Stoppen of radicaal veranderen, dat was de keuze

De wereldkampioene op de vijfkamp heeft een donkere periode overwonnen.

Nadine Broersen begint haar training op Papendal met stretchoefeningen. „De dood van mijn moeder heeft me leren relativeren.” Foto Robin Utrecht

Wat? Niet genomineerd voor de verkiezing Sportvrouw van het Jaar? Nadine Broersen was oprecht verbaasd. Wat moet je nog meer doen dan wereldkampioen worden? Zo vaak gebeurt dat niet in de Nederlandse atletiek.

Broersen zou vrijwel zeker niet zijn verkozen, wat ze ook niet erg had gevonden. Schaatsster Ireen Wüst was ook in haar ogen de terechte keus – „wie vijf olympische medailles wint, verdient die titel, ongeacht de sport die ze beoefent.” Maar de eer van een nominatie was wel het minste dat Broersen had verwacht.

Nee, ze heeft het Sportgala niet bezocht. Niet eens uit woede, vooral omdat haar agenda die week overstroomde. Maar met een licht grimmige ondertoon: „Het maakte de keus wel iets makkelijker.”

De meerkampster, die een jaar geleden in de Poolse badplaats Sopot wereldkampioen indoor (vijfkamp) werd, spreekt haar verontwaardiging uit zonder stemverheffing. Schouderophalend: „Eerst was ik behoorlijk teleurgesteld en voelde ik me ondergewaardeerd, maar nadat de eerste emotie was gezakt dacht ik: ach, laat maar.” Om er met een brede glimlach aan toe te voegen: „Moet ik een volgende keer maar olympisch kampioen worden, dan ben je automatisch genomineerd.”

Denk niet dat Broersen binnen haar trainingsbiotoop op het nationale sportcentrum Papendal rondbazuint, dat ze over anderhalf jaar in Rio de Janeiro olympisch goud op de zevenkamp zal winnen. Dat zal niemand de blonde Brabantse horen zeggen. Daar is de 24-jarige atlete uit Dongen te bescheiden voor. Ze weet dat ze het in zich heeft, meer niet; anders word je geen wereldkampioen. Bovendien, je slaagt niet zo maar cum laude op de meerkamp, de universiteit van de atletiek, zoals haar trainer Ronald Vetter altijd zegt.

De wereldtitel indoor, evenals vijf maanden later de zilveren medaille op de zevenkamp bij de EK in Zürich, heeft Broersen vooral het besef gebracht dat ze tot de wereldtop behoort. Blij te moede: „Het waren voor mij twee duidelijke bevestigingen dat ik, indien alles samenvalt, op grote toernooien een medaille kan winnen. Zoiets zou de jaren ervoor nooit in mijn hoofd zijn opgekomen. Maar voel je na de wereldtitel geen extra druk, vragen mensen me wel eens. Integendeel, er is juist druk weggenomen, omdat ik heb bewezen dat ik kan winnen.”

Tegen Broersens achtergrond is die wereldtitel een sterk staaltje. Zij was jarenlang een atlete die meer naar anderen keek, dan bezig was met haar eigen prestatie. En dus ging het voortdurend mis, zegt Broersen. Ze was in die periode ook heel negatief ingesteld. Het was niks en het werd niks, zo’n houding, die verergerde naarmate de resultaten tegenvielen. Ze belandde op een punt dat sport voor haar niet meer hoefde. Stoppen of radicaal veranderen, dat was de keuze.

Positiviteit geholpen

Broersen brak met haar toenmalige trainer Bart Bennema, die tegenwoordig succesvol is met Dafne Schippers. Sans rancune, maar voor beiden de beste oplossing, vindt Broersen nog steeds. Hij kreeg het doemdenken er bij haar niet uit. Ze koos, mede op voorspraak van Bennema, voor Ronald Vetter, de trainer die wel de juiste snaar wist te raken. Broersen, met een zekere vertedering: „Hij zegt op de juiste momenten de juiste dingen. Vooral zijn positiviteit heeft me enorm geholpen.”

Nu moet gezegd dat Bennema Broersen ook niet in haar beste periode trof. De atlete zat volop in de rouwverwerking na de plotse dood van haar moeder. Ze was niet alleen negatief, maar ook vaak koppig en opstandig. Ga er maar aanstaan. Moet je het leven nog ontdekken, valt je moeder, van nog maar 45 jaar, plotseling weg na een fatale hersenbloeding. En je was er als jongste van drie dochters ook nog eens persoonlijk getuige van. Dat hakte er emotioneel flink in bij Broersen.

Die smart zal nooit volledig verdwijnen, maar Broersen staat sindsdien wel anders in het leven. „Mentaal gesterkt, omdat ik een ingrijpende gebeurtenis heb meegemaakt. Dat heeft me leren relativeren. Ik snap de sporter die zwart-wit denkt en alles richt op het winnen van die medaille. Ik heb die instelling op de baan ook, maar als het mij niet lukt kan ik dat accepteren. Dan kruip ik ’s avonds thuis gewoon weer lekker naast mijn man op de bank.”

Want ja, niet alledaags voor een jonge sportvrouw: Broersen is getrouwd. Al anderhalf jaar met de twaalf jaar oudere Koen Swanen, een in Tilburg werkzame sportinstructeur die in zijn vrije tijd op een redelijk amateurniveau voetbalt. Het is zo gelopen, zegt ze. We woonden al enige tijd samen en wij vonden het een goed moment om te trouwen. Waarom dan wachten? En jazeker, ze laat zich Nadine Swanen-Broersen noemen. Alleen niet op de atletiekbaan. „Omdat ik het als atlete leuk vind Broersen te heten. Met die naam ben ik bekend geworden. Maar als er kinderen komen, krijgen die de naam Swanen, hoor. Daar ben ik traditioneel in.”

Tien centimeter langer

Gevormd door de tijd en haar privéomstandigheden is Broersen een internationaal toonaangevende meerkampster geworden. Een perfectionist, volgens haar trainer Vetter, die graag had gezien dat ze tien centimeter langer was. Dat zou anatomisch ideaal voor de meerkamp zijn geweest. Gelukkig voor Broersen compenseert ze haar gebrek aan lengte – ze is 1,71 meter – met explosiviteit, een eigenschap die haar vooral tot een goede hoogspringster heeft gemaakt, samen met speerwerpen haar sterkste troef.

Broersen lacht minzaam als ze de wens van haar trainer hoort. Zelfs ervaart ze haar geringe lengte allerminst als een nadeel. En Broerse wijst op de Britse Jessica Ennis. Die is 1,65 meter en werd desondanks olympisch kampioen. Broersen: „Toegegeven, met meer lengte zou ik waarschijnlijk nog beter zijn geweest, maar je hoort mij niet klagen.”

Nee, specialiseren zoals Dafne Schippers op de sprint, zal Broersen niet snel doen. Te eenzijdig, saai. Die afwisseling van de meerkamp past bij haar karakter. En zegt ze nodig te hebben. Vol afschuw: „Eén onderdeel? Ik moet er niet aan denken. Ja, zo nu en dan een hoogspringwedstrijd meepikken is leuk, maar ik blijf de meerkamp trouw.”

Als Schippers komende zomer kiest voor de sprint, stijgen de kansen voor Broersen op de meerkamp. Of denkt ze niet zo? Een beetje. Een concurrent minder biedt iets meer perspectief op een goed resultaat. Maar Broersen vindt een keus van Schippers voor de sprint ook „jammer voor de meerkamp.” En dat meent ze. „Omdat je het uiteindelijk zelf moet doen. Als ik kampioen wil worden, moet ik iedereen verslaan, ook Dafne Schippers.”