Nederland zal net zo worden veracht als vroeger de Britten

Het repressieve politiebeleid tegen hooligans werkt op de korte maar niet op de lange termijn. Praat met hen. De reputatie van de Nederlander staat op het spel, betoogt Brits auteur David Winner.

Feyenoord-fans botsen met de Italiaanse politie bij de Spaanse trappen in Rome. Foto AP/ Gregorio Borgia

De ochtend na de rellen, toen de urine werd weggespoten en de bierflesjes werden opgeruimd, verzamelde zich een groep treurende Romeinen aan de voet van de Spaanse Trappen.

Het eens zo sierlijke witte marmer boven aan Bernini’s Barcaccia leek wel een mondvol kapotte tanden en volgens restauratie-experts zou de fontein, symbool van de stad en van het land, nooit meer helemaal te restaureren zijn. Er werden bloemen op het monument gelegd alsof het om een graf ging. ‘È morta la civiltà,’ zei een vrouw. ‘De beschaving is dood.’

De Romeinen zijn gewend aan voetbalvandalisme. Hun ultra’s zijn berucht. Hun oproerpolitie gedraagt zich vaak als geteisem in uniform. Rond het voetbal zijn zelfs doden gevallen. Toch heeft het gedrag van de Feyenoord-fans op de Piazza di Spagna bij hen een afschuw gewekt die bij andere wandaden is uitgebleven. Hoe kon het land van Rembrandt en Vermeer mensen hebben voortgebracht die zich gedroegen als de oude Visigoten, vroegen de Italianen zich af. Hoe kon een dergelijke verdorvenheid op de wereld worden losgelaten?

Als liefhebber van het Nederlandse voetbal en voormalig inwoner van Rome was ik even boos en ontzet als iedereen. Maar opmerkelijk genoeg kwam er een andere versie van de gebeurtenissen van Feyenoord-supporters die contact met mij opnamen nadat ik op Twitter hard naar hen had uitgehaald. Ik had geen zin om te luisteren, maar wat ze zeiden was wel interessant. Ze zagen zichzelf als slachtoffer en beweerden dat de meeste aanwezigen zich niet hadden gerealiseerd dat de fontein kostbaar was. Ze wezen ook op fouten van de politie.

Het ene ogenblik maakten ze naar hun zeggen luidruchtig plezier zoals voetbalfans dat over de hele wereld doen. Het volgende ogenblik ging de Romeinse politie hen te lijf en kregen mensen lukraak klappen. De fans beweerden dat ze geen kant meer op konden en dat hun de toegang tot basisvoorzieningen als toiletten en afvalbakken werd onthouden. Kan het zijn dat de slechte communicatie de aanleiding was van de problemen? Maar dan nog: de bewering dat Feyenoord-fans zodoende onschuldig zijn aan de chaos in Rome wordt ondermijnd door hun slechte gedrag in De Kuip afgelopen donderdag.

De Franse scheidsrechter en de Romeinse spelers waren weliswaar het doelwit van beledigingen, aanstekers en zelfs een plastic banaan die vanaf de tribune werd gegooid, maar het is de thuisploeg die zal boeten. Sancties van de UEFA zijn onvermijdelijk geworden. De kortzichtige juridische argumenten van Feyenoord en KNVB dat ze niks met het geweld te maken hebben zijn irrelevant en onhoudbaar. Zoals gebruikelijk zullen kranten en politici oproepen tot straf. Maar toch: wat in Rome gebeurde, voelt aan als een keerpunt. De internationale naam van Nederland staat op het spel. Dit kan zo niet doorgaan.

Als er niet snel een nieuwe weg wordt ingeslagen, zal Nederland binnenkort net zo worden veracht als wij ooit werden. Wij? Ik spreek als Engelsman. Bijna 30 jaar lang voelden wij die mengeling van woede, schaamte en angst die jullie deze week hebben ervaren. Het maakte de rest van Europa weinig uit dat de meesten van ons nooit pleinen of stadions kort en klein sloegen of met de politie vochten. Het hele land leed onder de ‘Engelse ziekte’. Maar er heeft een verbluffende gedaanteverwisseling plaatsgevonden. Tegenwoordig gedragen onze fans zich zo netjes dat we ons niet meer kunnen voorstellen dat ze in groten getale een stad zouden aanvallen, laat staan de Eeuwige Stad.

Hoe is dat gegaan? En wat kunnen jullie van ons leren? Als ik terugkijk op onze donkere dagen in de jaren zeventig en tachtig, valt me op dat we toen geen enkel benul hadden. Ter linkerzijde probeerden sociologen het tuig te verontschuldigen met deskundologische theorieën over vervreemding en identiteit. (De hooligans bekeken de sociologen met minachting.)

Aan de andere kant van het spectrum klonk bij elk agressief incident de roep om steeds zwaardere straffen en wetten. Dat leek ook niet veel goed te doen. De recidive liep op en de hooligans koesterden hun status als ‘onverbeterlijke zondaars’ en vulden vrolijk hun plakboeken met krantenstukken waarin ze als ‘uitschot’ en ‘beesten’ werden omschreven. Dit betekende voor hen dat ze cool waren en glamour kregen. Politie, ouders, politici en voetballerij waren geen van allen bij machte om het tij te keren.

Een van de dieptepunten kwam begin jaren tachtig, toen Leeds United-manager Allan Clarke voorstelde om hooligans in de rust op het veld zweepslagen toe te dienen. Iets intelligenter was de inbreng van zijn bijna-naamgenoot Alan Clarke, een briljante filmer bij de BBC die gespecialiseerd was in studies van ontspoorde Engelse subculturen. In The Firm, gemaakt in 1989, vertelde Clarke ons vrijwel alles wat we moesten weten over de psychologie van de hooligan. Het decor was specifiek Engels en tekenend voor zijn tijd, maar zijn bevindingen zijn nog altijd geldig.

Hij liet zien dat hooligans zich niet misdragen omdat ze arm of onderdrukt zijn. Ze doen het omdat het leuk is. Dit inzicht werd later bevestigd door het boek Tussen het tuig van Bill Buford en een hele reeks memoires van ex-hooligans, zoals de gebroeders Brimson en Cass Pennant.

Nog weer later werd duidelijk dat de hooligan-lol kan worden overtroffen door minder destructieve versies. Net als de rijke projectontwikkelaar Jan X. in Rome is de hoofdpersoon van The Firm, Bex Bissel, een jongeman met een goede baan. Hij heeft een mooi huis en een liefhebbende vrouw. En hij is verslaafd aan de seksuele adrenalinestoot van de bendecultuur en het geweld. Deze opwinding betekent uiteindelijk meer voor hem dan wat dan ook. Op een bepaald moment, nadat zijn zoontje wordt verwond door het mes dat Bex in gevechten gebruikt, smeekt zijn vrouw hem om als hooligan te stoppen. Dat kan hij niet. ‘Ik heb de kick nodig!’ schreeuwt hij. Bex is een sociopaat, misschien zelfs wel een psychopaat. Maar de andere leden van zijn ‘crew’, (gemodelleerd naar de bestaande ‘Inter City Firm’ van West Ham United-fans) zijn verrassend normaal. Sommigen zijn wel ongerust over zijn steeds extremere gedrag, maar gaan er deels in mee vanwege het genot om lid van een hechte groep te zijn.

In 2009 werd er een remake van de film gemaakt, met een intrigerende verschuiving van de aandacht. Dom, een bijfiguur in de versie van 1988, werd nu het middelpunt. Hij krijgt algauw een afkeer van Bex en besluit eruit te stappen. Bex probeert hem tegen te houden, maar uiteindelijk zegeviert Dom (en met hem het fatsoen). De versie uit 2009 weerspiegelt een buitengewone verandering in de Britse voetbalcultuur, die Nederland nu dringend moet zien te kopiëren. Kortom: ons voetbal is ‘beschaafd’ geworden. We zijn nu allemaal aardiger voor elkaar en betonen elkaar meer respect. Fans, clubs, de politie en andere ‘belanghebbenden’ bij het spel zijn allemaal van houding veranderd. We moesten wel. Na de afschuwelijke gebeurtenissen van de jaren tachtig was het een kwestie van overleven.

In het Brusselse Heizel-stadion in 1985 bereikte de hooligan-cultuur zijn dieptepunt, toen Liverpool-fans tijdens de Europa Cup-finale 39 Italiaanse Juventus-supporters onbedoeld de dood injoegen. De Britse premier Margaret Thatcher zou destijds naar verluidt het voetbal helemaal hebben willen verbieden, maar werd ertoe overgehaald een reeks repressieve maatregelen te nemen.

Terwijl de UEFA Britse clubs uit de Europese competitie stootte, besloten de Britse autoriteiten voetbalsupporters te gaan behandelen als potentiële criminelen. Krakkemikkige stadions kregen de uitstraling van gevangenkampen. Om te voorkomen dat fans het veld betraden, werden er grote nieuwe hekken gebouwd die de supporters opsloten alsof het wilde dieren waren. Fans van uit-spelende clubs werden door grimmig kijkende politie-agenten naar de stadions begeleid met honden en paarden.

Gewone supporters (zoals ik) keerden het spel bij bosjes de rug toe. In 1989 werden de gevaren van de post-Heizel-aanpak duidelijk. In het Hillsborough-stadion van Sheffield werden 96 Liverpool-fans per ongeluk doodgedrukt tegen de hekken omdat de politie, getraind om te voorkomen dat supporters het veld zouden bestormen, weigerde de hekken open te zetten om de druk van de ketel te halen.

Het Britse voetbal onderging een diepgaande verandering door Hillsborough – en niet alleen hekken werden als gevolg daarvan gesloopt. De hele cultuur van het spel moest op de schop. Hillsborough leidde tot het Taylor Report, dat de weg effende voor de huidige, blinkende stadions met louter zitplaatsen, de Premier League en een publiek dat steeds meer een middenklasse-karakter heeft gekregen.

Bovendien werden opstelling en methodiek van de politie veel intelligenter. De oude gangs van hooligans werden snel opgerold door agenten in burger, terwijl bewakingscamera’s de onruststokers in beeld brachten. De slechteriken werden voortaan uit de stadions geweerd. Maar alle andere supporters werden met een vorm van respect bejegend die in de donkere dagen ondenkbaar was geweest.

Britse stadions zijn nu waarschijnlijk veiliger dan ooit sinds de jaren vijftig. Er hebben zich ook een paar nadelen gemanifesteerd. Nederland zou er goed aan doen die te vermijden. De hoge prijzen voor de kaartjes hebben de fans uit de arbeidersklasse buitengesloten, de sfeer in veel stadions is lauw geworden en het publiek veroudert snel. Opmerkelijk genoeg zijn de supporters van het Britse nationale team (ooit de meest beruchte hooligans die er waren) ook veranderd. Het team werd na het Heizel-drama door de UEFA niet uit de competities verbannen, waardoor het een magneet werd voor de ergste hooligans die overal chaos veroorzaakten.

Maar ook hier deden een intelligente en doelgerichte politieaanpak en een veranderende supporterscultuur wonderen. Notoire herrieschoppers werden uit stadions verbannen en bij het wereldkampioenschap in Japan in 2002 ondergingen de Britse fans, die eraan gewend waren gehaat te zijn, de nieuwe ervaring met open armen verwelkomd te worden. Zij ontdekten dat het veel leuker was om geliefd te zijn.

Tegen de tijd van het Europese kampioenschap in 2004 was de verandering compleet. Intensief overleg vóór het toernooi tussen de Britse en Portugese politie, vertegenwoordigers van de supporters en de plaatselijke autoriteiten zorgde voor de meest welwillende fans in een generatie. Bij één gelegenheid zochten Kroatische hooligans hun zogenaamd onverslaanbare Britse evenknieën op, die rustig een biertje zaten te drinken op een zonovergoten plein. De Britten weigerden eenvoudigweg te vechten en nodigden de Kroaten uit om aan tafel te komen zitten.

Intussen is in heel Europa onder deskundigen een totaal nieuwe filosofie en consensus ontstaan op het gebied van de politiebegeleiding van sportevenementen. Een deel daarvan gaat tegen je gevoel in. Het oude, op het ‘gezond verstand’ gebaseerde instinct om de supporters onder de duim te houden – de essentie van de Nederlandse aanpak – wordt nu als ineffectief en destructief gezien.

De nieuwe aanpak, die bijvoorbeeld wordt belichaamd door het politiehandboek van de Raad van Europa, roept op tot de-escalatie en dialoog. De UEFA bouwt aan een systeem van ‘verbindingsofficieren’ om de betrekkingen te bevorderen tussen supporters, de politie, clubs en andere belanghebbenden. Het nieuwe centrale idee is dat de supporters, hoe gecompliceerd en moeilijk zij zich soms ook opstellen, niettemin het levensbloed van het spelletje zijn. Slechts een heel kleine minderheid is gevaarlijk en moet worden buitengesloten. De grote meerderheid van de fans is hartstochtelijk betrokken bij het spel en moet op een positieve manier worden bejegend. Als je ze als criminelen behandelt, gaan zij zich misschien ook zo gedragen. Maar als je ze fatsoenlijk behandelt, en naar hun zorgen en ideeën luistert, zullen ze creativiteit en energie in het spel brengen.

In heel Europa blijkt ‘de aanpak van de dialoog’ te werken. Cardiff City, waar ooit de ergste hooligans van Groot-Brittannië rondliepen, is een model geworden voor de samenwerking tussen supporters, clubs en de politie. Educatie en gesprekken hebben het Berlijnse FC Union veranderd van een club die bekend stond om zijn racisme in een club die vriendelijk, solidair en verlicht is.

Nederland is binnen Europa een van de landen met het meest repressieve politiebeleid. Op de korte termijn heeft dit ervoor gezorgd dat de problemen niet uit de hand zijn gelopen. Op de langere termijn kan het de hooligan-cultuur hebben versterkt. Rare bepalingen zijn normaal gaan lijken. Toch is het absurd dat een Ajax-fan die toevallig in de buurt van Enschede woont en niemand kwaad doet, gedwongen wordt naar Amsterdam te reizen om een wedstrijd tegen FC Twente te kunnen bijwonen.

Een hoge Zweedse politiefunctionaris werd op een recente veiligheidsconferentie gevraagd in drie woorden samen te vatten wat de strategie van zijn korps was om het voetbal veilig te houden en de stadions weer plezierig te maken. Hij zei: ‘Praten. Praten. Praten.’ Het zal even duren voor deze methode vruchten afwerpt in Nederland. Maar het repressieve beleid heeft vooral te wensen overgelaten. Het zou nu het perfecte moment kunnen zijn om de nieuwe aanpak te beproeven.