‘Dit systeem leidt niet tot verduurzaming’

Eneco-topman roept politici op om weg vrij te maken voor transitie naar duurzame en decentrale energievoorziening. „Dit kan zo niet langer”.

„Elk jaar dat we mensen niet stimuleren om een deel van hun energie zelf op te slaan, is weggegooid.” Foto Robin Utrecht

Er zijn niet veel Nederlanders te vinden die het gasgebouw op dit moment een voorbeeld zouden noemen. Het ‘gesloten bolwerk’ dat in de jaren zestig werd opgericht om het Nederlandse gas te exploiteren, ligt juist dezer dagen onder vuur. Maar de gedachte aan intensieve samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven om een transitie mogelijk te maken, blijft Jeroen de Haas goed vinden. „Toen gingen we van steenkool naar gas en moest het hele netwerk worden omgebouwd. Nu zitten we in een vergelijkbare transitie: van gas naar duurzaam. We hebben een nieuw gebouw nodig.”

De Haas geeft sinds 2007 leiding aan het energiebedrijf Eneco. Hij werd onlangs opnieuw benoemd tot 2019 door de raad van commissarissen.

Wie anderhalf uur met De Haas in één kamer zit, krijgt een beeld voorgeschoteld van een totaal veranderende energiewereld. Thuis merken we daar nog weinig van: we koken op gas en draaien het licht aan als we zin hebben. Maar in feite leven we in de laatste fase van een verouderd systeem dat draait op fossiele brandstoffen, olie en gas. De Haas zal tijdens het interview minstens vijf keer zeggen dat het zo niet langer kan. „Dat gaat een keer mis”. Of „Het wordt gewoon te duur”.

Wat kan zo niet langer? Het antwoord is simpel: centraal energie opwekken in grote elektriciteitscentrales. Decentraal en duurzaam is de toekomst: energie uit zon en wind. Ondergebracht in een lokaal systeem. Maar dat vereist wel een totaal ander systeem. „We gaan van één grote centraal opgewekte stroom energie naar een systeem van heel veel lokaal opgewekte kleine stroompjes.” Die moeten wel met elkaar in evenwicht gebracht worden en daarbij is een hoofdrol weggelegd voor de klant die zijn gebruik moet gaan aanpassen aan de beschikbaarheid, of zelf energie gaat opslaan. In de toekomst zal de nadruk niet meer liggen op de productie van gas en stroom die op de vrije markt wordt verhandeld. Maar op een directe band tussen producent en afnemer.

Het windpark dat Eneco in Delfzijl neerzet voor het datacentrum van Google is een eerste stap naar de nieuwe klantrelatie. Een begin van de nieuwe strategie van het energiebedrijf.

„ Alle stroom gaat straks naar Google. Maar ze zijn nog geen aandeelhouder. Daar willen we wel naar toe. Een directere relatie tussen productie en klant. Een volgende stap is bijvoorbeeld een chemisch bedrijf dat de productie kan aanpassen aan de beschikbaarheid van stroom uit zon en wind.”

Waarom zou zo’n bedrijf dat doen? Ze kunnen op dit moment op de markt goedkoop inkopen.

„Maar wij verwachten dat er meer duurzame energie komt en dat de prijzen nog lager zullen worden als het waait of de zon schijnt. Dat maakt het voor een bedrijf economisch aantrekkelijk om zijn productie aan te passen.”

Hoe gaat dat dan in zijn werk?

„Dan geven wij het bedrijf een signaal: nu moet je alles openzetten, want je krijgt van ons geld als je overvloedige windenergie afneemt. Dus wij gaan geld uitdelen.”

Daar word je niet rijk van.

„Maar wel van balanceren van het systeem. Als het hard waait en wij hebben veel windenergie in ons systeem, moeten we dat ergens kwijt. Wij zoeken dus klanten die in staat zijn de inname van elektriciteit op te voeren. Voor die flexibiliteit willen wij betalen. Je kunt die slag ook maken met elektrische auto’s. Een batterij die niks staat te doen kun je gebruiken om stroom op te vangen. Als er voor de gebruiker maar voldoende stroom in zit als hij de auto wil gebruiken.”

Dat betekent dus ook een andere energiemarkt?

„In een duurzaam systeem wordt de vrije markt totaal anders. Het huidige stelsel is gebaseerd op een fossiel systeem, op grote centrale, fossiele bronnen. Maar als meer dan 50 procent uit zon en wind bestaat, werkt dat niet meer. Dan moet je heel veel doen om dat systeem in balans te houden. Dan kun je niet zo maar ineens windmolens op het systeem duwen. Dan moet je een nieuwe omgangsvorm vinden met de klant.”

Dus die vrije markt, die met veel pijn en moeite is opgetuigd, is alweer bijna achterhaald?

„Ja, tegen 2022 heb je al enorme veranderingen. Dan zijn er slimme netten aangelegd. Is er stroomopslag mogelijk. En ICT beschikbaar om dat te regelen. In 2030 is het systeem fundamenteel veranderd.”

Maar eigenlijk doen alle energiebedrijven dat nu: diensten en ICT aanbieden aan klanten. Dat wordt een bloedige concurrentieslag.

„En die gaan we alleen winnen als we goede partners vinden. Ook internationaal. Maar wij zijn al sinds 2007 bezig met dit soort oplossingen. Toen heette dat nog een nichemarkt, maar nu doet iedereen het. Je moet wel vaart kunnen maken. Als je meer centrale, fossiele productie op je balans hebt, is het probleem groter. Want die komt in de nieuwe wereld gewoon niet meer voor.”

Wie gaat er geld steken in die ontwikkeling?

„Dat kunnen andere energiebedrijven zijn. Neem Toon, onze slimme thermostaat waarvan we binnenkort de honderdduizendste installeren. Die verkopen we nu ook los, zodat ook andere energiebedrijven hem kunnen gebruiken. Bovendien is Toon nu ook open source geworden waardoor je er allerlei andere apps op kunt zetten. We willen Toon ook internationaal in de markt zetten en daar hebben we dus internationale partners voor nodig. De komende maanden worden wat dat betreft erg spannend voor ons.”

Wat is uw grootste frustratie?

„Dat de regelgeving zo ver achterloopt. Iedereen ziet toch wat er gebeurt? Maar de regels lopen achter. De splitsing van productie en netbeheer is totaal achterhaald. Ook het feit dat we nog altijd verplicht zijn om naast elektriciteitsleidingen ook gasleidingen aan te leggen, zelfs op plaatsen waar nauwelijks meer gas wordt afgenomen. Ik had niet verwacht dat het zo moeilijk zou zijn om het stelsel te veranderen.”

Kan de overheid het tempo wel bijhouden?

„Nee.”

Dat is toch een kwestie van prioriteiten stellen?

„Ja. Het is een energierevolutie die dezelfde trekken heeft als de internetrevolutie. Voor een deel gaan die twee revoluties zelfs samen. Daar zouden we als land extreem veel baat bij kunnen hebben. Als we voorop zouden lopen.”

Maar we lopen juist achter.

„Wel als het gaat om verduurzaming, maar niet als het gaat om startups die hierop kunnen inspringen.”

Is het een kwestie van politieke durf?

„Nee, eerder inzicht in de totale problematiek. Een gebrek aan vertrouwen tussen energiebedrijven en overheid.”

Maar daar hebben we toch het Energieakkoord voor?

„Dat moeten we snel aanvullen. Nu is het te veel gericht op de bestaande markt. Ik vind dat we een andere markt nodig hebben. Daar moet de overheid iets aan doen. Dit marktsysteem leidt niet tot verduurzaming. De overheid moet steeds inspringen om het te laten werken, dat wordt onbetaalbaar.”

Hoeveel tijd hebben we nog?

„Elk jaar dat we mensen niet stimuleren om een deel van hun energie zelf op te slaan en niet alles wat ze opwekken op het net te zetten, is weggegooid. Het is toch eigenlijk te gek voor woorden dat je zou betalen om een gascentrale stand-by te staan om de oude markt in stand te houden? Terwijl de technologie steeds meer andere mogelijkheden biedt.”