Hof veel strenger dan rechtbank

De hoofdverdachten in de Klimop-zaak hebben „op grove wijze” vertrouwen geschaad, oordeelde het gerechtshof.

Het Amsterdamse gerechtshof was vrijdag niet mals: zeven van de twaalf verdachten in de vastgoedfraudezaak kregen in hoger beroep een hogere straf dan in eerste aanleg bij de rechtbank.

De Klimop-zaak draait om grootschalige fraude met vastgoedbeleggingen van Bouwfonds (nu Rabo Vastgoed) en het Philips Pensioenfonds. Via een groot netwerk van vastgoedprojectontwikkelaars en vastgoedhandelaren, accountants, notarissen en makelaars wisten de fraudeurs miljoenen weg te sluizen, vanaf midden jaren negentig tot de invallen van justitie in 2007.

In de zaak werden honderd personen en bedrijven verdacht. Twintig daarvan zijn voor de rechter gebracht, met een groot deel van de rest zijn transacties overeengekomen. Justitie besteedde meer dan 4 jaar aan het onderzoek.

Criminele organisatie

Het hof veroordeelde verschillende van de twaalf verdachten gisteren voor verduistering, valsheid in geschrifte, witwassen, omkoping en deelname aan een criminele organisatie. Dat had de rechtbank in Haarlem grotendeels ook gedaan.

Dat de straffen in een aantal gevallen nu hoger zijn uitgevallen komt omdat het hof meer zaken bewezen acht dan de rechtbank. Zo kreeg Will F., de voormalige directeur van het Philips Pensioenfonds, een hogere straf omdat het hof het nu wel bewezen acht dat hij zijn werkgever heeft opgelicht.

Een ander deel is verklaarbaar doordat de rechtbank nieuwe landelijke richtlijnen heeft gehanteerd voor de strafmaat. Het grootste deel van de strafverzwaring komt echter doordat het hof „de maatschappelijk impact van de fraude” zwaarder heeft meegewogen.

Zo wordt het de twee leiders van de fraude, Jan van V. en Olivier L., zwaar aangerekend dat ze het vertrouwen van hun werkgever Bouwfonds „op grove wijze” hebben geschaad door geld van hun werkgever te gebruiken om ‘potjes’ aan te leggen voor later. Dat Van V. zichzelf eigenlijk als ondernemer zag, vindt het hof een grove miskenning van de verhouding tussen werkgever en werknemer.

Valse facturen

Hoofdverdachte Van V. kreeg de hoogste straf: 7 jaar cel. Bij de rechtbank kreeg hij nog 4 jaar. „Ik weet hoe lang zeven jaar straf is: de afgelopen zeven jaar voelden ook als straf”, laat Van V. in een reactie weten.

De verdachten die geen ‘ondernemertje’ speelden maar echt zelf een bedrijf hadden, komen er ook niet gemakkelijk van af. Hun wordt bijvoorbeeld aangewreven dat ze valse facturen hebben uitgeschreven, terwijl de samenleving erop moet kunnen bouwen dat zulke geschriften juist zijn.

De uit zijn ambt gezette notaris Jan Karel K. wordt het zwaar aangerekend dat hij misbruik heeft gemaakt van zijn positie als „professionele geheimhouder”. Hij gebruikte zijn derdengeldrekening om geld wit te wassen en werkte mee aan allerlei verdachte vastgoedtransacties. Hij heeft daarmee het vertrouwen in een openbaar ambt als het notariaat „aanzienlijk beschadigd”, aldus het hof.

Opvallend is dat het Amsterdamse hof, net als de rechtbank in Haarlem eerder, de media-aandacht voor de zaak niet als reden voor strafverlaging ziet.

Over de vastgoedfraude zijn immers twee boeken verschenen waarin de verdachten met voor- en achternaam worden opgevoerd. Op die boeken van twee journalisten van het Financieele Dagblad zijn vervolgens weer een toneelvoorstelling en een tv-serie gebaseerd.

Het hof kan het zich voorstellen dat deze media-aandacht „een zware wissel” trekt op de verdachten en hun gezinnen. Gezien de impact van de fraude en de hoge posities van de verdachten, is dat volgens het hof echter niet „onredelijk”.

De verdachten en het OM kunnen nog in cassatie gaan tegen het vonnis bij de Hoge Raad. De partijen hebben nog twee weken de tijd om het arrest door te lezen en een beslissing hierover te nemen.

In een eerste reactie liet het OM weten met instemming kennis te hebben genomen van het vonnis. „De forse straffen zijn een krachtig signaal dat je ook met fraude niet wegkomt.”