Lekker veel gebakken lucht in de kranten en de wetenschap

Hans van Maanen is een wetenschapsjournalist die er genoegen in schept om resultaten van wetenschappelijk onderzoek te fileren. Meestal vindt hij weinig botten en al helemaal geen vlees. Van Maanen vindt vaak gebakken lucht.

In zijn bundel ‘Broddelwetenschap’ staan hilarische voorbeelden: een onderzoek naar fruit eten bij 100 schoolkinderen waar opeens 20 kinderen verdwenen, waar een beginmeting ontbreekt en het resultaat geforceerd ‘statistisch significant’ wordt gemaakt.

Het voedingsonderzoek moet het vaak ontgelden. Wat heeft het in godsnaam voor zin te meten of kinderen een ‘gemiddelde voorkeur’ voor rauwe, halfgaar, gaar of overgaar gekookte bloemkool en broccoli hebben? Als je een kind kool wil laten eten, is individuele voorkeur het belangrijkst.

Jammer dat er ook een paar hoofdstukken zijn waarin alles met een sisser afloopt. Van Maanen kraakt het onderzoek onder Zweedse mannen waar uit rolt dat geregeld chocola eten de kans op een beroerte met wel 17 procent vermindert. Het onderzoek is weliswaar gepubliceerd in Neurology, een hoogaangeschreven tijdschrift. Toch wordt bij de 100.303 mannen maar eenmaal ruw de chocolaconsumptie gemeten (van ‘nooit’ tot ‘driemaal per dag’) en dan 10 jaar lang gewacht op ziekten. Dan is de chocoladeconsumptie op wonderlijke wijze omgezet in categorieën van grammen per dag (12 tot 19,5 gram). Van Maanen hakt daar lekker op in en rekent ons voor hoe futiel de verschillen in beroerterisico zijn.

Nou, nou, denk je. Die onderzoekers beweren meer dan ze waar kunnen maken. Het is me wat. Toch ligt het anders. De onderzoekers zijn zelf óók heel voorzichtig. Van Maanen citeert hen keurig: „Deze bevindingen doen vermoeden dat matige chocoladeconsumptie het risico op beroerte zou kunnen verlagen.”

Het zijn de concluderende zinnen waar je als wetenschapsjournalist een pesthekel aan hebt. Wat een mooi onderwerp leek, wordt opeens waardeloos voor de krant. Hoe kun je daar ooit een scherpe kop en eerste zin voor een bericht uit halen? Daarover straks meer, want Van Maanen schrijft ook, misscien wel vooral over de rol van de wetenschapsjournalistiek.

Eerst wat hij laat liggen. Zijn boek heet Broddelwetenschap, maar de voortdurende suggestie dat er veel wetenschap zo slecht is, zo weinig toevoegt en zoveel verwarring zaait dat het beter niet gedaan kan worden , wordt niet onderbouwd.

Van Maanen richt zijn pijlen wel op hoe wetenschap, ook broddelwetenschap, in het nieuws komt. Hij ziet hoe onderzoekers, industrieën en wetenschappelijke tijdschriften in ronkende persberichten „lezers op het verkeerde been zetten met geflatteerde, kromme en moeilijk te interpreteren cijfers” en de „minder aantrekkelijke kanten van het onderzoek verduisteren”. En dat nieuws komt dan in de krant.

Ook NRC Handelsblad krijgt er van langs vanwege koppen als „Rood vlees eten bekort leven” en „Wie vaak noten eet, overlijdt later”. Die kritiek kost hem een recensiebal, want hoewel rood vlees en noten een kleine invloed op de levenslengte hebben, zijn de koppen juist. In dat korte notenstukje staat niet voor niks: „Het effect is kleiner dan uit eerdere, kleinere onderzoeken bleek. Die meldden soms wel 40 procent sterftereductie door geregeld noten eten.”

En het bevalt ons ook niet dat Van Maanen schrijft dat NRC er in tuinde en meldt dat „aangetoond is dat ketchup beschermt tegen hartaandoeningen”. Ja, dat citaat stond in een ironisch stukje in de rubriek ‘De Nieuwe Firma’ in het economiekatern, met kritiek op het betalen door de industrie van voedingsonderzoek.