De Griek is een arrogante Calimero

Leider Alexis Tsipras van de linkse Syrizapartij spreekt aanhangers toe na zijn verkiezingsoverwinning in januari. Een paar dagen later werd hij premier. Foto AP

Het is druk op de Eerste Begraafplaats in Athene. Een week met veel belangrijke doden. Niet iedereen mag hier liggen. Uit de kapel stroomt een groot gezelschap zwart geklede mensen. Ze schuifelen door de felle februarizon achter de dragers van de kransen aan naar een vers graf tussen de cipressen.

De groep komt langs het graf van Andreas Papandreou (1919-1996), de legendarische Griekse premier die aan de macht was toen Griekenland in 1981 bij de Europese Gemeenschap kwam. Hij heeft een eigen perkje midden op het plein bij de ingang. Op de marmeren plaat staat een flatteuze foto van voordat de charismatische politiek leider fysiek aftakelde.

Hoewel het graf moeilijk te ontwijken is, besteedt niemand er aandacht aan. Een bos chrysanten staat verlept in een plastic vaas. Misschien van een nostalgische socialist. Iemand die tijdens het politieke tumult van de afgelopen weken in Griekenland even terugverlangde naar de houvast die Papandreou heette. Naar machtige mannen in de politiek.

De partij Pasok, die Andreas Papan- dreou tot een massale volksbeweging maakte, is sinds de laatste verkiezingen bijna verdwenen. De kiosk op het Syntagmaplein verkoopt geen groene Pasok-vaantjes meer. Giorgos, de zoon van Andreas Papandreou, krijgt de schuld van de slechte staat van het land en de pijnlijke crisis. Een deel van de achterban en de parlementariërs van Pasok is overgelopen naar Syriza. De nieuwe partij waarmee Giorgos Papandreou meedeed, haalde de kiesdrempel van drie procent niet. ‘Kleine Giorgos’ (Giorgáki) noemen de Grieken hem. Vroeger liefkozend. Nu is het vooral minachtend bedoeld. Zijn vader gaf de Grieken hun zelfvertrouwen terug. Zoonlief zette de deur open voor buitenlandse overheersers, verkleed als bankiers.

Politieke houwdegens

De partij is niet meer. Maar het geloof van Grieken in politieke houwdegens staat nog overeind. De naam Andreas Papan- dreou valt weer nu Griekenland opnieuw een premier heeft die van een linkse revolutie durft te spreken. Een premier die de bevolking hoop geeft door voor hen op te komen, zeggen mensen op de vismarkt in Athene, waar mensen inktvissen en viskuitsalade inslaan voor de vastenperiode. „God zegene je,” wenst een tachtiger Alexis Tsipras toe, gevolgd door de wens dat zijn eigen pensioen wordt hersteld.

De socialist Andreas Papandreou was in zijn verkiezingscampagne fel anti-NAVO en anti-Europese Gemeenschap. Tegen Amerikaanse inmenging en het leger, de onderdrukkers tijdens de militaire dictatuur (1967-1974). Dat veranderde na zijn overwinning snel, zonder dat zijn achterban hem dat aanrekende. Hij had het een stuk gemakkelijker dan Tsipras, tegen wie donderdag en vrijdag al werd geprotesteerd en gereld omdat hij in Brussel is gedraaid.

Papandreou werd op handen gedragen. Hij zorgde ervoor dat de vele communisten die na de burgeroorlog en tijdens de dictatuur uit de openbare dienst en het onderwijs werden geweerd, hun plaats in de samenleving terugkregen. Hij creëerde banen voor ze en werd op handen gedragen. Alles kon alleen maar beter worden.

Televisiebeelden van dertig jaar geleden laten zien hoe Pasok en Papandreou honderdduizenden mensen de straat op kregen. Een toespraak van de leider was een volksfeest waarvoor het openbaar leven stil lag.

In vergelijking daarmee is de verkiezingsbijeenkomst na de overwinning van Syriza op 25 januari een theekransje. Tsipras houdt ’s avonds laat een toespraak op de universiteit van Athene. Een paar duizend activisten van de partij dansen voor de vele camera’s even op straat op partisanenklassiekers. Het zijn er te weinig voor iemand die in de schoenen moet staan van de vorige socialistische volksmenner.

Baas in eigen land

De overwinning van Syriza betekent het einde van de kolonisatie van Griekenland. Grieken zijn weer de baas in eigen land, belooft Tsipras. „Griekenland behoort aan de Grieken” was een gevleugelde uitspraak van Andreas Papandreou. Het staat zelfs in zijn grafsteen gebeiteld.

Een bevriende Griekse journalist herhaalt het vaak. „Vergeet niet”, zegt hij, „dat als je even krabt, je in Griekenland onder de oppervlakte altijd nationalisme vindt.” De tijd van massale volksbewegingen is voorbij. Griekenland is, zij het tegen wil en dank, lid van de Europese Unie. Tsipras moet niet alleen verantwoording afleggen aan zijn nationalistische en anarchistische achterban, maar ook aan de rest van Europa. De tijden zijn veranderd, maar de onderbuik houdt het tempo niet bij. Grieken worden op school, in het leger, de kerk en in hun nieuwsvoorziening nog altijd opgevoed tot patriotten.

Het zijn het nationalisme en het verschil in politieke stijl die voor zoveel ongemak en vermaak zorgen in onderhandelingen binnen de Europese Unie. De Grieken kijken niet naar de droge feiten, de cijfertjes en de doorberekeningen door planbureaus. Ze lijken te handelen vanuit een primair gevoel dat zij de slimsten, mooisten en besten zijn en dat ‘democratie in Griekenland is uitgevonden’. En tegelijk dat ze altijd de klos zijn als klein land.

Het is een minderwaardigheidscomplex en een gevoel van superioriteit in één, dat volmaakt wordt uitgedragen door de mannen die ze naar Brussel afvaardigen. Grieken delen dat op de Balkan met onder meer de Serviërs. Twee kleine landen met een orthodox christelijke bevolking die lang onderdeel zijn geweest van het in hoofdzaak islamitische Ottomaanse Rijk. Totdat ze zich met strijd onder het Turkse juk uit wisten te wurmen. Iets waar ze heel trots op zijn. Zelfs de nederlagen worden als overwinningen gevierd.

Grieken die zich meer met andere Europeanen identificeren en buitenlanders verkneukelden zich de afgelopen weken over de achterwaartse salto die Tsipras en Varoufakis in Brussel zouden moeten maken. Een kolotoumba, of in mooier Grieks kivístisi, door het bestaande akkoord met de trojka te verlengen in plaats van door de papierversnipperaar te halen. Opvallender dan het feit dat ze zo’n salto hebben gemaakt is dat de loyaliteit van de bevolking intussen alleen maar groeit.

Een Andreas Papandreou is Tsipras misschien niet. Die naam is nu niet zo veel waard. Maar hij heeft de afgelopen weken laten zien dat hij een strijder is voor de trotse Grieken. En als alles mislukt, is er nog altijd het buitenland om de schuld te geven.