Column

Uber

Georgina Verbaan

De app geeft al een kwartier aan dat de taxi er met drie minuten zal zijn, maar nu is hij er dan echt. Ik weet dat omdat er net hard getoeterd werd in de straat. Voorzichtig loop ik naar beneden. Ik draag hakken van vijftien centimeter hoog en ben ooit met minder aanleiding van mijn steile Amsterdamse trap gelazerd. Die keer dat ik eindigde tussen de kattenbakkorrels en hard geworden drollen was wel mijn eigen schuld. Als je even snel drie vuilniszakken naar beneden brengt terwijl je tussen oor en schouder bij de klantenservice van Nuon in de wacht hangt loop je het gevaar door Ria en haar knerpende stemgeluid in vluchtmodus gezet te worden. Een hartverzakking. Onthoud dit, want ze werkt er nog.

Ik ben veilig beneden en zie de taxi staan. Het regent. De chauffeur blijft in zijn auto zitten. Oké, prima. Nou ja, niet écht prima, want dit is een Uber-taxi, doorgaans met het flesje water en de keurig geklede chauffeur die je vriendelijk begroet en de auto in helpt. Maar ik ga niet zeuren. Ook al heb ik net mijn haar geföhnd. Ik laat me over een diepe plas heen met mijn handen tegen de auto vallen om de deur open te maken en probeer mijn linkervoet droog in de auto te krijgen. Het lukt bijna. Mijn rok stroop ik omhoog. Het geeft me net de ruimte om me voorover op de achterbank te laten vallen. Als ook mijn rechterbeen binnen is sluit ik de deur. „Zo, gelukt” zeg ik. „Goeieavond.” De chauffeur zegt niets, trekt op. „Waarheen?” blaft hij dan. „Oh, dat heb ik al ingevoerd in de app. Dit is toch een Uber?” De taxi stinkt. Verse rook. Alsof iemand net in één teug alle teer uit een pakje Caballero heeft gezogen met de ramen dicht. Hij zwijgt. „Jeetje, de auto stinkt wel een beetje naar rook”, zeg ik vriendelijk lachend, zodat hij zich er charmant uit kan kletsen door de vorige klant de schuld te geven, maar hij zegt niets. Ik doe mijn raam open. Het regent een beetje naar binnen. Ik kijk naar mijn jurk, ruik aan mijn nat geworden haar. Te laat, ik zal riekend naar een ome Cor op mijn afspraak arriveren. Ondanks mijn uitgebreide badsessie, ondanks het ingehuurde vervoer, nee, dankzij het ingehuurde vervoer. „Mag er misschien voor ook een raampje open?” Diep zuchtend beweegt hij zijn hand naar het knopje. „Ja, sorry hoor”, zeg ik, „maar het stinkt gewoon heel erg naar rook”. „Nee, is goed”, zegt hij. „Excuses aanvaard.” Plots ervaar ik diepe gevoelens voor deze vreemdeling. Gevoelens van haat.