De Haagse bluf van Swansea

Swansea City was bijna failliet, maar is nu honderd miljoen waard. Grote man achter de wederopstanding: de Haagse behangkoning John van Zweden.

De rug van John van Zweden zit vol symbolen voor wat in zijn leven belangrijk is: de zwaan van Swansea, de ooievaar van ADO Den Haag, namen van familieleden. Rechts: stof met het logo van Swansea. Foto’s Niels Blekemolen

Op de benedenverdieping van viersterrenhotel The Dragon in Swansea stapt John van Zweden de sauna binnen. Het is zaterdagochtend even na achten en de Haagse behangverkoper heeft het zwaar. Nachtelijke zuuraanvallen, wakker worden met nadorst en zojuist een boos telefoontje van zijn vrouw Wendy. „Ze wilde weten wie die blonde trut is met wie ik op de foto sta. Ik zeg: waar heb je het over?”

Het blijkt dat hij de avond ervoor in een pub heeft geposeerd met een vrouwelijke supporter van voetbalclub Swansea City. Zij heeft de foto direct op Johns Facebook-account gezet. John was het al vergeten, maar moest zijn wederhelft net weer overtuigen dat ze niks achter zulke foto’s moet zoeken. In Swansea, de één na grootste stad van Wales, willen mensen wel vaker met hem op de foto. En zegt hij iets over Louis van Gaal, zoals vorig weekend („arrogante dwarrel”), dan is dat zowel in Engeland als Nederland groot nieuws.

Want John is mede-eigenaar van Swansea City. Hij is één van de zes aandeelhouders van deze voetbalclub op het hoogste niveau van Engeland.

John werd dat toen Swansea nog het lelijke eendje van het Britse profvoetbal was, spelend op het laagste niveau. Maar na een wonderlijke herrijzenis heeft de club inmiddels een totale waarde van meer dan honderd miljoen euro. Verkoopt hij zijn aandelen, dan is hij dik miljonair.

Het jongensboek begint in 1978, als John voor zijn zestiende verjaardag een weekendtrip naar Londen cadeau krijgt. Samen met zijn vader bezoekt hij de wedstrijd Fulham-Swansea en John is meteen gegrepen door de fanatieke Engelse sfeer. Als hij niet veel later voor een schoolopdracht een Engelse penvriend moet zoeken, stuurt hij een oproep naar Swansea City. De club plaatst zijn brief in het programmaboekje voor een thuiswedstrijd, waarna supporter en leeftijdsgenoot David Morgan reageert. Het klikt meteen. Hun contact resulteert in een hechte vriendschap.

Op een donderdagavond in 2002 belt David: Swansea City staat op omvallen. Er is een reddingsplan, maar een van de benodigde geldschieters is afgehaakt. Of John misschien wil inspringen met 50.000 pond, toen zo’n 75.000 euro? Een dag later verhoogt hij stiekem zijn hypotheek om vervolgens de eerste beste vlucht naar Wales te nemen. Daar wordt hij met krap tien procent van de aandelen deeleigenaar van Swansea City.

Thuis in Den Haag weten ze dan nog van niks. Totdat zondagochtend om 9.30 Engelse tv-ploegen voor de deur staan. Wendy, nog in haar nachtjapon, belt meteen naar Wales. „Wat heb jij geflikt?”, foetert ze. In de verkeringstijd was haar vaak verteld dat ze met John geen saai leven zou krijgen, maar dit is het andere uiterste. Toch zijn ze nog altijd samen. John praat veel over Wendy en belt haar en zijn dochter soms wel drie keer per dag.

Ontsnapt aan degradatie naar de amateurs en een faillissement, volgt een opmerkelijkse opmars: Swansea City promoveert drie keer en speelt vanaf 2011 in de prestigieuze Premier League.

En dat met enkele vrienden aan het roer die de club besturen als hobby. Om hen heen stuwen rijke Aziaten en Russen voetbalclubs op met bakken geld, maar zij bewijzen dat een uitgekiend transfer- en salarisbeleid ook tot succes kan leiden. De directie koopt geen peperdure spelers en betaalt voorkomt scheve verhoudingen in het team door gelijkwaardige salarissen te betalen. En geeft niet meer geld uit dan er binnenkomt.

Topsportcentrum Almere woensdag

Dit verhaal vertelt John zo’n drie tot vier keer per week op een lezing. Zoals op deze woensdagavond in Almere, een week voor zijn trip naar Wales. John is uitgenodigd om te spreken op het jaarlijkse sportgala. Iedereen in pak, maar hij draagt een zwarte trainingsbroek en een grijze schipperstrui. „Ik draag geen spijkerbroeken of wat ook. Elk jaar koop ik tien zwarte van het merk Australian. Die zijn perfect. Rechts een ritsje voor het geld, links een open zak.”

John is vanuit Nijmegen naar Almere gekomen. Daar heeft hij naar eigen zeggen goede zaken gedaan voor zijn behang- en woonwinkel in Den Haag. Met triomfantelijke grijns: „Ik heb even 67 woninkjes binnengesleept. Vloeren leggen, wanden behangen. Ik heb alles al opgemeten.”

Het Behangparadijs is een familiebedrijf dat 57 jaar geleden werd opgericht door zijn opa. ‘De grootste collectie van Europa’, staat op de website.

„Deze inspirerende spreker belooft veel humor en Haagse bluf”, zegt de gastheer van de avond. „Mag ik een applaus voor behangkoning John van Zweden.” John komt op en vertelt grappend zijn levensverhaal. Voertaal: plat Haags.

Eén iemand lacht zelfs al voordat de grappen zijn gemaakt. Dat is Chris Snijder, een bedrijfsconsulent uit Mijdrecht die de lezing uit zijn hoofd kent. Hij is de manager van John. Boekingen gaan via hem, of via SportSpeakers en de Speakers Academy. „Ik heb zelf amateurvoetbalclubs aangeschreven”, zegt Chris. „Daar tref je Johans doelgroep: mensen die met een biertje in de hand lekker willen lachen. Nou, dan heb je aan John een goeie.”

Chris ziet meer kansen, maar John wil niet te commercieel worden. „Chris is een zakenman, maar zo sta ik er niet in. Het lijkt wat chaotisch als we vijf minuten voor tijd binnenkomen, maar we zijn altijd op tijd. Berry sluit de apparatuur aan en ik poep die lezing uit. Geld is voor mij niet belangrijk. Een miljoen zegt me niet veel.”

Schiphol, vrijdagochtend

John en zijn onafscheidelijke zwager Berry vliegen over een half uur naar Groot-Brittannië. „Wat denk je dat me woensdag is overkomen’’, zegt John. Voor een lezing mocht hij de wedstrijd van ADO Den Haag tegen FC Twente kijken, maar vlak voor het einde werd de tv uitgezet. „Omdat de voorzitter van die club daar een praatje ging houden. Ik was woest. Was in staat om direct naar huis te gaan. Berry zei: ‘dat kun je niet maken’, dus zijn we buiten op de parkeerplaats naar de radio gaan luisteren.”

Ook dit keer hebben groepen mannen via hem een reis naar Wales geboekt, inclusief hotel, diner, stadionrondleiding en kaartjes voor de wedstrijd Swansea-Sunderland. Soms gaat het om 150 man, nu zijn het er ruim 40. Op Britse bodem reist het gezelschap per gecharterde touringcar naar het hotel in Swansea. John zit voorin, maar is alsnog het middelpunt. Ook als het niet over voetbal gaat, maar bijvoorbeeld over de afschaffing van Zwarte Piet en de gruweldaden van terreurbeweging IS.

Anekdotes rijgen zich aaneen. Ook minder leuke. Neem zijn jarenlange schorsing als scheidsrechter. Hij had een kantine vernield, als vergelding voor een kapotgeslagen autospiegel. Als supporter van ADO Den Haag was hij betrokken bij vechtpartijen. Hij doet er niet geheimzinnig over, als er maar wel bij wordt gezet dat hij altijd met gelijkgestemden vocht en als supporter nooit iets heeft gesloopt.

De Engelse krant The Sun schreef onlangs een artikel over zijn verleden. ‘Swansea director’s secret hooligan past’, was de kop boven het stuk. John baalt ervan. „Waarom willen ze dat oprakelen?”

Swansea, vrijdagmiddag

Tijdens de rondleiding door het stadion van Swansea leidt hij de reisdeelnemers langs zijn eigen stoel op de tribune („de mooiste plek”). Langs de kleedkamers en viplounges, waar genodigden dineren op gouden stoelen met paarse bekleding. „We kunnen per wedstrijd tweeduizend eters kwijt”, zegt John. „Tegelijk.”

John werkt op non-profit basis. „Het enige wat ik doe is het naar boven afronden van de prijzen. Dan maak ik zeven euro winst per persoon, zodat Berry en ik gratis kunnen reizen..”

The Dragon Hotel, zaterdagochtend

In de sauna: „Ik heb het mooiste leven dat er bestaat, maar het kost ook kracht.” Zijn bovenlijf zit vol tatoeages. De zwaan van Swansea, de ooievaar van ADO Den Haag, namen van familieleden en een datum: 7 oktober 2010, de dag waarop ADO in Amsterdam Ajax versloeg (0-1) en Swansea met dezelfde cijfers bij aartsrivaal Cardiff City won. Hij praat alsof hij een volle zaal vermaakt. Soms proeft hij jaloezie en afgunst. Neemt hij heel zijn familie op zijn kosten mee naar Swansea, noemen ze hem een patser. Laat hij een vrijstaand huis bouwen, vinden ze hem uit de hoogte. John: „Kijk hem nou, met zijn vrijstaande huis. Dat idee.”

Het Liberty Stadium, zaterdag 15.00

Voor de wedstrijd heeft John een vergadering met zijn medebestuurders. Het gaat over de overname van het stadion, dat in het bezit is van de gemeente. Het wordt geen vruchtbare vergadering. „Weinig business, veel geouwehoer.” De mannen zijn wel clubeigenaren in een elitecompetitie, maar ergens blijven ze toch een stel bevriende supporters dat het liefst met elkaar de pub induikt.

„Je gelooft nooit wie er ook is vandaag”, zegt John, als we na de wedstrijd (1-1) naar de bestuurskamer lopen. „Prins Albert van Monaco.” De vorst zit aan de middelste tafel, in een chique ruimte vol mannen in kostuum, tafels met schalen meloen en een bar met gratis drank. „Die Albert, die dronk voor de wedstrijd whisky, champagne, bier en twee soorten wijn. Ongekend. En moet je al die bodyguards zien.”

Met hemzelf is ook wat bijzonders aan de hand. Hij heeft zijn trainingsbroek verruild voor een driedelig grijs kostuum. Niet van harte, maar voor clubambassadeurs is dat nou eenmaal de dresscode. „Ik ben blij als dat cholerapak uit kan.” Hij laat het achter bij het hotelpersoneel.

In de taxi wordt John boos. Berry ook. Aanleiding is een onterecht afgekeurd doelpunt van ADO Den Haag, waarvan ze hebben vernomen via Twitter. „Het is een schande”, zegt John. „We zijn genaaid.” Berry: „Dit gebeurt alleen bij ADO.”

De verontwaardiging duurt maar even. Daarna gaan beiden vrolijk aan het bier in het hotel van één van Johns mede-eigenaren. Bijna heel het clubbestuur staat aan de bar. De Zuid-Afrikaan Brian Katzen op hardloopschoenen, supportersvertegenwoordiger Huw Cooze met een Mexicaans Corona-biertje en de energieke hoteleigenaar Martin Morgan.

Wat geldt voor John, geldt net zo goed voor deze beschonken mannen: ook zij kregen onverwacht een rol in het sprookje van Swansea City. De kans is groot dat de vrienden binnenkort verdienen aan hun investering. Er zijn plannen dertig procent van hun aandelen te verkopen aan een Amerikaanse miljardair. „We moeten wel”, zegt John. „Wij hebben niet het geld om te investeren in de club. ”

Met de verkoop wordt John een rijk man, maar voor zijn gevoel is hij dat al. Hij is koning in een wereld die hij zelf heeft gecreëerd. Niemand die hem nog onttroont.