikaanse winkels van Ahold beter.

Ahold is kortom niet zonder problemen. Toch wist het bedrijf de afgelopen jaren voor 2 miljard euro aan eigen aandelen in te kopen. En Ahold is nog niet klaar. Donderdag presenteerde het bedrijf redelijke resultaten. Daar kondigde Ahold doodleuk aan nog eens een half miljard euro aan aandelen op te kopen.

Snapt u het? Een bedrijf in een moeilijke markt geeft in een paar jaar tijd 2,5 miljard euro aan beleggers om hun aandelen in te leveren. Daahaaag, u mag weg, we hebben geen behoefte meer aan zoveel aandeelhouders. Weg, foetsie. Het gevolg is: minder eigen vermogen dat een buffer moet zijn voor tegenslag. Waarom doet een bedrijf dat?

Dat vragen meer mensen zich af. In de Verenigde Staten is scherpe kritiek te horen op de aan populariteit winnende gewoonte van bedrijven om eigen aandelen in te kopen. Zoveel zelfs, dat er bijnamen voor bestaan: corporate cocaine en the buyback bubble. Giganten als Apple, Microsoft, WalMart, IBM, Exxon, ze doen het allemaal. Voor aandeelhouders, zeggen de bedrijven. De koersen van hun aandelen stijgen immers door de inkoop.

Maar die Amerikaanse aandeelhouders beginnen te morren. Wat is dit voor armoedig beleid? Investeer dat geld liever in nieuwe projecten! Onderneem! Er zijn zelfs Amerikaanse economen die alle economische ellende wijten aan de inkoopverslaving van bedrijven. Dit is waarom het rijke bedrijfsleven zo weinig investeert! Waarom het onvoldoende innoveert. Waarom de lonen van de middenklasse stagneren, en de ongelijkheid groeit.

Ik vraag me af of dit allemaal waar is. Met het inkopen van eigen aandelen is niet per definitie iets mis. Het is beter dan overtollig geld uitgeven aan vliegtuigen en andere managementluxe. Het is ook beter dan in het wilde weg dure, grote overnames doen; we weten dat die vaak mislukken.

Bedrijven investeren tegenwoordig relatief weinig. Maar is dat omdat ze niet willen ondernemen? Of omdat de groeivooruitzichten lager zijn? Omdat in een digitaliserende diensteneconomie investeringen minder nodig zijn? (Omdat er minder fabrieken worden gebouwd). We weten het niet.

Toch is de sterke toename zorgelijk. Want er zijn grote praktische problemen. Managers hebben de neiging eigen aandelen te kopen als ze duur zijn. Bovendien kan enthousiast aandelen inkopen bedrijven in problemen brengen. Neem KPN. Tussen 2004 en 2011 kocht het voor 10 miljard euro aan aandelen in, berekenden hoogleraren Arnoud Boot en Kees Cools. Het maakte Ad Scheepbouwer tot een held op de beurs. Vervolgens kwam KPN in 2013 in financiële problemen. Oeps. Het meest wrange voorbeeld berekende The Economist: Amerikaanse financiële instellingen kochten tussen 2006 en 2008 voor 207 miljard dollar aan aandelen in. Daarmee daalde het eigen vermogen, de buffer om verliezen op te vangen. In 2009 moesten ze voor 250 miljard dollar gered worden door de overheid. Wat een verspilling.

Er is dus alle reden grootschalig inkopen van aandelen door bedrijven als Ahold niet geruisloos voorbij te laten gaan. Bevraag het management over waarom ze dat geld niet investeren. Valt er nou echt niks te ondernemen?