Vloek van de Najdorf

‘Hoe deden jullie dat vroeger eigenlijk, openingsvoorbereiding zonder computers?” Nou, gewoon. Er was al elektrisch licht en ook riolering. Een maand voor een olympiade kwam de Nederlandse ploeg bij elkaar. Eerst spraken we dan af wie bij die olympiade de eindspelboeken van Chéron, de openingsboeken en de recente Joegoslavische Informators zou meenemen en daarna wilden we allerlei actuele openingsvarianten analyseren, niet op een scherm, maar met houten stukken en het eigen hoofd.

Maar dan sloeg de vloek van de Najdorf toe. Altijd was er wel iemand die iets nieuws had bedacht in de Najdorf variant van het Siciliaans. De Najdorf was onuitputtelijk en opwindend en als we er aan roken waren we verloren. Daar gingen we dan, tot diep in de nacht alleen maar verdiept in de ondoorgrondelijke complicaties van een wondermooie variant, complicaties die we in het toernooi nooit op het bord zouden krijgen.

De teamcaptain Hans Bouwmeester, die praktisch was ingesteld, werd er gek van en smeekte ons om ook wat aandacht te besteden aan al die andere openingen, waarvan de studie veel meer rendement zou brengen. Maar we bleven bij de Najdorf op zo’n avond en de week daarop weer.

B97, 11 en 12. In mijn oude Joegoslavische openingsencyclopedie van 1997 is het de code van een subvariant van de ‘vergiftigde pion variant’ van de Najdorf, de subvariant die begint met 10. e5. Er wordt daar minder dan één bladzijde aan gewijd, omdat de algemene mening toen was dat die zet niet deugde.

Een paar weken geleden verscheen het boek Grandmaster Repertoire - 1.e4 vs The Sicilian van de jonge Indiase grootmeester Parimarjan Negi. Hij besteedt 125 bladzijden aan dat subvariantje dat in 1997 achteloos naar de vuilnisbak van de openingstheorie was verwezen.

Jorden van Foreest had het boek gelezen en kon daardoor vorige week vrijdag in de eerste ronde van het Bataviatoernooi in Amsterdam Nico Zwirs moeiteloos van het bord vegen.

Een dag later kwam er in Tbilisi ook iets uit het boek van Negi op het bord. Of Radjabov dat boek al gelezen had weet ik niet. Waarschijnlijk was het niet nodig, want Radjabov was toch al een kenner.

Teimoer Radjabov - Alexander Grisjtsjoek, FIDE Grand Prix Tbilisi 2015

1. e4 c5 2. Pf3 d6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 Pf6 5. Pc3 a6 6. Lg5 e6 7. f4 Db6 8. Dd2 Dxb2 9. Tb1 Da3 10. e5 Radjabov is een van de mensen die deze zet in het begin van deze eeuw hebben opgekalefaterd, maar hij had hem al jaren niet gespeeld, dus Grisjtsjoek zal niet goed voorbereid zijn geweest. 10...h6 11. Lh4 dxe5 12. fxe5 g5 13. Lg3 Ph5 14. Pe4 Pd7 Over deze zet dacht Grisjtsjoek bijna een half uur na. 15. Tb3 Dxa2 En ook zijn laatste zet kostte hem een half uur. 16. Le2

Zie diagram

16...Pc5 Maar dit, de beslissende fout, deed Grisjtsjoek na twee minuten. Als hij deze paardzet wil doen, moet zwart beginnen met 16...Da1+. Dan is 17. Kf2 waarschijnlijk verkeerd, niet wegens 17...Dxh1 18. Pxe6, met winnende aanval voor wit, maar wegens 17...Pxg3, en op 18. Pxg3 komt dan 18...Dxd4+ 19. Dxd4 Lc5 en zwart krijgt een eindspel met twee pionnen meer. Na 16...Da1+ moet wit dus 17. Ld1 doen, en dan leidt 17...Pc5 tot een onduidelijke stelling. 17. Pc3 Pxb3 18. Pxb3 Lb4 Zwart wil het verloren stuk terugwinnen, maar zijn laatste kans was het dameoffer 18...Pxg3 19. Pxa2 Pxh1, hoewel wit dan duidelijk in het voordeel is. 19. Lxh5 Db2 20. 0-0 Dxc3 Na 20...0-0 21. Le1 wint zwart zijn stuk niet terug, maar nu krijgt hij een snel beslissende aanval over zich heen. 21. Lxf7+ Ke7 22. Df2 Kd7 23. Db6 Tf8 24. Le1 Zwart gaf op.