VVD lost één kwestie op, nog twee te gaan

Regels voor onbesproken declaratiegedrag zijn heilig. Wel lastig als een harde en trouwe werker die overtreedt.

Eén integriteitskwestie opgelost, nog twee te gaan. Dat is de stand van zaken bij de VVD, na het opstappen van Tweede Kamerlid Mark Verheijen gisteren vanwege zijn declaratiegedrag als Limburgs gedeputeerde.

Nu zijn er alleen nog het Maarssense raadslid, verdacht van hennepteelt, en de Roermondse ex-senator, vervolgd voor corruptie.

De afgelopen weken zuchtten Verheijen en de VVD onder aanhoudende berichtgeving over zijn werk als gedeputeerde. VVD-leider en premier Mark Rutte probeerde een publicatie in NRC Handelsblad over het declaratiegedrag van Verheijen nog weg te wuiven als „behoorlijk opgeblazen”. Maar al snel volgden nog een aangifte van corruptie van een projectontwikkelaar en een bericht in het AD dat Verheijen de tuinbouwtentoonstelling Floriade had laten opdraaien voor de kosten van een campagnebijeenkomst in 2012 van de VVD. Daarvoor had Verheijen ook partijleider en premier Mark Rutte uitgenodigd.

De integriteitscommissie van de VVD oordeelde gisteren dat Verheijen interne integriteitsregels had overtreden. Door het opstappen van het Kamerlid hoopt de partij deze kwestie achter zich te kunnen laten, nu de verkiezingscampagne voor de Provinciale Statenverkiezingen op 18 maart van start gaat.

Anderhalf jaar geleden besloot de VVD vanwege telkens nieuwe incidenten integriteitsregels op schrift te stellen – die had de partij nog niet. Ook kwam er een integriteitscommissie. Sindsdien geeft Rutte, als hem naar kwesties wordt gevraagd, altijd dezelfde repliek. De VVD moet als grootste partij van Nederland de „hoogste standaard” hebben op het gebied van integriteit.

Wat dat betekent, ondervond Verheijen gisteren – al was het niet zijn partijleider die de weg wees.

Rutte en VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra grepen het rapport van de commissie aan als bewijs dat de VVD streng is voor haar vertegenwoordigers. Die indruk wekten de twee niet in hun eerste reactie (‘opgeblazen’) op de Verheijen-berichten. Rutte legde nog uit waarom: het ging maar om een paar declaratiefouten op een totaal van honderden ritten.

De integriteitscommissie is strenger. ‘Opgeblazen’ zaken bestaan niet, is haar impliciete boodschap. Bestuursethiek stelt hogere eisen dan straf- of bestuursrecht. Declaratiegedrag dat niet in „lijnrechte strijd” is met overheidsregels kan toch onwenselijk zijn „in ethisch opzicht”.

En, belangrijk in de zaak-Verheijen waar het Kamerlid volgens de commissie vier keer in de fout ging: „In kwantitatief opzicht wellicht geringe kwesties, hebben in integriteitsopzicht, soms een grote – symbolische – betekenis. [...] Een politicus wordt geacht dit als geen ander te beseffen. Op naïviteit in dit domein kan een bestuurder zich niet beroepen.”

Rutte zei gisteren, na de conclusies van de commissie, dat hij zich had moeten onthouden van commentaar, en dat de feiten uitwijzen dat Verheijen inderdaad regels overtrad. Dat hij het opstappen van Verheijen daarom „logisch” vindt.

Toch lijkt zijn eerste reflex dichter bij de beleving van VVD’ers (althans rond het Binnenhof) te liggen dan het uiteindelijke oordeel van de integriteitscommissie. De afgelopen dagen toonden veel VVD’ers zich daar gefrustreerd over de ‘mediastorm’ rond Verheijen. Het waren vergissingen, klein bier, een paar honderd euro. De kracht van het vergrootglas waaronder de politicus ligt, voelde voor veel VVD’ers de afgelopen dagen oneerlijk. Je zou er paranoïde van worden.

Die reactie legde de worsteling bloot tussen de abstracte notie dat regels heilig zijn, en de verdedigende reflex als iemand in de eigen omgeving daardoor in de problemen komt. Rutte en Zijlstra vermeden ook vrijdag zorgvuldig een eigen moreel oordeel, hoewel hun er regelmatig om werd gevraagd. Zij verwezen alleen naar de conclusies van de commissie en het besluit van Verheijen zelf.

Het conflict tussen mens en regel sijpelde ook door in de woorden van Zijlstra: „Verheijen is ook een mens van vlees en bloed, die twintig jaar in het algemeen belang diende, en keihard werkte. Je zet als leidinggevende niet iemand bij de eerste tegenwind bij het grofvuil.”

Dat de kwestie de VVD in de aanloop naar de komende verkiezingen niet helpt, beaamde Zijlstra volmondig. Rutte trapt zaterdag de campagne af, met een wandeling over de Grote Markt in Breda. Dat Verheijen voor die tijd is opgestapt komt, ondanks het „persoonlijke drama” voor het Kamerlid, de VVD goed uit.

De VVD kan nu hopen dat media zich niet meer op bonnen zullen richten, maar op de campagneboodschappen van de partij. Die kans bestaat zeker. Politieke journalisten hebben niet de langste aandachtsboog.

De VVD kampt alleen nog met twee losse integriteitseindjes: deze week werd bekend dat een VVD-gemeenteraadslid uit Maarssen dat al werd verdacht van schending van haar ambtsgeheim bij een burgemeestersbenoeming, ook onderwerp is van strafrechtelijk onderzoek wegens grootschalige hennepteelt en witwassen.

En dan is er nog de slepende strafzaak tegen Jos van Rey, voormalig senator en wethouder in Roermond, tegen wie een strafzaak wegens corruptie loopt.

Het zijn ongelijksoortige zaken, maar voor journalisten en kiezers passen ze naadloos in het rijtje ‘VVD’ers in de problemen’. En ook de zaak-Verheijen is nog niet helemaal afgerond. Als inderdaad blijkt dat de VVD niet heeft betaald voor het campagnefeest op de Floriade, straalt dat toch weer op de partij af.

De integriteitscommissie is ermee bezig. En die is, zo blijkt, minder mild dan de partijleiding.

Naschrift (3 maart 2015): In een eerdere versie van dit artikel stond dat Jos van Rey in Limburg gedeputeerde was. Dat is onjuist: hij was wethouder in Roermond. [red.]