Column

Wat fascineerde was de onhandigheid

Na zijn dood heeft mijn moeder mijn vader omgetoverd tot een droomman. Een perfectie versie van zijn toch al ideale zelf: een man met allerlei gedachten over kapotte mixers, die de hele dag uit het raam kijkt en vervolgens constateert wat voor weer of het is, een man bovendien die weet wanneer de slavinken waar in de reclame zijn.

Dat soort herinneringen koestert mijn moeder, de rest is verdrongen, vergeten of simpelweg niet gebeurd. Ook niet als er foto’s van zijn.

„Ach wat een klets weer”, zei ze toen ik tegen haar begon over de naderende waterschapverkiezingen en dat mijn vader zich daar, toen die verkiezingen nog gewoon schriftelijk werden afgehandeld, een keer kandidaat voor had gesteld.

Hij leek me toen niet kansloos, waterschapverkiezingen waren en zijn verkiezingen waarbij charisma geen enkele rol speelt.

De benodigde handtekeningen voor de kandidaatstelling haalde mijn vader op in bejaardenhuis Oosterwolde in onze straat.

In de eetzaal hield hij een spreekbeurt over ‘het waterschap’.

Het ging vooral over de loop van het riviertje De Dommel waarbij hij als ambtenaar bij de Provincie Gelderland nauw betrokken was geweest.

Wat bij mij bleef hangen, maar dat zal wel komen omdat ik zijn zoon ben, was vooral dat hij voorafgaand aan zijn spreekbeurt het koffiekarretje met thermoskan en servies omver liep, waardoor hij in ieder geval ieders aandacht had.

Wat fascineerde was de onhandigheid.

Hij kleurde licht, haalde schokkerig de schouders op en deed daarna alsof er niets aan de hand was. Wat, omdat iedereen gezien had wat er gebeurde, best vreemd was.

Na afloop stonden ze in de rij om vrijwillig hun handtekening te zetten.

Een paar weken later kwam de deceptie.

Meer dan dertig handtekeningen van bewoners van een bejaardentehuis werden, na protest van een tegenkandidaat, als verdacht gezien. Er werd gesproken van het ronselen van stemmen.

De verbazing en verontwaardiging bij mijn ouders over de beschuldiging bewees voor mij zijn onschuld.

Niettemin dwong mijn moeder mijn vader om zich terug te trekken, al zal ze zich dat zelf waarschijnlijk anders herinneren.

Laatst zei ze: „Ik wilde dat je eens ophield met het ophalen van al die herinneringen”, terwijl ik juist wilde dat ze dit soort dingen nog wist.