Het mocht niet en Fokker deed het toch: pakketjes zenden

Het Nederlandse bedrijf Fokker zond stiekem Amerikaanse vliegtuigonderdelen naar Iran. Ze schonden handelsembargo’s, werden daarom aangeklaagd en betaalden 21 miljoen. Maar nu heeft een rechter die schikking afgekeurd: ze moeten strenger worden aangepakt.

Wat niet weet, dat niet deert. Het moet dat Hollandse spreekwoord zijn, dat rechter Richard Leon zo chagrijnig maakt.

Leon, van de rechtbank in Washington DC, buigt zich begin deze maand over een schikking die Fokker Services uit Hoofddorp in 2014 heeft getroffen met het Amerikaanse ministerie van Justitie. Fokker Services, dochter van Fokker Technologies, is aangeklaagd omdat het 1.153 pakketjes met Amerikaanse vliegtuigonderdelen naar Iran, Soedan en Birma heeft gestuurd. „Willens en wetens”, jarenlang, ondanks de handelsembargo’s.

Die lakse houding, die irriteert de Amerikanen. Het gezegde wordt twee keer expliciet geciteerd in de schikking. Uit een mailtje van een Fokkerwerknemer aan z’n baas en later uit een memo voor het management: „Als we het onze Amerikaanse leveranciers rechtstreeks vragen, stemmen ze niet in met export naar de ‘as van het kwaad’. Daarom passen we het Fokkerbeleid toe dat inhoudt: wat niet weet, dat niet deert.

Fokker moet dus 21 miljoen dollar aan de VS betalen, exact het bedrag dat het met de pakketjes heeft omgezet. Een gunstige deal, omdat het de overtredingen vrijwillig opbiechtte.

Dat bedrag móet hoger, schrijft Leon nu verbolgen, terwijl hij een dikke, rode streep door die schikking zet. De rechter, die zich in de jaren tachtig nog bemoeide met illegale wapenleveranties aan Iran, heeft wel vaker schikkingen vernietigd, soms tevergeefs. Dat dit „losgeslagen bedrijf” wegkomt met zo’n lage boete en niemand persoonlijk wordt vervolgd voor dit „schandelijke gedrag” in deze „post-9/11-wereld”, zint hem niet. Met uitroepteken: „Je kunt je niet voorstellen hoe een bedrijf met zo’n lange geschiedenis van bedrog en illegaal gedrag het ministerie van Justitie hiervan heeft kunnen overtuigen!” Schikking ongeldig, Fokker overweegt beroep.

Augustus 2009, Hoofddorp

De topman van Fokker Services in Hoofddorp zit een nijdig mailtje te tikken. Zijn nieuwe compliance-manager heeft net de top aangeraden niets wat uit de VS komt nog naar Iran te sturen. „Denk niet dat je alles wat naar Iran gaat kunt tegenhouden nu je deze functie hebt”, mailt hij, „anders zet ik je uit de functie.”

Fokker Services worstelt al jaren met de vraag: wat doen we met Iran? Het bedrijf, ontstaan in 1996 nadat de vliegtuigbouwer failliet ging, heeft de taak Fokkervliegtuigen in de lucht te houden. Ook in Iran vliegen Fokkers en daar moeten dus regelmatig reserveonderdelen heen. Die komen veelal uit de VS.

Export naar Iran mag van de Nederlandse wet, maar wie actief wil blijven op de Amerikaanse markt moet zich naar de regels daar voegen. Fokker schat de omzet van handel met Iran op 5 miljoen euro per jaar. „Moeten we dat opofferen om compleet in overeenstemming met de Amerikaanse regels te zijn?”, vraagt het bedrijf zich af. Het heeft al in 2008, op verzoek van Nederland, export naar militaire klanten stopgezet – al is het verschil tussen civiel en militair in Iran vaak niet duidelijk.

Ondertussen circuleren er werkinstructies en zwarte lijsten in het bedrijf. Fokker doet alleen zaken met Amerikaanse reparateurs die niet moeilijk doen over de eindbestemming van de onderdelen. Het bedrijf vervalst staartnummers, liegt soms dat een verzending voor de voorraad is en wist verwijzingen naar Iran van de computer. In juni 2010 biecht het, na zelfonderzoek alles vrijwillig op aan de Amerikaanse exportinstanties en schikt. Maar er zijn vragen over de vrijwilligheid. Fokker is namelijk al in een eerder onderzoek opgedoken.

Augustus 2008, Zandhorst

Een delegatie uit de VS staat in een kleine loods op het industrieterrein Zandhorst van Heerhugowaard. Onder hen special agent David Poole van het Bureau van Industrie en Veiligheid, dat toeziet op naleving van embargo’s. Poole doet onderzoek naar Aviation Services International, het bedrijf van Rob Kraaipoel en zijn zoon Niels.

Aviation Services wordt verdacht van het doorschepen van Amerikaanse vliegtuigonderdelen, parachutes en chemicaliën naar Iran, onder meer via Cyprus en de Arabische Emiraten. Dat klopt – en dat mag in Nederland. Toch werkt de Nederlandse overheid mee aan het onderzoek. De Amerikanen willen het bedrijf aanklagen voor schending van handelsembargo’s en liegen over de eindbestemming van militaire onderdelen.

Agent Poole doorzoekt de administratie en stuit ook op „één of twee dozen” documentatie over Fokker. Op aanraden van de Amerikaanse advocaat vertellen de mannen wie in Nederland vergelijkbare transacties doen. Zoals Fokker.

Tot verbazing van Amerikaanse advocatenblogs vliegen de Kraaipoels in 2009 vrijwillig naar de VS. En weer terug. Vader en zoon komen er vanaf met een lage boete en voorwaardelijke celstraf. Raar. „Hier wordt een grotere vis gevangen”.

Met Fokker gebeurt vervolgens niks. Met een andere Nederlander die in de documenten van de Kraaipoels staat wel. Ulrich Davis wordt in de VS opgepakt omdat hij transporten tussen de VS en Iran bemiddelt. Een veel grotere bijvangst van deze zaak is extra bewijsmateriaal tegen de ING, die het geldverkeer met Iran afhandelt voor de Kraaipoels. In 2012 moet de ING 619 miljoen dollar betalen voor illegale transacties met Cuba en Iran. Het ministerie van Justitie noemt Aviation Services expliciet.

Fokker rent in 2010 zelf naar de instanties. Maar wist het van de bekentenissen van de Kraaipoels en is er eigenlijk geen sprake van vrijwilligheid? Dat maakt uit voor de straf. Agent Poole is ervan overtuigd dat Fokker het wist, stelt hij in 2013 in een officiële verklaring. Die duikt vlak na de schikking in 2014 als een duvel uit een doosje op. Nieuwsdienst Bloomberg schrijft erover en rechter Leon begint te twijfelen aan de deal.

Nu ontstaat de vreemde situatie dat de aanklagers Fokker moeten verdedigen. Ze schrijven dat vóór de vrijwillige biecht geen officieel onderzoek naar Fokker is gestart en er geen bewijs is dat Fokker wist dat het was genoemd. Vooruit, Leon gaat ermee akkoord. Maar hij vindt de straf nog steeds te laag.

Februari 2015, Hoofddorp

Niemand weet hoe de zaak afloopt. Leon is niet per se tegen een schikking, schrijft hij, als de straf maar hoger wordt.

Is een hogere boete fataal voor Fokker Services? 21 miljoen dollar kan het bedrijf, dat in een precaire financiële situatie zit, dragen. Anders sloot het de deal niet. Maar een veelvoud mogelijk niet, ook al staat het er nu beter voor, zegt het zelf.

En er blijven vragen. Waarom werd Fokker na de bekentenissen van de Kraaipoels niet onderzocht? Waarom kreeg Fokker zo’n gunstige deal, vergeleken met wat banken moesten betalen? Analisten, onder wie hoogleraar Marcel Pheijffer van Nyenrode in Het Financieele Dagblad, speculeren over de 37 JSF’s die Nederland gaat kopen. Moederbedrijf Fokker Technologies is toeleverancier. Door zo de zaak te schikken, is het gedoe voorbij en loopt Fokker niet te veel schade op. Die relatie wordt vooralsnog door niemand bevestigt.