Huisarts is poortwachter in de zorg; gééf hem dus de ruimte

Hun zorg is onze zorg. Huisartsen en vrijgevestigde psychiaters botsen regelmatig, steeds regelmatiger lijkt het wel, met de zorgverzekeraars over de contracten op basis waarvan zij hun vergoedingen krijgen. Dat schept ongezonde spanning en frustratie.

De emoties hangen samen met de vraag: wie is de baas in de spreekkamer. Artsen antwoorden vanzelfsprekend: wij. Verzekeraars zeggen: ja, maar wij zijn in de Zorgverzekeringswet per 2006 gelegitimeerd om toe te zien op de kwaliteit van de zorg. In die wet worden de zorgverzekeraars naar voren geschoven als bondgenoten van patiënten én burgers. Zij moeten de burger behoeden voor excessieve kostengroei en kwaliteit handhaven. Maar artsen zien zich op basis van opleiding, ervaring én beroepseed ook als bondgenoot.

Tegen deze achtergrond spelen de conflicten zich af. Daarbij is het bijzonder hinderlijk dat de machtsverhoudingen door het eenzijdige beleid van kartelwaakhond ACM, de Autoriteit Consument en Markt, zo scheef zijn getrokken. Aan de ene kant van de onderhandelingstafel zitten vier zorgverzekeraars met 90 procent van de markt plus een koepelorganisatie die wordt geleid door ex-minister Rouvoet. Aan de overzijde de zorgverleners. Enkele, zoals de ziekenhuizen, zijn kolossen die weinig belemmeringen ondervinden in hun fusiekoorts. Maar anderen, zoals huisartsen en vrij gevestigde psychotherapeuten, moeten op individuele basis onderhandelen met de zorgverzekeraars. Ziekenhuizen (bijna 23 miljard euro zorgkosten) zijn te machtig, huisartsen (2,7 miljard euro) juist zwak. De ACM heeft de Landelijke Huisartsenvereniging al eens beboet wegens te veel samenwerking. Niemand wil een huisartsenkartel, maar de bestaande verhoudingen voldoen evenmin.

Binnen de kaders van de Zorgverzekeringswet moeten de verzekeraars hun werk doen, maar zij moeten zich meer rekenschap geven van hun rol ten opzichte van de huisartsen. Ook al reageren die soms wat overgevoelig. Verzekeraars moeten onder het mom van kwaliteit en kostenbeheersing huisartsen niet opzadelen met onnodige administratie en bureaucratie. Niet doen alsof het tekenen bij het kruisje onderdeel is van de zorgwet. Verzekeraars kunnen meer werk maken van samenwerking met wetenschappelijke verenigingen en zich op die inzichten baseren, zoals zij dat ook met succes deden tegenover medisch specialisten.

Minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) kan op twee manieren helpen om de relaties te normaliseren. De meeste lastige keuzes in de zorg zijn door de wet uitbesteed aan verzekeraars en artsen. Maar één lastige keus is er voor de minister en het parlement: wat moet wél en niet in het basispakket dat elke burger moet kopen? Verkleining van dat pakket volgens het motto zinnige én zuinige zorg wordt nu te gemakkelijk afgewezen.

De tweede bijdrage van Schippers is als vakminister tegen de ACM zeggen hoe de concurrentie in het zorgveld geregeld moet worden. Zij hint daarop in haar laatste zorgbrief. Minder ziekenhuisfusies, meer kansen voor andere, vernieuwende aanbieders. En dus ook: een evenwichtiger speelveld voor artsen en zorgverzekeraars. Daarin speelt ook geld een wezenlijke rol. Wie serieus wil dat huisartsen kostbare behandelingen en onderzoeken van ziekenhuizen overnemen omdat zij dit zelf ook effectief én goedkoper kunnen doen, moet daar ook geld voor beschikbaar hebben.

De huisarts is de poortwachter in het zorgstelsel. Hij verdient de ruimte om die kwaliteit te leveren.