Nieuwe tijden

Op 21 mei 1969, laat op die zonnige ochtend, stonden Joop van Tijn en ik op de hoek van het Spui en de Nieuwezijds Voorburgwal naar de gebeurtenissen te kijken. Het was er behoorlijk druk. Busjes en motoren met zijspan van de ME, agenten in gevechtstenue, en natuurlijk de belangstellenden. Daar kwam onder begeleiding van een paar motoragenten een auto. Er stapte iemand uit, niemand minder dan de rector magnificus van de Universiteit van Amsterdam, professor A.D. Belinfante. Na een paar plichtplegingen pakte hij een megafoon, zette zich in postuur en hield een onverbiddelijke toespraak met de strekking dat de bezetters van het Maagdenhuis zich onmiddellijk moesten overgeven.

„Dat wordt niks”, zeiden Joop en ik tegen elkaar. We kregen gelijk. De studenten, die al vijf dagen het Maagdenhuis bezet hielden en via een luchtbrug over de Handboogstraat hun eten en drinken kregen, dachten er niet aan te capituleren. Een jaar tevoren had in Parijs de studentenrevolutie zich voltrokken waardoor het Quartier Latin praktisch ondersteboven was gehaald. Hier was de rookbom in de Raadhuisstraat bij de bruidsstoet van prinses Beatrix en prins Claus een historisch feit.

De Telegraafrellen van 1966, waarbij bouwvakkers de bestelauto’s van de krant in brand hadden gestoken, waren nog niet vergeten. De krakers lieten al krachtig van zich horen en het ergste moest nog komen, in 1980 bij de troonswisseling. ‘Geen woning geen kroning’ en ‘Úw rechtsorde is de onze niet’. Het is een woelige tijd, zeiden we toen. Lastig Amsterdam. Geen wonder dat de studenten het Maagdenhuis bezetten.

En nu zijn de studenten weer in actie gekomen. Eerst het Bungehuis bezet en toen dit door de politie was ontruimd zijn ze naar het Maagdenhuis gegaan. Ze willen meer inspraak, medezeggenschap en geld voor de wetenschap. Mooie doelen. De burgemeester en de minister van Onderwijs hebben zich er al vreedzaam mee bemoeid. Veel wijst erop dat deze bezetting zonder geweld zal aflopen.

Maar 36 jaar later hebben de studenten niets te willen. De tijden zijn drastisch veranderd. Studenten zijn niet meer een bedreiging van de openbare orde, zelfs niet als ze een gebouw van de universiteit bezetten dat per slot van rekening ook hun gebouw is. De studenten zijn verdrongen. Door wie, en hoe komt dat?

Het eerste deel van de vraag is gemakkelijk te beantwoorden. Vorige week hebben supporters van Feyenoord in Rome huis gehouden. Heel Italië is woedend. De burgemeester van Rotterdam heeft excuses gemaakt en de stad is zich al aan het wapenen tegen de supporters van FC Roma die ter gelegenheid van de return wraak komen nemen. Er is weer een voetbalmobilisatie aan de gang, ook uitgebreid op de televisie toegelicht. Al jaren niets bijzonders. Bijna ieder weekeinde is er een ‘risicowedstrijd’. De ME is present om te voorkomen dat de militante aanhangers van de clubs elkaar het ziekenhuis inslaan. Hooligans worden ze genoemd. Volgens het woordenboek: criminelen, vandalen.

Deze week is in Duitsland het chapter van de motorclub Satudarah wegens wapenbezit en drugshandel verboden. Jaren geleden is het clubhuis van de Hells Angels aan de rand van Amsterdam opgeheven. Het heeft niet geholpen.

En nu zijn de verwarde mannen in opmars. Een paar weken geleden wilde er een het televisiejournaal kapen om zijn eigen nieuws voor te lezen. Niet gelukt, en nog altijd weten we niet wat hij te melden had. En een paar dagen geleden kwam een verwarde man bij de hoofdredactie van De Telegraaf op bezoek. Ook zijn boodschap heeft het publiek niet bereikt. Maar aan de verwarde mannen, de Satudarah’s, de hooligans, wat heb je verder, zijn we gewend geraakt. Hoe komt dat? De afgelopen halve eeuw is de publieke moraal veranderd. Inspraak, democratisering, meebeslissen, allemaal ouderwets geworden. Ook op straat is de ideologie verdwenen. Gewoon doen waar je zin in hebt. En komt er verzet, dan geef je die lastpost gewoon een knal voor z’n kanus. Laat zien dat je met je tijd bent meegegaan.