De trein rijdt, maar de gemeente Delft komt nog miljoenen tekort

Na zes jaar bouwen gaat het station vandaag open. Maar de gemeente staat op de rand van bankroet. Het ontwikkelingsplan rond de spoorzone bleek veel te optimistisch. Wat ging er mis?

Het spoorviaduct spleitte Delft in twee. In het vrijgekomen gebied moet Nieuw Delft verrijzen. foto Google Earth

De eerste indruk: wat laag. De tweede indruk: wat mooi.

Veel hoofden zullen achteroverbuigen als vandaag het nieuwe station van Delft in gebruik wordt genomen. Het plafond trekt alle aandacht. Over een oppervlakte van 7.700 vierkante meter is een plattegrond van Delft uit 1876 op de lamellen geprint. In Delfts blauw. De bescheiden hoogte tussen vide en plafond is bij zoveel inventiviteit geen bezwaar meer.

De opening van het station, inclusief spoortunnel van 2,3 kilometer en een ondergrondse stalling voor 5.000 fietsen, markeert een grote verandering voor Delft. Vorig weekend reed de laatste trein over het kenmerkende viaduct dwars door de stad. Deze week werd het bestaande spoor aangesloten op de spoortunnel. Vanaf vandaag rijden de 350 treinen die Delft dagelijks passeren, onder het centrum door. Het viaduct uit de jaren 60 en het oude spoor worden afgebroken. Het 19de eeuwse stationsgebouw, van NS, krijgt een nog onbekende horecabestemming. Het einde van zes jaar werkzaamheden rond station Delft komt in zicht.

Zonder hulp redden ze het niet

Tot zover het goede nieuws. Delft staat aan de rand van een bankroet en onder verscherpt toezicht – zeg maar curatele – van de provincie Zuid-Holland. Het college van B en W ziet geen uitweg uit de financiële problemen en hanteert voor de komende vier jaar een niet-sluitende begroting. De wethouder Financiën: „De grens is echt bereikt.” De wethouder Grondzaken en Vastgoed: „Zonder hulp van buiten gaan we het niet redden.”

Het nieuwe station is niet de oorzaak van de financiële ellende. ProRail heeft het station en de spoortunnel naar eigen zeggen gebouwd binnen de geplande tijd en het geplande budget. De gemeente beaamt dat.

Tegenvallers bij de ontwikkeling van het ambitieuze stadsvernieuwingsproject Spoorzone Delft zijn volgens de gemeente de oorzaak. Tussen de historische binnenstad en het westelijke deel van Delft verrijst een nieuwe woonwijk, met veel groen en water, gereed in 2030. Nieuw Delft, gebouwd op het dankzij de tunnel vrijgekomen gebied, verbindt de twee stadsdelen die door het spoor waren gescheiden.

De totale kosten van ruim 1 miljard euro worden gedragen door het ministerie van Infrastructuur en Milieu (583 miljoen), de gemeente Delft (264 miljoen), de provincie Zuid-Holland en de stadsregio’s Rotterdam en Haaglanden (samen 155 miljoen). Delft zou, zo was de bedoeling, de bijdrage aan de Spoorzone betalen uit grondverkoop aan projectontwikkelaars die de geplande 1.200 woningen van Nieuw Delft gingen bouwen.

De crisis gooide roet in het eten. De grondprijzen daalden, ontwikkelaars trokken zich terug, huizenkopers bleven weg. Inmiddels telt het plan 800 woningen. Een mogelijk tekort dat begin vorig jaar nog op 30 tot 60 miljoen euro werd geraamd, liep bij een tweede onderzoek op tot mogelijk 80 miljoen euro.

Die situatie, in combinatie met onder andere tegenvallers uit grondexploitatie elders in Delft, leidde in de vorige collegeperiode al tot bezuinigingen van 57 miljoen euro, op een totale begroting van circa 350 miljoen. Voor de periode 2015-2018 zou nog eens 18 miljoen moeten worden bezuinigd om de begroting rond te krijgen. B en W stopten bij 12 miljoen. Verder bezuinigen zou leiden tot onaanvaardbare afbraak van voorzieningen, zoals bibliotheken en buurthuizen.

Gevolg: een tekort van ruim 11 miljoen voor dit en volgend jaar, bijna 8 miljoen in 2017 en ruim 6 miljoen in 2018. De enige mogelijke oplossing voor Delft is coulance van provincie en Rijk. Omdat de gemeente de begroting eind vorig jaar niet alleen niet-sluitend maar ook te laat vaststelde, staat Delft nu onder verscherpt toezicht van de provincie. Een artikel 12-regeling, waarbij de gemeente onder curatele komt te staan, is nog niet aan de orde.

Gemeentelijke overmoed

De gevolgen voor de inwoners zijn aanzienlijk. Volgens het blad Binnenlands Bestuur zijn de woonlasten in Delft 13 procent hoger dan elders. Binnen de 35 grootste gemeenten heeft Delft 9 procent meer onroerendezaakbelasting (ozb) en 16 procent meer reinigings- en rioolheffingen. Met gemiddelde lasten van 800 euro per woning is Delft de op een na duurste grote gemeente.

En dan zijn er nog de bezuinigingen op voorzieningen. Had het college maar naar ons geluisterd, zegt Lieke van Rossum, fractievoorzitter van oppositiepartij SP. „Jaren geleden waarschuwden we al voor deze prestigeprojecten. Er is nooit een onafhankelijke risicoanalyse gemaakt en de businesscase van de Spoorzone bleef lange tijd geheim.” De raad gaat onderzoeken hoe het zo kon misgaan.

Voor veel Delftenaren is het nieuwe stadskantoor symbool van de gemeentelijke overmoed. ‘De diamant van Delft’, zoals het gebouw van Mecanoo architecten wordt genoemd, bevat op de begane grond het station. De lagen daarboven zijn bestemd voor het stadskantoor. Vanaf 2017 zitten hier de ambtenaren die nu verspreid werken. Oppervlakte: 22.000 vierkante meter, kosten: 82 miljoen euro.

Het gebouw is te groot, erkent de gemeente. Zeker omdat het aantal ambtenaren door noodzakelijke reorganisatie terugloopt: de huidige 1.041 formatieplaatsen zijn in 2018 teruggebracht tot 675 plaatsen. Een deel van de ruimte zal worden verhuurd aan derden. Het gerucht dat de gemeente het stadskantoor al voor ingebruikname wil verkopen en vervolgens terughuren, wordt niet ontkend. „We houden alle opties open.”