Koning voetbal

De Haagse behangverkoper John van Zweden kocht tien jaar geleden aandelen in Swansea City. Hij redde met vrienden de club van de ondergang. Nu heeft Swansea een waarde van meer dan honderd miljoen euro en speelt de club in de Premier League.

Op de benedenverdieping van viersterrenhotel The Dragon in Swansea stapt John van Zweden (52) de sauna binnen. Het is zaterdagochtend even na achten en de Haagse behangverkoper heeft het zwaar. Nachtelijke zuuraanvallen, wakker worden met nadorst en zojuist een boos telefoontje van zijn vrouw Wendy. „Ze wilde weten wie die blonde trut is met wie ik op de foto sta. Ik zeg: waar heb je het over?”

Het blijkt dat hij de avond ervoor in een pub heeft geposeerd met een vrouwelijke supporter van voetbalclub Swansea City. Zij heeft de foto direct op Johns openbare Facebook-account gezet. John was het al vergeten, maar moest zijn vrouw overtuigen dat ze niks achter zulke foto’s moet zoeken. In Swansea, de één na grootste stad van Wales, willen mensen wel vaker met hem op de foto. En zegt hij iets over Louis van Gaal, zoals afgelopen weekeinde („arrogante dwarrel”), dan is dat zowel in Engeland als Nederland groot nieuws.

Want John is mede-eigenaar van Swansea City. Hij is één van de huidige zes aandeelhouders van deze voetbalclub op het hoogste niveau van Engeland. John werd dat toen Swansea nog het lelijke eendje van het Britse profvoetbal was, spelend op het laagste niveau. Maar inmiddels heeft de club een totale waarde van meer dan honderd miljoen euro. Verkoopt John zijn aandelen, dan is hij dik miljonair.

1978

Het jongensboek begint in 1978, als John voor zijn zestiende verjaardag een weekendtrip naar Londen cadeau krijgt. Samen met zijn vader bezoekt hij de wedstrijd Fulham-Swansea. John is meteen gegrepen door de fanatieke Engelse sfeer. Als hij niet veel later voor een schoolopdracht een Engelse penvriend moet zoeken, stuurt hij een oproep naar Swansea City. De club plaatst zijn brief in het programmaboekje voor een thuiswedstrijd, waarna supporter en leeftijdsgenoot David Morgan reageert. Het klikt meteen. Er ontstaat een hechte vriendschap.

Het is 2002, een donderdagavond, als David belt: Swansea City staat op omvallen. Er is een reddingsplan, maar een van de geldschieters is afgehaakt. Of John misschien wil inspringen met 50.000 pond, toen zo’n 75.000 euro? John vraagt bedenktijd, maar is er al snel uit. De dag erna verhoogt hij stiekem zijn hypotheek om vervolgens de eerste vlucht naar Wales te nemen. Om even na vier uur in de middag is John met krap 10 procent van de aandelen deeleigenaar van Swansea City.

Thuis in Den Haag weten ze dan nog van niks. Totdat zondagochtend om half tien meerdere Engelse tv-ploegen voor de deur staan. Wendy, nog in haar nachtjapon, belt meteen John, die nog in Wales zit. ‘Wat heb jij geflikt’, foetert ze door de telefoon. In hun verkeringstijd was haar vaak verteld dat ze met John geen saai leven zou krijgen, maar dit is het andere uiterste. Desondanks hebben ze een sterke band. John praat veel over Wendy en belt haar en zijn dochter soms wel drie keer per dag.

Swansea City is op dat moment in verval. Het scheelt weinig of de club degradeert in 2003 naar de amateurs. In plaats daarvan volgt er een opmars die zijn weerga niet kent. De club promoveert drie keer, waarna Swansea City in 2011 de Premier League in gaat: de meest prestigieuze en lucratieve competitie ter wereld.

En dat met een groep vrienden aan het roer die de club bestuurt als hobby. Om hen heen stuwen rijke Aziaten en Russen voetbalclubs op met bakken geld, maar zij bewijzen dat je met een uitgekiend beleid ook ver kunt komen. John heeft daarin een grote stem en bemoeit zich onder meer met transfers. Over zijn investering: „Degene die zich op het laatste moment terugtrok uit het reddingsplan, maakte de grootste fout van zijn leven. Al had ik mijn geld natuurlijk ook kwijt kunnen zijn.”

Topsportcentrum Almere, woensdag 18.00 uur

Dit verhaal vertelt John zo’n drie tot vier keer per week op een lezing. Zoals op deze woensdagavond in Almere, een week voor zijn trip naar Wales. John is uitgenodigd om te spreken op het jaarlijkse sportgala. Overal mensen in pak, maar hij draagt een zwarte trainingsbroek en een grijze schipperstrui. „Ik draag geen spijkerbroeken of wat dan ook. Elk jaar koop ik tien zwarte van het merk Australian. Die zijn perfect. Rechts een ritsje voor het geld, links een open zak.”

John is vanuit Nijmegen naar Almere gekomen. Daar heeft hij naar eigen zeggen goede zaken gedaan voor zijn behang- en woonwinkel in Den Haag. Met triomfantelijke grijns: „Ik heb even 67 woninkjes binnengesleept. Vloeren leggen, wanden behangen. Ik heb alles al opgemeten.”

Het Behangparadijs is een familiebedrijf dat 57 jaar geleden werd opgericht door zijn opa, en dat John op zijn beurt weer heeft overgenomen van zijn vader. Destijds was het een knus zaakje, nu is het een megatent met een collectie van meer dan 100.000 behangrollen. De grootste collectie van Europa, staat op de website. John werkt veel. Hij wil minderen, maar bij zulke grote offertes laat de baas liever zelf zijn gezicht zien.

„Deze inspirerende spreker belooft veel humor en Haagse bluf”, zegt de gastheer van de avond. „Mag ik een applaus voor behangkoning John van Zweden.” John komt op en vertelt grappend zijn levensverhaal. Voertaal: plat Haags.

Hij vertelt over zijn transferonderhandelingen met FC Utrecht-eigenaar Frans van Seumeren. John belde hem ooit op om te zeggen dat hij namens Swansea 1,5 miljoen pond wilde bieden op doelman Michel Vorm. „Maar Frans wilde twee ton erbij. Na overleg met mijn kameraden in Swansea heb ik hem nog eens gebeld, en gezegd dat we 1,7 miljoen euro konden bieden. Toen was de deal rond. Had Frans even niet aan de wisselkoers gedacht. In plaats van 1,5 betaalden wij nu 1,4 miljoen pond.” Iedereen ligt in een deuk.

Eén iemand lacht zelfs al voordat de grappen zijn gemaakt. Dat is Chris Snijder, een bedrijfsconsulent uit Mijdrecht die de lezing uit zijn hoofd kent. Hij is de manager van John. Boekingen gaan via hem, of via SportSpeakers en de Speakers Academy. „Ik heb zelf amateurvoetbalclubs aangeschreven”, zegt Chris. „Daar tref je Johns doelgroep: mensen die met een biertje in de hand lekker willen lachen. Nou, dan heb je aan John een goeie.”

Behangkoning in de Premier League, zoals de boektitel van Johns biografie uit 2013 luidt, had iemand nodig die commerciëler denkt. Zo makkelijk als hij behang verkoopt, zo moeilijk vindt hij het om zichzelf te verkopen. Ooit was het zo dat als een halve bekende uit de buurt hem benaderde, hij een lezing gaf voor een schijntje. John moet er nog altijd aan wennen dat zijn teksten geld waard zijn. Mede daarom haalt hij na een lezing liever niet zelf het verdiende geld op. Dat doet zwager Berry, die helpt bij de lezingen en ook meedeelt in de opbrengst. „Zo hebben we het allemaal goed”, zegt John.

Hoewel manager Chris meer kansen ziet, wil John niet dat het te commercieel wordt. „Chris is een zakenman, maar zo sta ik er niet in. Het lijkt soms wat chaotisch als we vijf minuten voor tijd binnenkomen, maar we zijn altijd op tijd. Berry sluit de apparatuur aan en ik poep die lezing uit. Geld is voor mij niet belangrijk. Een miljoen zegt me niet veel.”

Onlangs kocht hij voor het eerst een auto voor zichzelf, nadat hij jarenlang had rondgereden in zijn bedrijfsbusje. Een jaguar. „Maar wel een tweedehands.”

Schiphol, vrijdagochtend 10.00 uur

John en Berry vliegen over een half uur naar Groot-Brittannië. „Wat denk je dat >> >> me woensdag is overkomen”, zegt John. Voor een lezing mocht hij de wedstrijd van ADO Den Haag tegen FC Twente kijken, maar vlak voor het einde werd de tv uitgezet. „Omdat de voorzitter van die club daar een praatje ging houden. Ik was woest. Was in staat om direct naar huis te gaan. Berry zei: ‘dat kun je niet maken’, dus zijn we buiten op de parkeerplaats naar de radio gaan luisteren.”

Ook dit keer hebben groepen mannen via John een reis naar Wales geboekt, inclusief hotel, diner, stadionrondleiding en kaartjes voor de wedstrijd Swansea-Sunderland. Soms gaat het om 150 man, nu zijn het er ruim 40.

Eenmaal op Britse bodem reist het gezelschap per gecharterde touringcar naar het hotel in Swansea. John zit voorin, maar is alsnog het middelpunt. Ook als het niet over voetbal gaat, maar bijvoorbeeld over Zwarte Piet en de gruweldaden van terreurbeweging IS.

Wie luistert, hoort een aaneenschakeling van belevenissen en anekdotes. Soms ook minder leuke. John is in de jaren negentig bijvoorbeeld levenslang geschorst als scheidsrechter. Hij had een kantine vernield, als vergelding voor een kapotgeslagen autospiegel. Ook was hij betrokken bij vechtpartijen, als supporter van ADO Den Haag.

Hij doet er niet geheimzinnig over, als er maar wel bij wordt gezet dat hij altijd met gelijkgestemden vocht en als supporter nooit iets heeft gesloopt.

De Engelse krant The Sun schreef onlangs een artikel over zijn verleden. ‘Swansea director’s secret hooligan past’, was de kop boven het stuk. John baalde ervan. „Waarom willen ze dat oprakelen? Het stond vol onwaarheden.”

Swansea, vrijdagmiddag 16.00 uur

Tijdens de rondleiding door het stadion van Swansea leidt John de reisdeelnemers langs zijn eigen stoel op de tribune („de mooiste plek”). Langs de kleedkamers en viplounges, waar genodigden dineren op gouden stoelen met paarse bekleding. „We kunnen per wedstrijd tweeduizend eters kwijt”, zegt John. „Tegelijk.”

Hier spreekt een trots man. Trots op wat hij en zijn vrienden met de club hebben bereikt. Ter vergelijking: bij Swansea City gaat inmiddels meer geld om dan bij Ajax. Die trots is ook de reden dat hij de reizen naar Wales organiseert. Niet om te cashen, maar om zijn liefde voor Swansea te delen.

Winst maakt hij amper. Zijn vrienden in Swansea hebben hem de bijnaam Thomas Cook gegeven, maar anders dan de beroemde reisagent uit de negentiende eeuw werkt John op non-profitbasis. „Ik kan de wedstrijdkaartjes duur verkopen, maar dan maak ik misbruik van mijn positie en krijg ik gezeur. Het enige wat ik doe is het naar boven afronden van de prijzen. Dan maak ik zeven euro winst per persoon, zodat Berry en ik gratis kunnen reizen. Dat mag je gerust weten.”

The Dragon Hotel, zaterdagochtend 8.00 uur

In Wales begint John de zaterdag altijd met een bezoek aan het zwembad en de sauna. Even bijkomen na een week waarin hij werkdagen combineerde met praatavonden door heel Nederland. „Ik heb het mooiste leven dat er bestaat, maar het kost ook kracht”, zegt hij aan de rand van het zwembad.

Zijn bovenlijf zit vol tatoeages. De zwaan van Swansea, de ooievaar van ADO Den Haag, namen van familieleden en een datum: 7 oktober 2010, de dag waarop ADO in Amsterdam Ajax versloeg (0-1) en Swansea met dezelfde cijfers bij aartsrivaal Cardiff City won. Vurig kan hij vertellen over deze memorabele momenten. Alsof hij een volle zaal vermaakt.

Soms proeft John jaloezie en afgunst, vertelt hij in de sauna. Neemt hij zijn hele familie op zijn kosten mee naar Swansea, noemen sommigen hem een patser. Laat hij een vrijstaand huis bouwen, vinden ze hem uit de hoogte. John: „Kijk hem nou, met zijn vrijstaande huis. Dat idee.”

Hij heeft de woning juist laten bouwen voor zijn elfjarige dochter. Door haar handicap heeft ze moeite met sociaal contact en is het goed als er dieren zijn. John zocht daarom een groter onderkomen met plek voor een miniboerderij. Er staat ook een ooievaarsnest, dat was zijn eigen wens. De clubmascotte van ADO den Haag is een ooievaar.

Liberty Stadium, zaterdag 15.00 uur

Voor de wedstrijd tussen Swansea City en Sunderland heeft John een vergadering met zijn medebestuurders. Het gaat over de overname van het stadion, dat in het bezit is van de gemeente. Het wordt geen vruchtbare vergadering. „Weinig business, veel geouwehoer.” De mannen zijn wel clubeigenaren in een elitecompetitie, toch blijven ze vooral een stel bevriende supporters dat het liefst met elkaar de pub induikt. Dat gebeurt vaak na de wedstrijd.

„Je gelooft nooit wie er ook is vandaag”, zegt John, als we na de wedstrijd (1-1) naar de bestuurskamer lopen. „Prins Albert van Monaco.” De vorst zit aan de middelste tafel, in een chique ruimte vol mannen in pak, tafels met schalen meloen en een bar met gratis drank. „Die Albert, die dronk voor de wedstrijd whisky, champagne, bier en twee soorten wijn. Ongekend. En moet je al die bodyguards zien.”

Met hemzelf is ook wat bijzonders aan de hand. Hij heeft zijn trainingsbroek verruild voor een driedelig grijs kostuum. Niet van harte, maar voor clubambassadeurs is dat nou eenmaal de dresscode. „Ik ben blij als dat cholerapak uit kan.” Dan geeft hij het weer af aan het hotelpersoneel, dat het pak voor hem bewaart. „Mijn nette schoenen laat ik ook achter. Die draag ik toch niet in Nederland.”

Terug naar het hotel pakken John en Berry een taxi. Ze zitten nog maar net of John wordt boos. Berry ook. Aanleiding is een onterecht afgekeurd doelpunt van ADO Den Haag, lazen ze zojuist op Twitter. „Het is een schande”, zegt John, terwijl hij over het scherm van zijn telefoon scrolt. „We zijn genaaid.”

Berry: „Het lijkt wel of dit alleen bij ADO gebeurt. Zal je zien dat we die punten aan het einde van het seizoen tekort komen.”

De verontwaardiging duurt maar even. Daarna gaan beiden vrolijk aan het bier in het hotel van één van Johns mede-eigenaren. Bijna heel het clubbestuur staat aan de bar. De Zuid-Afrikaan Brian Katzen op hardloopschoenen, supportersvertegenwoordiger Huw Cooze met een Mexicaans Coronabiertje en hoteleigenaar Martin Morgan, die zoveel energie heeft dat hij twee zinnen tegelijk lijkt te willen uitspreken.

Wat geldt voor John, geldt net zo goed voor deze beschonken mannen: ook zij kregen onverwacht een rol in het sprookje van Swansea City. En dus ook in de vorig jaar verschenen bioscoopfilm Jack to a King, over de wonderlijke verrijzenis van hun club.

Na meer dan twaalf jaar waarin ze in principe alleen waardevolle papieren bezaten, is de kans groot dat de vrienden binnenkort voor het eerst echt verdienen aan hun investering. Er zijn serieuze plannen om een deel (circa 30 procent) van hun aandelen te verkopen aan een Amerikaanse miljardair. „We moeten wel”, zegt John. „Wij bezitten de aandelen, maar hebben niet het geld om te investeren in de club. We gaan nu alleen maar omhoog, maar er zou een dag kunnen komen waarop het tij keert. Als we onverhoopt zouden degraderen, kun je zomaar ver terugvallen. Dat denken we te kunnen voorkomen met een geldschieter die wel kan investeren in de club. Die stabiliteit kan creëren.”

Met de verkoop wordt John een rijk man, maar voor zijn gevoel is hij dat al. Hij is de koning in een wereld die hij zelf heeft gecreëerd. Niemand die hem nog kan onttronen. <<