Ik wil er zijn voor alle vrouwen

De Amerikaanse schrijfster Roxane Gay is boegbeeld van een nieuwe generatie feministen. Vrouwen die gebrekkig mogen zijn. Een vertaling van haar nieuwste boek verscheen vorige week.

Foto Jay Grabiec

Ontmoet een fenomeen: Roxane Gay – met één ‘n’ en gay van homo of blij. Ze is schrijfster, activist, professor en bovenal: de stem van een nieuwe generatie feministen.

Een vrouw met tribal-tatoeages op haar onderarmen, die kauwt op ijsblokjes terwijl ze praat. Gay houdt van mannen, van baby’s en van roze, ze faket „heel vaak eigenlijk” een orgasme om een minnaar te plezieren. Ze danst op muziek met teksten vol vrouwenhaat en ze schreef hét feministisch traktaat van 2014: de essaybundel Bad Feminist.

Een bundel die haar een enorme schare fans opleverde. Het boek belandde in de New York Times-bestsellerlijst. Er werden fanshirts gedrukt met de titel in roze letters. Haar Twitteraccount (@rgay, 98.000 tweets, 57.000 volgers) kreeg een blauw vinkje, dat aangeeft dat je zo beroemd bent dat Twitter eraan twijfelt of je wel ‘echt’ bent. Vorig jaar schreef Time: ‘Laat dit het jaar zijn van Roxane Gay’.

Vol tegenstrijdigheden

Roxane Gay is veertig jaar en woont in het Midwesten van de Verenigde Staten. Haar ouders komen uit Haïti. Ze geeft Creative writing-lessen aan Purdue University in Indiana.

Voor het plotselinge succes van Bad Feminist publiceerde ze in kleine tijdschriften en online. Al twintig jaar. Doorzetten, de pen slijpen.

Nu schrijft ze columns voor The Guardian en wordt haar werk vertaald in het Duits, Turks en Zweeds. En in het Nederlands. Haar fictiedebuut, An Untamed State (In ongetemde staat) is sinds vorige week in vertaling te koop. En ook van Bad Feminist zijn enkele essays als e-book uitgegeven.

‘Bad feminist’ is een geuzennaam, maar wat houdt het in? ‘Bad’ wordt niet gebruikt als ‘stout’ of ‘kinky’. Met ‘bad’ bedoelt Gay: slecht, gebrekkig, incompleet. Ze verwerpt het traditionele, rechtlijnige feminisme dat precies voorschrijft wat wel en niet mag. Ze wil laten zien dat vrouwen vooral mens zijn: gebrekkig en vol tegenstrijdigheden. En ze wil er zijn voor alle vrouwen. Want >> >> heteroseksuele, blanke vrouwen zijn meestal de norm. Gay: „Gekleurde vrouwen, queers en transgenders hoorden er niet bij.”

Ze schrijft niemand voor hoe het moet: een vrouw die parttime werkt, heeft net zoveel zeggenschap als een workaholic. Gay roept op tot wederzijds respect. Ze stelde een tiplijst samen ‘Hoe vrienden te zijn met een andere vrouw’. Tip één: neem afstand van het idee dat alle vriendschappen tussen vrouwen hatelijk, giftig en competitief moeten zijn. ‘Deze mythe is als hakken en handtassen – mooi, maar ontworpen om vrouwen langzamer te maken.’

Persoonlijke anekdotes

Gay blijft niet bij één onderwerp. Ze schrijft over populaire cultuur, over etniciteit, over de Amerikaanse ‘rape culture’ en het abortusdebat. Altijd kleurt ze haar essays met persoonlijke anekdotes. Zo deelt ze haar liefde voor scrabble en voor de perfect gespierde nek van Hollywood acteur Channing Tatum. Ze beschrijft hoe ze het arbeidsethos heeft van een ‘immigrantenkind’: ze doet altijd twee keer zo hard haar best, zodat haar ouders worden beloond voor het verlaten van hun thuisland.

Ze bekritiseert de populaire serie Girls omdat er alleen maar welvarende blanken in voorkomen. Ze is naarstig op zoek naar beelden waarin ze zichzelf kan herkennen, maar ze erkent ook dat het oneerlijk is om van één serie alles te verwachten. Gay: „Wanneer we ons afvragen hoe het beter moet, verwachten we perfectie. Maar ik denk dat we beter kunnen, zonder dat het perfect is.”

En met die gedachte redt ze het feminisme – of eigenlijk elk opkrabbelend activistisch gedachtegoed – van verlamming. Gay: „Postmodernisten gooiden hun handen in de lucht en riepen: kijk naar alle ellende in de wereld, het heeft allemaal geen zin, we kunnen niets doen. Ik begrijp zulk relativisme en er was een tijd en een plaats voor, maar met die houding ga je de wereld niet veranderen.”

Haar leven staat op z’n kop. Volgende week vertrekt ze naar Australië, in de lente reist ze voor haar tournee door heel Amerika. Mensen willen Roxane Gay zien.

De aantrekkingskracht zit dan ook niet alleen in haar werk. Gay is charmant, vriendelijk. Ze praat langzaam en in het laatste stukje van haar zinnen zit een subtiele slis. Wanneer ze geen vraag beantwoordt, maar meer uit zichzelf praat, is er steeds die bijna-lach.

Gay heeft de lengte en kalmte van iemand die niet uit het veld te slaan is, maar er zit ook ongemak in de manier waarop ze wegkijkt of een kruimel scrambled egg van haar lip plukt. De lof die haar werk het afgelopen jaar ineens kreeg, neemt dat ongemak niet weg. „Die waardering heeft mijn leven niet veranderd. Ja, mijn agent mailt me sneller terug. Al mijn e-mails worden sneller beantwoord. That’s awesome.”

Maar met de roem nemen ook de verwachtingen toe. Ineens moet ze overal wat van vinden, „maar ik ben geen snoepautomaat. Als ik ‘nee’ zeg op een verzoek om ergens over te schrijven, zeggen ze: we verschuiven de deadline wel. Ik moet grenzen trekken, maar een feminist die ‘nee’ zegt en werk weigert, wordt direct verweten dat ze het voor ‘de vrouwen’ verpest.” Want er zijn al zo weinig succesvolle vrouwen, luidt het argument. En: zie je wel, ze willen zelf niet.

Ze heeft geluk gehad

Behalve een drukke agenda is er ook een inhoudelijke reden om niet elke opdracht aan te nemen: ze wil niet schrijven over dingen waar ze niets van weet. „Ik ga niet over moslimvrouwen schrijven, bijvoorbeeld. Je moet jezelf niet overal woordvoerder van maken, alleen omdat je een platform en publiek hebt. Wat we moeten doen is het platform verbreden zodat die ‘andere’ verhalen ook de ruimte krijgen.”

Is het succes van Gay een teken dat er – in kranten en in de literaire wereld – andere stemmen worden toegelaten? „Nee, nee. Ik heb gewoon geluk gehad. Ja natuurlijk, I worked my ass off too, maar geluk en hard werken gaan graag samen. Zolang schrijvers zoals ik – vrouw, donker, allebei of andersom – een uitzondering zijn, is er heel wat werk te doen.”

Privilege en voorrecht, Gay schrijft er veel over. „Vroeger namen mijn ouders ons mee op vakantie naar Haïti. Dat was heel fijn. We speelden op het strand. Maar er komt een moment dat je vragen gaat stellen over wat je om je heen ziet. Het contrast tussen jouw plezier en de armoede van een ander is in Haïti heel helder. In de VS is er een soortgelijke alarmerende ongelijkheid, alleen is die minder zichtbaar. Je kunt er makkelijk bij vandaan blijven.”

Gay houdt een pleidooi om je niet te schamen voor het feit dat je bevoorrecht bent. „Accepteer wat je gegeven is. Doe er iets mee.”

Wat doet Gay zelf? „Ik doe wat ik kan, met lesgeven, door me uit te spreken. Ik voel me absoluut geroepen om ervoor te zorgen dat verschillende mensen zich vertegenwoordigd voelen in mijn werk, maar het kan niet alles zijn voor iedereen. Geen enkel boek moet proberen alles te zijn voor iedereen.”

Controledrang

Gay groeide zorgeloos op. In Bad Feminist schrijft ze: ‘Ik was altijd een braaf meisje. Ik haalde alleen maar negens en tienen, was de beste van mijn klas. Ik was beleefd >> >>tegen oudere mensen. Ik was lief voor mijn broertjes. Ik ging naar de kerk.’ Maar dat sprookje werd verstoord. Gay werd op haar twaalfde verkracht door een groep jongens uit de buurt. Nooit zou nog iets perfect zijn. Alles was bad, maar ze leerde dat bad niet betekent dat het niet beter kan.

Ze vertelde niemand over de verkrachting. In plaats daarvan maakte ze van haar lichaam een fort. Door te eten trok ze een muur op. Gay: „Je probeert te zeggen: kijk niet naar mij, praat niet met mij. Maar het werkt niet. Ik bedoel, mensen laten je niet met rust. Mijn plan was niet zo weldoordacht.” Ze lacht en kauwt op de ijsblokjes van haar cola. Een gewoonte, nadat ze acht jaar geleden is gestopt met roken. „Eten is een geweldige manier om een gevoel van controle te krijgen.”

De kilo’s draagt ze nog, als getuigenis van het verleden. „Ik wil daar nu wel vanaf. Ik denk dat ik er eindelijk klaar voor ben. Maar het is moeilijk: je bouwt een muur van bescherming en daar raak je aan gewend.” Ook schrijven geeft houvast. „Schrijven is het enige dat ik volledig zelf in de hand heb en dat is fantastisch.”

Omdat ze voor haar optredens en haar aanstelling als gastdocent aan de Florida Atlantic University veel moet reizen, heeft ze het bijna te druk om te schrijven. Maar er zijn andere manieren om haar controledrang te bevredigen: bij ieder hotel waar ze verblijft, checkt ze van te voren op internet hoe schoon de kamers zijn en spit ze recensies door op TripAdvisor. Ze lacht. „Ik omarm mijn gekte.”

Zulk soort eigenaardigheden deelt ze ook voortdurend via Twitter. Is dat niet koket, brengen we niet te veel van onszelf naar buiten – kijk mij eens lekker gek zijn?

„Nee, nee. Ik denk dat we heel lang in een wereld hebben geleefd waarin mensen alles opkropten. Nu hebben we allerlei mogelijkheden om ons uit te spreken. Vandaar dat er nu een explosie aan openheid is, waardoor het misschien voelt alsof we in een confessiecultuur leven, maar het is de tijd van niet meer hoeven zwijgen.”

Trauma

In haar debuutroman In ongetemde staat spelen de gebeurtenissen uit haar eigen jeugd een rol. Miri, een advocate van Haïtiaanse komaf gaat samen met haar Amerikaanse echtgenoot Michael en zoon Christophe op vakantie in haar geboorteland. Haar vader is een ingenieur die zijn hele leven heeft gewerkt om hogerop te komen. Hij geniet van zijn villa met bedienden en zijn macht op de bouwmarkt.

Wanneer Miri voor de deur van haar ouderlijk huis in Port-au-Prince wordt ontvoerd, weigert haar vader het geëiste losgeld te betalen. Dertien dagen zit ze opgesloten tussen grijpgrage, gewelddadige mannen. Ze beschrijft het gereedschap waarmee ze haar misbruiken (sigaretten, revolvers, handboeien). De ontvoerders hebben een allesverslindende honger naar geld. Een verlangen dat voortkomt uit de sociale en economische ongelijkheid waarin ze zijn opgegroeid. Ze zijn pionnen in een systeem van uitbuiting, corruptie en onverschillige autoriteiten.

In ongetemde staat is opgezet als een sprookje: het begint met ‘er was eens’. Telkens wanneer het te spannend wordt en de dood nabij lijkt, denk je: het komt weer goed, ze komt vrij. Maar het komt niet goed. Ja, Miri komt vrij, maar het trauma blijft. „Een trauma is niet iets wat je in een doosje stopt wanneer het even niet schikt. Het is geen overzichtelijk verhaal met een net begin, midden en einde.”

Gay sloot zich de hele zomer op en schreef tien uur per dag. „Ik wilde een meedogenloos boek schrijven. Het geweld moest expliciet zijn, want het mocht niet mooier of gestileerder worden dan het is.”

Gay maakt veel gebruik van herhaling. Dezelfde zinnetjes komen terug, Miri denkt steeds dat ze ‘niemand’ is. „Herhaling benadrukt de diepte van haar trauma, ze zit erin vast en de lezer moet daarin mee. Wegkijken mag niet.”

„Het idee ‘Wat je niet doodt, maakt je sterker’ geldt gewoon niet altijd. Soms worden er grenzen overschreden die niet te herstellen zijn.” Zoals er ook voor Roxane Gay een leven is vóór de gruwelijke gebeurtenissen op haar twaalfde en erna.

Gay draagt haar boek op aan ‘vrouwen overal ter wereld’. Omdat het geweld blijft. Waar dan ook, steeds maar weer.

Maar In ongetemde staat moest ook over hoop gaan. „Miri probeert alle hoop in zichzelf te doden. Ze probeert haar blije herinneringen te wissen, haar man en kind te vergeten, maar dat lukt niet, niet helemaal. Je moet hopen, want wat doen we hier anders. Zonder hoop heeft het leven geen zin.”

In de toekomst zal ze iets voor televisie schrijven. „Iets”, want wat precies is nog geheim. En het is hard nodig, want er is veel shit. „Er zijn een heleboel stigmatiserende beelden en ideeën over vrouwen of etnische minderheden die maar herhaald en herhaald worden.”

Ze kauwt nog een hand ijsblokjes stuk. „Het zal veranderen.”

Gay heeft ook vast toegezegd om een bloemlezing te helpen samenstellen van teksten die geweld beschrijven dat te vaak als ‘mild’ wordt afgedaan. „Geweld waarvan we geneigd zijn om te zeggen: oh zo erg was het niet. Een vrouw wordt vier straten lang door een man achtervolgd, maar hij heeft niets gedaan, dus ach. Er wordt vaak onderhandeld over de gradaties van agressie.” De titel van de bloemlezing? Not That Bad.

Want met hard werken komt de hoop vanzelf. <<