De lessen van Rembrandt en Rothko

Na de aanslagen in Parijs en Kopenhagen herinneren Rembrandt en Rothko ons eraan dat de gevestigde orde vergankelijk is. Al moet het antwoord wel worden gezocht in schepping en niet in vernietiging, schrijft

Annie Cohen-Solal.

Het zijn twee bijzondere tentoonstellingen. In het Amsterdamse Rijksmuseum zal De late Rembrandt, over de onbetwiste meester van de zeventiende eeuw, de komende weken alle aandacht opeisen. En in het Haagse Gemeentemuseum eindigt de expositie Mark Rothko morgen, over een van de grootste meesters van de twintigste eeuw, na een vijf maanden durende euforie.

Rothko trekt ruim 200.000 mensen en Rembrandt een half miljoen. Ze zouden daarom weinig meer kunnen zijn dan enorme publiekstrekkers van de commerciële soort – tenminste, als beide musea Rembrandt en Rothko niet hadden neergezet als experimentele kunstenaars die hun eigen weg volgden en aan het einde van hun leven weigerden om in herhaling te vallen en zich te onderwerpen aan de heersende smaak. Maar beide kunstenaars gaven juist wel de voorkeur aan experimenteel onderzoek. Ze namen enorme risico’s – drie eeuwen na elkaar, dat wel.

In Amsterdam presenteert de late Rembrandt, beroemd en diep in de schulden, zich zonder opsmuk. Hier laat hij een momentopname en de werkelijkheid zien, veeleer dan schoonheid. Een Rembrandt die onvermoeibaar zoekt naar de derde en de vierde dimensie, in diepte en beweging. Dat is bijvoorbeeld het geval in het treffende portret van Jan Six, het hoogtepunt van de tentoonstelling. Op dit doek zien we Jan Six, peinzend, gekleed in een rode cape, schijnbaar verrast door de schilder, in zijn kamer op het moment dat hij achteloos zijn linkerhandschoen uittrekt.

In Den Haag zien we de late Rothko die, nadat hij in 1959 een opdracht voor een immens fresco voor het exclusiefste restaurant van New York had geweigerd, zich toelegt op diepgravend chemisch onderzoek naar de samenstelling van pigmenten. Hij schept bijna fluorescerende oppervlakken om de toeschouwer bij zijn werk te betrekken, in de overtuiging dat kijken naar een kunstwerk vóór alles een ervaring is.

De tentoonstellingen van Rembrandt en Rothko maken een gigantische indruk op het hedendaagse publiek. Hun oproep aan de toeschouwer om betrokken te zijn, draagt ver. Op basis daarvan kunnen we niet anders dan opnieuw de sleutelrol van de kunstenaar onderstrepen. Hij is een klokkenluider – over de grenzen van eeuwen en culturen heen.

De recente aanslagen, op de cartoonisten en journalisten van Charlie Hebdo in Parijs, op cartoonist Lars Vilks in Kopenhagen, laten ons verpletterd en sprakeloos achter. Die aanslagen kunnen we opvatten als tragische boodschappen van ontwortelde mensen, die, eenmaal geradicaliseerd, overgaan tot moord en zelfmoord, en tot terrorisme. Omdat ze menen dat ze vernederd worden.

Op zulke momenten denk je onwillekeurig aan de zelfhulples van Mark Rothko. Hij emigreerde op tienjarige leeftijd naar de Verenigde Staten en moest zich in de jaren twintig – een periode waarin immigranten op weinig mededogen konden rekenen – in het getto van Portland en aan de universiteit van Yale alle denkbare afwijzingen laten welgevallen.

In een uiterste poging om zijn sporen na te laten in de Amerikaanse samenleving werd Rothko kunstenaar. Aan het eind van zijn leven speelde hij een belangrijke rol bij de totstandkoming van een nieuw soort experimenteel instituut: de Rothko Chapel in Houston. Die oecumenische ruimte groeide uit tot ontmoetingsplek voor pacifisten.

Laat die lessen uit Nederland ons in 2015 inspireren. Laten we toegeven dat de kunstwereld, als een allegorie van de sociale werkelijkheid, ons kan leren om politieke signalen op een andere manier op te vatten. Als de weg die Rembrandt en Rothko hebben afgelegd ons nu eens wees op bedreigingen die vandaag boven onze maatschappij hangen? En als we nu eens zouden ontdekken dat de struikelblokken die een ontwortelde op zijn pad kan tegenkomen juist troeven kunnen worden om de maatschappij van morgen mee te bouwen?

Rothko heeft zichzelf gevormd dankzij het feit dat hij werd buitengesloten, door zich te verzetten tegen de gevestigde orde in de Verenigde Staten en door die maatschappij te helpen over zichzelf heen te stappen. Rothko is er, net als Rembrandt, in geslaagd om toekomstige verworpenen eraan te herinneren dat de gevestigde orde vergankelijk is, door te benadrukken dat het antwoord niet moet worden gezocht in vernietiging, maar in schepping. Vandaag de dag hebben Rembrandt en Rothko ons iets te melden. Kunst en kunstenaars bergen boodschappen in zich waar we met voorrang naar moeten luisteren.