NRC en de islam: relativering en alarm wisselen elkaar af

Heeft de krant meel in de mond als het over de islam gaat, of antisemitisme? Het is een oud verwijt, graag uitgevent in kringen van NRC-critici.

Na de aanslagen in Parijs en Kopenhagen is een nieuwe wending in het debat merkbaar: een hardere lijn tegen ‘de’ islam. Volgens New York Times-columnist Roger Cohen is het Westen bijvoorbeeld wel degelijk „in oorlog” met „de islamitische wereld”.

Sommige lezers vinden dat ook NRC Handelsblad een hardere toon moet aanslaan, en ‘de’ islam te veel ontziet.

Zo bracht het historische stuk van Dirk Vlasblom in de bijlage Wetenschap (Is de islam echt zo agressief?, 21 februari) afgelopen zaterdag veel lezers in beweging. Anderen spraken mij aan op de in hun ogen te terughoudende manier waarop de krant berichtte over de aanslag in Kopenhagen en de oproep aan Joden om te vertrekken naar Israël.

Eerst het stuk van Vlasblom. Een historiserend betoog, met de conclusie dat het op de keper beschouwd weinig zin heeft om te spreken over ‘de’ islam, los van een concrete context. Godsdiensten komen niet ‘zuiver’ voor, al denken fundamentalisten dat graag.

Voor dat stuk was lof, maar ook kritiek. Een lezer vond dat je op die manier net zo goed kunt beredeneren dat ‘het’ nazisme niet agressief was (een parallel die ook veel zegt over de verharding in het debat). Een ander vond het meer een opiniestuk; een derde vroeg zich af of Vlasblom, oud-correspondent in Indonesië, zelf moslim is; weer een ander zag een parallel tussen de ontwijkende reflex van Feyenoorders over de rellen in Rome en die van moslims die niet aangesproken wensen te worden op de gruweldaden van het radicaal-islamitische IS.

Kortom, een stuk dat aanzet tot discussie – en dat is een verdienste. Ik vond het een nuchter en leerzaam artikel, al zou het antwoord op de vraag in de kop (‘is de islam echt zo agressief?’) op grond van Vlasbloms uitvoerige betoog volgens mij niet ‘nee’ moeten zijn, maar: ‘hangt ervan af’. Het gaat immers om de concrete context. Over IS hoeven we dan niet moeilijk te doen: agressief is nog een eufemisme voor deze fanatici.

Dan de aanslag in Kopenhagen. Lezers stoorden zich eraan dat de krant de maandag erop zuinigjes meldde dat de dader „een 22-jarige Deen” was. Waarom zo terughoudend?

Het antwoord is simpel, zegt de redactie Buitenland: er was toen nog veel onduidelijk over de dader en zijn motieven; zijn identiteit werd niet bevestigd. En je moet oppassen; de Volkskrant ging al eens de mist in door twee jihadisten ten onrechte dood te verklaren. In zo’n geval is de roep om duiding (en ‘benoemen’) natuurlijk urgent, maar de feiten moeten voorop blijven staan.

Maar toch: onnodig omfloerst leek me in elk geval de vage formulering dat „internationaal het gevoel bestaat” dat de aanslag geïnspireerd was door die in Parijs. Dat vermoeden was toen al on the record geuit door het hoofd van de Deense geheime dienst. Een dag later herhaalde de krant bovendien de onzekerheid nog eens. Boven een portretje van de dader stond de kop Geen fundamentalist, maar een ‘mislukte man uit het getto’.

Wat wilde de krant met die relativerende kop zeggen? Het is een schijntegenstelling. Al jaren is bekend dat juist ‘mislukte mannen uit het getto’ de beste rekruten en het gewilligste kanonnenvlees zijn voor de internationale jihad.

Dat concludeerde de krant zelf gelukkig ook op woensdag in een tweede, veel beter portret van de dader (Van bendelid tot extremist, 18 februari). Het is „een vertrouwd patroon in Europa”: criminele islamitische jongeren die radicaliseren in de gevangenis. Zo is het – maar de patroonherkenning kwam wel laat.

Het commentaar maakte maandag evenmin melding van de achtergrond van de dader. Ja, die was nog niet zeker. Maar kun je na de moordpartijen in Toulouse, Brussel en Parijs nog over antisemitisme in Europa schrijven zonder die jihadistische aanslagen te noemen?

Dat NRC Handelsblad in het algemeen ‘te voorzichtig’ is over de islam, kun je anderzijds onmogelijk volhouden – een dag later, op dinsdag, opende de krant met de schrikbarende alarmkreet Kalifaat ‘op paar mijl’ van Europa – waar ook een lezer aanstoot aan nam, want de afstand tussen Italië en Libië (300 kilometer) is toch echt geen ‘paar mijl’.

En in een commentaar na de aanslagen in Parijs werd expliciet gewezen op antisemitisme onder „jonge Fransen van islamitische komaf’”. Veel eerder, in 2003, signaleerde het commentaar „een patroon van alledaags antisemitisme in de islamitische wereld”. De bijlage Opinie & Debat plaatste vorig jaar een militant stuk over antisemitisme en de islam. Over radicalisme en jihadisme wordt ook al maanden uitvoerig geschreven.

De journalistieke koers van de krant inzake ‘de’ islam lijkt me dan ook niet zozeer politiek correct of bangelijk. Maar wel wisselvallig en weinig consistent.

Dat NRC Handelsblad het lastig heeft met de verhitte discussie over ‘de islam’, is op zichzelf ook niet verwonderlijk. De krant wil liberaal zijn (en denkt niet graag in groepen), constitutioneel (moslims hebben dezelfde grondrechten als andere Nederlanders) en seculier (politiek, met weinig affiniteit met godsdienst).

Maar wat ook kan meespelen: de krant zelf is verpletterend wit en niet-moslim (ook Dirk Vlasblom); dan zit de multiculturele samenleving en sensibiliteit voor de islam, inclusief de negatieve kanten daarvan, niet diep in de haarvaten.

Een voorbeeld: de Volkskrant trok twee pagina’s uit voor onderzoek van socioloog Ruud Koopmans over fundamentalisme onder moslims. Interessant. NRC Handelsblad berichtte al een jaar geleden over dat onderzoek – in een alert, maar kort bericht: Fundamentalisme niet marginaal. Opmerkelijk, zou je zeggen. Maar daarna bleef het lang stil.

En hoe zou het nu zijn op die school in Heemskerk, waar een Charlie Hebdo-poster uit de gang weg moest? Het schoolhoofd zei dat het zo niet kon, maar dat de cartoon wel zou passen in een les.

Heeft die school die les gegeven?

Ik zou het wel willen weten.