Gelukzoekers

China is een magneet voor starters. Ook Nederlandse gelukzoekers wagen zich hieraan. Het grootste probleem? „Traag internet.”

Foto’s Patrick Wack

Over zware luchtvervuiling in China klagen buitenlandse ‘starters’ zelden, over ondoorzichtige regels ook niet, maar over het tergend trage internet en de snel stijgende salarissen van Chinese werknemers des te meer. Alle spookverhalen ten spijt – ook die over bureaucratie en corruptie – werkt China als een magneet op beginnende ondernemers. Shanghai en Beijing zijn startup-centra aan het worden.

In de eerste plaats gaat het uiteraard om jonge Chinezen die net zo rijk willen worden als voormalig leraar Engels Jack Ma van internethandelshuis Alibaba. In het jaar van de beursgang van Alibaba steeg het aantal beginnende ondernemers met 48 procent naar 3,86 miljoen. Ma is hun god en goeroe.

Exacte cijfers over het aantal buitenlanders in het snel uitdijende leger van beginnende entrepreneurs zijn niet beschikbaar, maar volgens de Europese Kamers van Koophandel is er sprake van een toename. „De tijd dat alleen grote en middelgrote Nederlandse en Belgische bedrijven naar China kwamen, is voorbij. De starters vormen duidelijk een nieuwe golf”, denkt Tanja Smits van de Belgisch-Nederlandse Kamer van Koophandel. Buitenlandse starters gaan hun eigen weg, blijven buiten de statistieken en maken doorgaans geen deel uit van grote handelsmissies, zoals die van premier Rutte, die volgende maand weer naar China komt.

Slimme innovatieve buitenlanders, die met eigen en van familie geleend geld kleine bedrijven opzetten, zijn meer dan welkom in China, zei premier Li Keqiang vorige week. Zij moeten bij de hervorming van de Chinese economie zelfs een cruciale rol spelen. Li sprak over „zonsopgangbedrijfjes” op het gebied van hightech, medische apparatuur en duurzame energie, die de rol van economische motor overnemen van de zware industrie. Li kondigde ook nieuwe, liberalere wetgeving aan voor durfkapitalisten en maakte bekend dat de overheid starters gaat helpen met 6,7 miljard euro aan durfkapitaal. Mao Zedong en diens antikapitalistische revolutionairen zouden hun land niet meer herkennen.

Kruissnelheid

„Een bedrijf opzetten, personeel werven en een betaalbare locatie vinden is helemaal niet meer zo moeilijk in China. Maar dan begint het pas. Op hoogte en kruissnelheid komen, winst maken en winst blijven maken, dat is pas moeilijk”, zegt Pascal Coppens van het anderhalf jaar oude Letsface.com, dat wordt gefinancierd met durfkapitaal van de Belgische federale overheid en nu op zoek is naar nieuw kapitaal.

Coppens’ bedrijf, dat „is weggestoken” in een Shanghaise ‘long’ (steeg), organiseert evenementen waarop bedrijven de wensen en smaken van hun klanten in kaart kunnen brengen, en aan hun merk kunnen bouwen. Datamining „op een leuke manier”, noemt de Gentenaar dat.

Na de succesvolle start ook werkelijk vaart maken, is de zorg van alle beginners. De meesten slagen daar niet in. Minstens 80 procent van alle startups in China mislukt, ook bij de buitenlanders.

Onno Schreurs, eigenaar/directeur van www.diningcity.cn, een tweetalige restaurantgids, vergelijkbaar met Iens: „Ik heb drie jaar lang in mijn eigen appartementje in een soort overlevingsmodus gewerkt.” Sinds begin vorig jaar gaat het beter. „Maar er zijn nog wel momenten dat de zenuwen mij door de keel gieren, bijvoorbeeld als ik mijn mensen niet kan betalen.”

Slechts een keer stond hij op het punt op te geven en terug te gaan naar Amsterdam. „Maar China is zo’n spectaculair land voor een ondernemer, als je de cijfers even op je laat inwerken sla je steil achterover van de mogelijkheden.” De grote mogelijkheden oefenen enorme aantrekkingskracht uit, ondanks het feit dat de cowboytijd in de Chinese economie voorbij is.

Ook op Rina Joosten-Rabou, mede-oprichtster van SeedlinkTech, dat computertechnologie combineert met linguïstiek en kunstmatige intelligentie. Met de experimentele software van Seedlink kunnen ondernemingen uit tienduizenden sollicitaties de juiste selectie maken.

Joosten-Rabou: „Met 800 miljoen professionals en 200 miljoen afgestudeerden in 2020 wordt het voor bedrijven steeds lastiger de juiste keuzes te maken, want iedereen dikt zijn cv aan en liegt een beetje in de sollicitatiebrief. Onze algoritmes kunnen op basis van taalgebruik voorspellen wie het beste past bij de baan. We nemen interviews af via WeChat [een soort WhatsApp, red.], dat is de toekomst.”

En, zegt zij op haar kantoor in Shanghai: „Het klimaat voor startups is heel goed aan het worden, er is veel kapitaal beschikbaar aan het komen en er zijn geen belemmerende regels voor de bescherming van privacygevoelige data.”

Geen wonder dat Joosten-Rabou kan rekenen op belangstelling van bedrijven als Unilever en L’Oreal. De sleutel tot succes is volgens haar dat ze vrijwel alleen met Chinezen werkt. „Ik ben de enige ‘laowai’ [buitenlander] in ons team en dat helpt om beter zaken te doen in China. Ik vertegenwoordig ons naar buiten toe, een buitenlands gezicht vinden Chinezen belangrijk.”

Succesvolle starters lopen de grote beurzen van Kanton en Shanghai af of nemen deel aan de bijeenkomsten van de Kamers van Koophandel, waar ook veel Chinese investeerders komen. Dat kost allemaal tijd en wie haast heeft, of te direct is in de omgang, mijdt China beter.

Guanxi

Tom Schutyser van Riverbanks Investments, dat Europese bedrijven helpt de weg te vinden in financieel China, heeft bewondering gekregen voor ‘guanxi’, de Chinese manier van relatievorming. Schutyser, een Chinees sprekende Leuvenaar: „Dat hoeft heus niet iedere keer een drankbacchanaal te worden. Het cliché klopt soms wel, maar ik zie dat als begrijpelijke, warme gastvrijheid. De manier waarop Chinezen aan guanxi doen is heel subtiel, daar kunnen wij veel van leren. Er wordt intensief gecommuniceerd en met al die kleine beetjes info wordt de puzzel steeds opnieuw gelegd. Het is als in een bijenkorf.

Pascal Coppens, die ook vloeiend Chinees spreekt: „Heel veel hangt af van persoonlijke relaties, want er moeten altijd veel problemen worden opgelost. Je tekent een contract, je denkt een afspraak te hebben, maar het gaat altijd weer anders omdat weer iemand een andere mening blijkt te hebben. Het gaat altijd ingewikkelder dan je denkt, je moet superflexibel zijn en improviseren, want alles gaat óf verkeerd óf anders dan je had verwacht.”

Onno Schreurs grijnst breeduit: „Als het om overheidsrelaties gaat, heb ik vooral te maken met de belastinginspecteur. Eindelijk heb ik een hele goede accountant kunnen vinden die goede relaties op het belastingkantoor heeft. Dat is echt cruciaal en bespaart heel veel gezeik. Ik beschouw de belastinginspecteur als de strenge juf op school die wil dat alles perfect in orde is. Dat lukt tot nu toe heel goed.”

Bram Broeken van Design2Gather, dat industriële ontwerpers in contact brengt met opdrachtgevers en erop toeziet dat de producten – in zijn geval krabpalen voor katten en cricketmateriaal – ook goed gemaakt worden in de fabrieken bij Shanghai: „Het beste is toch met een partner te werken die China al heel goed kent of door een Chinese investeerder binnen te halen. Daar ben ik dan ook mee bezig.” Bang dat hij op die manier zijn bedrijf kwijtraakt, is hij niet. „Een kwestie van goede afspraken maken en een beetje vertrouwen geven. Vertrouwen opbouwen is hier belangrijk.”

Een Chinese partner weet bovendien sneller de weg in de Chinese bureaucratie. Zeker in de financiële sector veranderen de regels in hoog tempo en krijgen bedrijven soms maar een paar dagen de tijd om nieuwe wetten uit te voeren. Schutyser: „Het beste is daar niet moeilijk over te doen, want je kan niet alles snappen en doorgronden. Het waarom van nieuwe regels is niet altijd duidelijk, ook niet voor de overheid zelf, het beste is daar niet bij stil te staan, maar oplossingen te zoeken.”

Tussen relatievorming en corruptie loopt een voor nieuwelingen lastig waarneembare grens. Horecaman Schreurs: „Clean opereren is zeker in de restaurantsector heel moeilijk, want er zijn zoveel restaurants die mij zwart willen betalen. Maar daar begin ik niet aan, het moet kloppen, tot op de laatste bon. Ik ben wel gek als ik daaraan begin.” Ook Coppens weet uit ervaring dat bij het organiseren van grote, luxe evenementen veel zwart geld onder de tafel wordt aangeboden. Maar, zegt hij, „daar doen wij categorisch niet aan mee, want je weet niet in welk moeras je terecht komt, zeker nu met de anti-corruptiecampagne”.

Traag internet

De meeste online-startups hebben in de beginfase weinig met overheidscorruptie te maken, grote bedrijven hebben daar meer last van of weten daarmee om te gaan. Een veel groter probleem is voor de dotcom-starters de traagheid van het internet als gevolg van de censuur. Voor Bram Broeken is het internet cruciaal, de helft van zijn zaken doet hij online. „Het is een ramp als wij er helemaal uitliggen, gelukkig gebeurt dat niet iedere week.”

Google Mail is soms dagen niet bereikbaar zonder speciale vpn-software, die bovendien ook steeds slechter functioneert. Pascal Coppens van Letsface legt bij grote evenementen zijn eigen, dure intranetwerken aan. „Gisteren hadden wij de hele dag geen internet, dan kunnen wij met zijn dertigen hier niets doen, want je mag niet je eigen netwerk opzetten”, zegt hij schouderophalend.

Probleem nummer 2 is personeel werven en behouden in een land waar de salarissen met gemiddeld 12 procent per jaar stijgen – en in de IT-sector zelfs met 30 procent. Onno Schreurs: „Chinese werknemers zijn niet loyaal. Hen behouden kost veel tijd en aandacht. Probleem is daarbij dat de salarissen heel snel stijgen. Echte toppers moet je op je knieën vragen. Is het niet naar hun zin, dan zijn ze zo weg. Ik lees mij suf aan managementboeken, maar heb de oplossing nog niet gevonden.”

Coppens: „Echte goede, ervaren Chinezen in de IT-sector vragen absurde startsalarissen vanaf 5.000, 6.000 euro per maand. Dan nog zijn zij moeilijk te houden, want zij werken liever voor Chinese bedrijven die meer groeimogelijkheden bieden. Grote bedrijven als Alibaba, Baidu en Tencent halen de toppers al binnen als zij nog op de universiteiten zitten. Wij zoeken daarom nu buiten China, want buitenlanders zijn goedkoper. Vooral Russen, Fransen, Britten. Zij houden hier netto meer over dan in Europa. China is in mijn sector allang geen lagelonenland meer.”

Hebben ze dan geen heimwee naar Nederland of België? „Het ondernemersklimaat is hier veel beter, alles gaat veel sneller”, vindt Pascal Coppens. „Nederland is heerlijk om uit te rusten”, lacht Rina Joosten-Rabou, „maar na een paar weken verlang ik weer naar de drukte en de chaos van Shanghai.” Onno Schreurs: „Ja, het leven in Shanghai wordt steeds beter, ondanks de smog. Ik ga alleen naar Nederland voor familie, vrienden en om merkkleren te kopen, want die zijn hier drie maal zo duur.”