‘Er is nooit tijd voor zomaar spontaan een kopje koffie’

Lore Elzinga (36) en Daniel Nagel (36) houden van sport. Zij heeft een eigen bedrijf, hij doet naast zijn werk aan triatlons en sport twintig uur per week. „Je raakt verslaafd aan de endorfine.”

Daniël Nagel: „Onze regel: als het niet in de agenda staat, gebeurt het ook niet.” Foto David Galjaard

‘Hij deed mee met het WK’

Daniël: „Ik sport ongeveer vijftien tot twintig uur in de week. Vanochtend ben ik om half zes opgestaan voor een duurloop van twee uur.”

Lore: „Hij doet aan triatlons, dus zwemmen, fietsen en hardlopen. Hij zit bij een eredivisieteam en heeft een eigen coach.”

Daniël: „Ik ben er serieus mee bezig sinds 2012. Ik deed altijd al wel aan hardlopen, maar door blessures moest ik ook gaan zwemmen en fietsen. Daar raakte ik verslingerd aan.

Het leukste vind ik zwemmen, dat is zo’n technische sport.”

Lore: „In september heeft hij meegedaan met het WK IronMan 70.3 in Canada. Dat is 2 kilometer zwemmen, 90 kilometer fietsen en 21 kilometer hardlopen.”

Daniël: „Je raakt verslaafd aan de endorfine die loskomt. En je wilt jezelf telkens verbeteren. Het WK deed ik in 4.28 uur.”

Lore: „Hij was de beste Nederlander.”

Daniël: „Maar er deden niet zoveel Nederlanders mee hoor.”

Lore: „Je stond wel op plek 300 van de wereld.”

‘Heb ik geen zin, dan ga ik juist’

Lore: „Vroeger reed ik elke dag paard, en nu sport ik ook drie keer in de week. Dus ik herken die drang om te sporten, en ik ben trots op hem. Aan de andere kant baal ik er ook wel eens van dat hij zoveel weg is. We hebben drie kinderen, ik heb een eigen bedrijf en hij heeft een drukke baan. We zijn dus altijd bezig, doen nooit niks.”

Daniël: „Onze dagen zijn heel strak ingepland. Ik heb eigenlijk nooit even tijd om zomaar een kopje koffie te drinken of spontaan te blijven plakken. We hebben onze agenda’s aan elkaar gekoppeld. Onze regel: als het daar niet instaat, dan gebeurt het ook niet. Ik vergeet wel eens een training of wedstrijd erin te zetten, en dan krijg ik op mijn lazer en moet ik veel onderhandelen om het nog goed te krijgen.”

Lore: „Dat moet ook wel, we hebben zoveel dingen te doen. Het voelt wel eens een beetje als een race tegen de klok.”

Daniël: „’s Avonds, tussen tien en half elf praten we bij, daarna gaan we naar bed. En na een zware training val ik eigenlijk gelijk in slaap.”

Lore: „Wij zijn er natuurlijk ook wel eens moe van. Maar omdat ik voor mezelf werk, krijg ik daar weer energie van. Dat voelt als iets voor jezelf. Als ik veel thuis zou zitten met de kinderen, zou ik denk ik nog vaker moe zijn dan hoe we het nu doen.”

Daniël: „Ik krijg energie van het sporten, heb er eigenlijk altijd wel zin in. En als ik er geen zin in heb, zie ik dat ook als mentale training. Zo van: ik heb er geen zin in, dus ik ga nu juist.”

‘Boodschappen halen we online’

Daniël: „Er gaat veel geld naartoe. Je betaalt contributie voor drie verschillende sporten. En op een of andere manier wil ik altijd het beste van het beste. Zo heb ik al drie fietsen, en leg ik alsnog een belachelijk bedrag neer voor een fiets van bijna twee keer mijn maandinkomen. We hebben gelukkig allebei een eigen rekening voor zulke dingen.”

Lore: „We hoeven niet zuinig te leven, al letten we wel op met boodschappen doen. Die bestel ik een keer in de week online, en dan haalt Daniel ze de volgende dag op bij een pick-up point.”

Daniël: „Ik ga dan uit mijn werk langs, en twee minuten later zet iemand je boodschappen in de auto. Ideaal, dan hoef je nooit de winkel in met de kinderen.”

Lore: „En ik hoef nooit na te denken wat we die avond gaan eten.”

Daniël: „Ik eet geen snelle suikers en tussen de middag geen koolhydraten. Alleen maar vetten en eiwitten en vegetarische producten. Ik ga na het avondeten meestal sporten, veel vlees schiet niet op tijdens trainingen.”

Lore: „Wij koken wel ‘normaal’, maar dan voor Daniël wat aangepast.”

‘Oma helpt mee in het huis’

Lore: „Ik werk twee a drie dagen in een kantoor met andere ondernemers, en een dag thuis. Ik vind het leuk om mensen om me heen te hebben.”

Daniël: „ Jetse zit dan op de crèche. En mijn moeder is hier ook anderhalve dag per week, zij woont in de buurt.”

Lore: „Zij helpt ook wel heel erg mee in het huishouden. Als zij oppast maakt ze ook altijd heel veel schoon. Dan komen we terug van werk en is het heel netjes hier.”

Daniël: „Daarna wordt het steeds rommeliger. Maar we hebben er nooit woorden over.”

Lore: „Een keer in de twee weken komt de schoonmaker. En ik heb wel eens een opruimbui.”

Daniël: „Ik doe in het huishouden meestal de vaatwasser en het vuilnis. Ik probeer om een uur of vijf thuis te komen, om dan iets met de kinderen kan gaan doen. En om de twee weken werk ik thuis op vrijdag, dan zie ik ze ook.”

Lore: „Ze zijn ook vaak in de kamer aan het sporten, op Daniëls sportschoenen. Wessel zit nu op zwemles.”

Daniël: „Ik hoop heel erg dat hij wedstrijdzwemmen leuk gaat vinden. De beste triatlonatleten komen daar vandaan.”