Het gas werd geoogst als de specerijen in de Oost

Schat Den Haag het rapport van de Onderzoeksraad over Groningen wel op waarde? Volgens mij moet ‘Aardbevingsrisico’s in Groningen (1954-2014)’ van vorige week plechtig worden geëxposeerd in een vitrine in het Nationaal Archief. Het is miljarden euro’s schadevergoeding waard. En het stelt objectief een vertrouwensbreuk vast tussen burgers van een complete provincie en de Staat, nota bene als direct gevolg van overheidshandelen.

Tjibbe Joustra van de Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft met dit rapport de staat juridisch en bestuurlijk soepel gevloerd. Het trof mij als bewijsstuk nummer één in een schadeprocedure tegen de staat. Dit is echt een grote kwestie. Zelden leest men een rapport waarin de conclusies ook harde juridische termen bevatten. Meestal worden die vermeden of in bestuursjargon gezwachteld. Hierin staat ronduit dat de overheid en de NAM bij hun besluiten over de gaswinning de veiligheid van de burgers van Groningen niet overwogen. Zij zijn niet zorgvuldig omgegaan met de veiligheid van de burgers. Risico’s werden als verwaarloosbaar afgedaan; onzekerheden daarover genegeerd. Dat is akelig hard.

Een beetje procestijger schroeft dan de dop van de vulpen, tast naar een leeg blaadje voor de dagvaarding en bladert in de jurisprudentie. Recht op veiligheid, op gezondheid, op rustig genot van het gezinsleven. Wat zeiden de mensenrechters in Straatsburg daar eerder over? Is ‘Groningen’ analoog aan de zaak Kolyadenko, waterschade door lozingen van een overheidsbedrijf? Of eerder met Fadeyeva – de staalfabriek die de lucht verpestte? Het hof erkende toen de positieve plicht (van Rusland) om gezondheidsaantasting van burgers te voorkomen en een „eerlijke balans” te bewaren tussen economisch profijt en gezondheid van burgers. Of is dit misschien Budayeva, toen de staat naliet om tijdig omwonenden te evacueren, waarna een modderstroom velen het leven kostte? Zo ver is het hier nog niet. Maar gestutte huizen en overspannen inwoners zijn er al genoeg.

De bestuurlijke conclusies steunen de juridische aansprakelijkheid. Er bleek een ‘besloten en gesloten stelsel’ gericht op consensus georganiseerd. De overheid zat er in de persoon van één minister niet alleen bij als hoeder van het algemeen belang, maar ook als kassier, belanghebbende bij de opbrengst. Het rijk en de exploitant voelden ‘urgentie noch verantwoordelijkheid’ om hun kennis te ontwikkelen en zo onzekerheden te reduceren. De NAM heeft met ‘deze passieve houding geen invulling gegeven aan haar zorgplicht’. De bejegening van de burger was technocratisch en paternalistisch en joeg de onrust aan.

Het gas werd in het Noorden dus geoogst zoals ooit de specerijen in de Oost. Operatie Product in wingewest Groningen, waarbij aan het morren van het volk en het kraken der huizen geen betekenis werd toegekend. Joustra verklaart de aanpak van de gaswinning in de afgelopen decennia failliet. Het rijksbeleid zat vol structurele en inhoudelijke fouten. Tijd om af te rekenen dus.

Aan welke vereisten moet een onrechtmatige overheidsdaad ook alweer voldoen, vraagt de jurist zich dan meteen af. O ja: onrechtmatigheid, toerekenbaarheid, relativiteit, causaliteit en schade. En dan moet de claim niet verjaard zijn, de burger geen eigen schuld dragen of de schade hebben kunnen beperken. Dat is hier niet zo moeilijk. Het Burgerlijk Wetboek heeft er in Boek 7 een apart artikel voor (177) voor. Daarin wordt de exploitant van een mijnbouwwerk direct aansprakelijk gesteld voor ‘bewegingen van de bodem als gevolg van de aanleg of de exploitatie van dat werk’. Tot op vandaag wordt in Limburg nog geprocedeerd over schade aan huizen door het uitgraven van de steenkoollagen. Mijnbouw is traditioneel groot geld en grote schade – en daarom verbaast achteraf het bestuurlijke wegkijken en rietje-turen in Groningen mij ook. Pas nu wordt de omvang van de gaswinningsschade echt duidelijk. En dan niet alleen aan de huizen, maar ook en vooral aan de geloofwaardigheid van de rijksoverheid.