De kaaiman die schelpen kraakte

In een Zuid-Amerikaans moeras leefde 13 miljoen jaar geleden de rijkste krokodillenfauna ooit.

Reconstructie Aldo Benites-Palomino

Toen de Amazone de Amazone nog niet was, waren grote delen van tropisch Peru, Colombia en westelijk Brazilië bedekt met meren en moerassen. Het water was er kalm en zuurstofarm en het zat vol schelpen.

Daar leefde 13 miljoen jaar geleden een vreemde kaaiman die de naam Gnatusuchus pebasensis heeft gekregen. Geen enkele moderne krokodil heeft een bek zoals deze. Hij was geen rover, maar een schelpenkraker. Met zijn korte, stompe kop begroef hij zijn bek in de modder. Massa’s schelpen bezweken tussen zijn stompe tanden en sterke kaken.

Zijn fossiele schedel is gevonden in het oosten van Peru, bij de stad Iquitos. Afgelopen woensdag werd hij beschreven in Proceedings of the Royal Society B (PRSB, online). Zijn ontdekkers zijn paleontologen en biologen uit Peru, Frankrijk, de VS en Nederland. Schelpenkenner Frank Wesselingh van Naturalis droeg veel bij aan de kennis over het enorme Zuid-Amerikaanse moerasgebied. Hij beschreef de schelpen die Gnatusuchus verbrijzelde.

De schelpenkraker leefde in het moeras samen met nog zes andere soorten krokodillensoorten (de precieze term is ‘krokodilachtigen’, zie inzet). Nergens ter wereld leven of leefden zoveel verschillende krokodillen bij elkaar. Ze profiteerden van de diversiteit en het enorme voedselaanbod in het Zuid-Amerikaanse ‘mega-wetland van de Pebas’. Dat megamoeras speelde een belangrijke rol in de biologische en geologische geschiedenis van Zuid-Amerika.

Zesduizenders

Aan het einde van het Krijt, toen de dino’s uitstierven (66 miljoen jaar geleden) had Zuid-Amerika al ongeveer dezelfde vorm als nu – al lag het zuidelijker en was het niet verbonden met Midden-Amerika. Maar op dat continent zocht je tevergeefs naar de Amazone en de zesduizenders van het Andes-gebergte. De Andes is jong: vooral het noordelijke deel rees pas vanaf 25 miljoen jaar geleden op. Tot die tijd bestond er een rivierdelta waar nu de toppen van Peru en Ecuador liggen. Die rivieren stroomden ongeveer door het Amazonegebied, maar dan westwaarts naar de Grote Oceaan.

Dat veranderde zo’n 23 miljoen jaar geleden, en in die periode ontstond het enorme moeras waarin de schelpenkrakende kaaiman zwom. De opheffing van de noordelijke Andes begon. De westelijke rivieren verdwenen en maakten plaats voor het megamoeras, genoemd naar fossielenlagen in het Peruaanse district Pebas. Het was een uitgestrekt wetland met meren, moerassen en rivieren, dat afwaterde op de Caraïbische kust. Pas 10 miljoen jaar geleden verdween de Pebas. Colombia en Venezuela kwamen hoger te liggen door verschillende geologische oorzaken, en de Andes rees verder op. Toen kreeg de Amazone zijn huidige oostwaartse loop.

Frank Wesselingh reconstrueerde tien jaar geleden de omstandigheden in de Pebas aan de hand van fossiele schelpen (review in Science, 12 november 2010). Hij bouwde voort op veldwerk uit de jaren negentig van Carina Hoorn – Nederlandse onderzoekers hebben veel werk verzet in de Pebas. Wesselingh schat de grootte van het verdwenen meersysteem op ruim een miljoen vierkante kilometer – „zeg maar twee keer Frankrijk”. Het moeras bestond 13 miljoen jaar, en dat is uitzonderlijk lang.

„Tegelijk was het systeem rijk aan nutriënten vanwege de eroderende Andes vlakbij.” Vooral weekdieren profiteerden daarvan. „Tweekleppige schelpen konden goed overweg met de zuurstofarme bodems. De krokodillen zijn in antwoord daarop geëvolueerd.”

De paleontologen en biologen beschrijven in PRSB maar liefst zeven soorten krokodillen, uit twee vindplaatsen ten zuiden van Iquitos. Vijf van die soorten waren nog niet eerder beschreven. Gnatusuchus met zijn stompe kop is de vreemdste, en de onderzoekers vonden nog twee andere schelpenkrakende kaaimannen met stevige, stompe tanden. „We denken dat die ook schelpen aten”, legt de Peruaans/Franse onderzoeksleider Rodolfo Salas-Gismondi desgevraagd uit. „Maar de unieke eigenschap van Gnatusuchus lijkt dat hij zijn kop in de modder begroef.”

Het onderzoeksteam denkt dat Gnatusuchus een van de primitiefste kaaimannen is. Kaaimannen zouden dan als schelpenkrakers zijn begonnen, en zich pas later hebben ontwikkeld tot de veelzijdige rovers die ze nu zijn.

Maar de voedselovervloed van het Pebas-wetland trok ook krokodillen met een ander dieet. Purussaurus leefde er, een reuzenkaaiman van 12 meter. Minder monsterlijk was een dwergkaaiman (Paleosuchus) die nu nog bestaat, en die vooral reptielen en zoogdieren eet. Er was ook een gaviaal: een krokodil met spitse snuit die vis vangt door met zijn snuit door het water te raggen. En er leefde een soort Mourasuchus. Dat is een kaaiman met een brede, lange ‘eendensnavel’. Er is geen enkele moderne krokodil die er zo uitziet. Paleontologen denken dat hij visjes uit het water filterde.

Tien miljoen jaar geleden verdween het Pebas-moeras met zijn schelpen, om plaats te maken voor de moderne Amazone. Dat was het einde van de vormenrijkdom van de Zuid-Amerikaanse kaaimannen. „We hebben geen enkel idee waardoor dat gebeurde”, mailt Salas-Gismondi. „Maar feit is dat er in het Amazonegebied alleen nog allesetende krokodillen over zijn.”