De duurste ananas

Over elk onderwerp – hoe klein ook – is oneindig veel te vertellen. Lex Boon koos ooit voor de ananas en neemt ons mee. Deze week: de ananas als statussymbool.

Het geheim van de duurste ananas ter wereld? Rottende paardenmest. Tuinier Jamie Young opent de houten bak naast de historische kas en toont de met stro vermengde uitwerpselen. De geur valt mee. Achter het glas pronkt op één van de 150 ananasplanten een vrucht. „Vorig jaar hadden we er drie, dat jaar daarvoor zes. Hopelijk krijgen we er dit jaar ook een paar.”

In de zeventiende eeuw was de Europese elite in de ban van de ananas. Maar wat er ook werd geprobeerd, zelfs de beste botanici lukte het maar niet om de exotische vrucht hier te kweken. In Europa was het gewoon te koud en het weer te wisselvallig. Maar de uitvinding van de verwarmde kas bood uitkomst: door bijvoorbeeld de warmte die vrijkomt uit mest te gebruiken in een broeikas, waande een ananasplant zich ook bij slecht weer in de tropen. Begin achttiende eeuw had iedere zichzelf respecterende aristocraat wel een ‘pineapple pit’.

Zo ook de Tremaynes, een welgestelde familie die in het zuidwesten van Engeland het landgoed Heligan onderhield. In de prachtige botanische tuin van het landgoed werden de ananassen gekweekt die daarna trots werden getoond op feesten en diners. De ananas als het ultieme statussymbool. Aan die weelde kwam tijdens de Eerste Wereldoorlog een einde. De meeste tuinlieden kwamen om het leven en het toonaangevende landgoed verviel tot totale verwaarlozing.

Tot er twintig jaar geleden werd begonnen met de restauratie. Inmiddels is de botanische tuin in ere hersteld en zijn The Lost Gardens of Heligan een populaire attractie. De ‘pineapple pit’ van Heligan is de enige ter wereld waar de ananas nog op historische wijze wordt gekweekt. De vruchten zijn de duurste ter wereld. Alleen de kostprijs is al minstens 14.000 euro.

„Ach, dat getal is slechts een manier om uit te drukken hoe duur arbeid tegenwoordig is”, nuanceert Young, die verantwoordelijk is voor de ananassen. „Daarom doet ook niemand het meer op deze manier, omdat het zo ontzettend arbeidsintensief is.”

In de winter valt het werk mee, maar in de lente en zomer kost het Young een paar uur per dag. Water geven, bemesten. Kasdeuren open als de zon schijnt, weer dicht als er wolken verschijnen. En iedere ochtend hopen dat er een plant is waar een vrucht begint te groeien. Een voor Young totaal onvoorspelbaar proces, wat soms een paar keer per jaar gebeurt. En soms een paar jaar niet.

Een methode die lijnrecht tegenover de massaproductie in bijvoorbeeld Costa Rica staat. En dat is precies waar het in de verloren tuinen van Heligan om gaat. „Het is een gekke wereld, waarin je een stuk fruit van de andere kant van de wereld voor een pond kunt kopen. Maar dit, deze tuin, is wat mensen voedt. We laten zien dat je deze dingen moet waarderen. Dat je fruit meer moet waarderen.”

En de beloning mag er ook wezen, glundert Young. Er is weleens een ananas naar Buckingham Palace gebracht, maar de meeste ananassen eten de tuinders van Heligan zelf op. „In het begin was ik sceptisch. Uiteindelijk is een ananas een ananas, hoe verschillend kan hij smaken? Maar deze zijn zo ontzettend zoet, echt verbazingwekkend.”