Brussel is politiek diepzeeduiken

schreef vijf jaar speeches voor Herman van Rompuy en gaat nu weer columns schrijven voor deze krant. „Europa is een semantisch mijnenveld.”

Luuk van Middelaar in Brussel: ,,Het is gaaf als het stervensdruk is en je middenin de gebeurtenissen staat.” foto Wouter Van Vooren

Vijf jaar lang werkte hij in de schaduw van ‘Europees president’ Herman Van Rompuy, als diens speechschrijver. Luuk van Middelaar (41) zag hoe de financiële crisis de Europese Raad van regeringsleiders tot op het bot verdeelde, en hoe de euro op de valreep werd gered. Een snoepwinkel voor Van Middelaar, auteur van het standaardwerk De passage naar Europa (2009). „Ik had af en toe het gevoel dat ik door mijn eigen boek liep.”

De nieuwe raadsvoorzitter, de Pool Donald Tusk, bood Van Middelaar een baan aan, maar de Nederlander bedankte. Hij wil zich weer op schrijven en wetenschap storten en de populaire wekelijkse column die hij tot eind 2009 voor deze krant schreef voortzetten. Wel bleef hij nog drie maanden hangen op het Schumanplein, om zijn opvolger – de Ier Hugo Brady – op weg te helpen.

In zijn boek benadrukte Van Middelaar, van oorsprong filosoof, dat hij niet voor of tegen Europa is, maar zichzelf ziet als toeschouwer van een politiek universum dat nu eenmaal bestaat, leuk of niet. Zijn boek beschrijft de geboorte van een nieuwe wereld, ingeklemd tussen de nationale ‘buitensfeer’ en de institutionele, Brusselse ‘binnensfeer’. Die ‘tussensfeer’, met de Europese Raad als zwaartepunt, won fors aan macht tijdens de eurocrisis. Want alleen die leiders van de EU-landen hadden genoeg autoriteit en legitimiteit om de euro voor de poorten van de hel weg te slepen.

Van Middelaar heeft nog steeds opvallend veel weg van een toeschouwer, ook na vijf jaar politiek ‘diepzeeduiken’. Woorden als ‘goed’ of ‘fout’ gebruikt hij zelden, ontwikkelingen zijn ‘interessant’. Tijdens een gesprek betoogt hij dat de EU na de eurocrisis een nieuw verhaal nodig heeft, dat op meer rust dan welvaart alleen, maar als hij begint over Europa’s plaats in de wereld, onderbreekt hij zichzelf. „Ik schiet niet graag in de propagandamodus. Daar heb ik een enorme hekel aan.”

Een avontuur was zijn tijd in het Brusselse centrum van de macht zonder meer, op het verslavende af. „Het is gaaf als het stervensdruk is en je middenin in de gebeurtenissen staat.”

Wat heeft u ervan geleerd?

„Ik ben in Brussel meer dan ooit doordrongen geraakt van de enorme diversiteit binnen de Unie. Voor al die landen is Europa een projectiescherm van verlangens én van angsten. Ik heb eerder in Den Haag en Brussel gewerkt. Het verschil was de intensiteit. Dit was politiek op hoog niveau, snel, met grote krachten die botsen en persoonlijkheden die steeds anders uitpakken. Kijk naar Hollande en Sarkozy. Zelfde functie, zelfde paleis, toch een ander effect op het geheel.”

U hebt niet zoveel met economie, maar kreeg een economische crisis op uw bord.

„Maar dat was óók politiek. Je kunt de economie niet depolitiseren. Veel economen blijven verbaasd dat de euro nog steeds bestaat, gezien de in hun ogen fatale tekortkomingen. Wat gemakkelijk wordt vergeten is de politieke energie in die munt. Toen Duitsland één werd in 1989, eiste Parijs dat Berlijn zich committeerde aan Europa, door de D-mark op te geven. Het politieke argument achter de euro was heel belangrijk, en is dat nog steeds.”

Dacht u ooit: dit gaat klappen?

„In de zomer van 2011 hing hier een sombere deken, en ook ik ben omgevingsgevoelig. Maar ik ben toch altijd wel blijven geloven in politieke inventiviteit. De lijm tussen lidstaten is meestal onzichtbaar, behalve aan de rand van de afgrond. Tijd is heel belangrijk in Brussel. Leiders zeggen: we besluiten nu dat we later definitief besluiten. Niet uit onmacht, maar om de botsende krachten een richtpunt te geven. Van Rompuy is uiterst zen. Je ging opgewonden bij hem binnen en kwam naar buiten alsof je een week in een yogaretraite had gezeten. Die kwaliteit is ook in het grotere geheel belangrijk geweest.”

U heeft eens gezegd: persoonlijkheden zijn onmisbaar in de politiek, want het is de voorstelling die de boel bij elkaar houdt. Was u onder de indruk van de acteurs?

„Angela Merkel is geen exuberante toneelspeelster, maar heeft wel een herkenbaar karakter, voor haar eigen publieke opinie, en de rest van de wereld. Door haar DDR-verleden weet ze emotie te verbinden met het verhaal dat ze wil vertellen. Ik heb ook altijd wel een zwak gehad voor Sarkozy. Borende blik, trillende ledematen. Soms was zijn energie wat ongericht, maar als hij echt iets wilde gebeurde het ook. ‘Allez, Angela en ik gaan wel met die mannen praten’, zei hij toen er met banken en hun vertegenwoordigers over Griekse schuldsanering moest worden onderhandeld.

Hoe Duits is Europa? Maakt Merkel de dienst uit in de raad?

„Ze was zeker dominant in de afgelopen periode, maar dat betekent niet altijd dat gebeurde wat Duitsland wilde. Wat Merkel vooral dominant maakte, was dat ze vaak zo lang mogelijk dwars lag en uiteindelijk toch inbond voor het grotere goed. Zo bepaalde ze het tempo. Maar principes zoals ‘we zijn helemaal niet verantwoordelijk voor elkaars schulden’ werden al vroeg in de crisis opgegeven. Nood breek wet.”

Toch heeft Duitsland een hard imago.

„In tweede instantie hebben de Duitsers heel erg benadrukt: dit mag nooit meer gebeuren. Dus kwam er sterke nadruk op begrotingsevenwicht en het naar beneden drijven van schulden. Dat leidt nu tot veel ressentiment in landen die daaronder lijden.

„Het is zorgelijk dat de twee interpretaties die altijd al over de crisis hebben bestaan steeds verder uiteenlopen. Het Noorden legt de schuld bij het Zuiden en hamert op verantwoordelijkheid. Het Zuiden voelt zich gepakt door Noord-Europese banken en eist solidariteit. Wat beide kampen graag vergeten is het eigenbelang daarachter. Natuurlijk is het fijn voor Athene als Griekse schulden Europese schulden worden. Maar het is ook prettig voor het Noorden om te vergeten dat tachtig procent van de noodhulp aan Athene weer is teruggevloeid in Duitse, Franse Nederlandse koffers.”

Tijdens de Europese Raad van juni 2012 kwamen beide verhalen bijeen. Een grote politieke deal bleek mogelijk: de bankenunie. Er kwam Europees, gecentraliseerd bankentoezicht, dus meer verantwoordelijkheid, én meer solidariteit. Tot vermaak van de pers viel de top samen met de halve finale van het EK: Duitsland-Italië.

Van Middelaar: „Terwijl ik aan een tekst werkte, zag ik ECB-president Mario Draghi samen met het keukenpersoneel van de raad gespannen voor het scherm zitten. Italië won met 2-1.

„Zo’n deal is altijd een kwestie van geven en nemen. Maar de publieke opinie kijkt wantrouwig naar wat er wordt weggegeven, en wat men krijgt is vanzelfsprekend. Als je Spaanse of Duitse kranten leest, zie je hoezeer interpretaties uiteen kunnen lopen.”

Omdat het gehoopte effect – economische groei – teleurstelt.

„Ja, daar zijn fundamentele stappen voor nodig. Daarover was in 2011 en 2012 een beetje debat. Gemeenschappelijke schulden. Strakkere economische coördinatie. Nou, toen raakte Nederland ook weer meteen in paniek. En nu zie je dat soort debatten eigenlijk niet meer. De crisis is nu ook heel anders van aard. Nu staan we niet meer aan de afgrond, maar zijn we al heel lang met tegenwind aan het fietsen.’’

Hoe kwetsbaar is de erfenis van Van Rompuy?

„De erfenis staat wat betreft institutionele structuren, zoals de bankenunie. Maar hoe je met elkaar omgaat – dat moet elke groep leiders opnieuw uitvinden. Het gesprek tussen 28 landen moet permanent onderhouden worden. Als voorzitter heb je daar een heel centrale rol in. Je kunt niet zeggen: nu is het klaar. Zo werkt het niet.”

De Europese Raad besluit unaniem, iedereen heeft een veto. Afschaffen?

„Nee. Als ministers bijeenkomen in Brussel mag er wel bij meerderheid worden besloten maar zelfs dan heeft consensus de voorkeur. Als niet iedereen zich kan vinden in een wet, weet je dat die wet niet goed wordt uitgevoerd. Dan liever een extra kerstbal. Beslissingen moeten gedragen kunnen worden door publieke opinies. Kijk maar naar hoe de nieuwe Griekse regering in korte tijd het hele discours heeft moeten bijstellen. Eerst werd er gezegd: wij zijn de stem van het Griekse volk, wij zijn de democratie…”

Allemaal waar.

„Ja, maar ze zijn een democratie in gesprek met achttien andere democratieën. Ze praten niet met anonieme EU-bureaucraten, maar met ministers die zelf ook verantwoording moeten afleggen. Varoufakis en Tsipras hebben dat nu in een hele steile leercurve gemerkt.”

In uw laatste column in 2009 beloofde u „klare woorden” te zullen gebruiken in Brussel. De nieuwe president, Donald Tusk, zei iets soortgelijks bij zijn aantreden. Was de taal van zijn voorganger toch niet zo klaar?

„Je moet je tuin steeds opnieuw wieden, Tusk ook. Als je naar Brussel komt en je leest dat Europese proza denk je: wat is dit? Maar met de tijd sluipen er ook weer oude gewoonten in. Geef die regeringsleider zijn twee bijvoeglijke naamwoorden, dan is hij een beetje rustig. Zo gaat dat! Maar ik voel wel bij Tusk dat hij heel graag eerlijk en direct wil communiceren.”

Van Rompuy niet?

„Jawel, maar het is een andere stijl. Het verschil tussen een Belgische katholiek en een Poolse liberaal.”

Streed u met Van Rompuy over woorden?

„Natuurlijk, maar hij is dan de baas. Toen ik daar begon, was ik publicist. Wat je dan op papier zet wordt snel oud papier. Terwijl als de Europese raadsvoorzitter na een top middenin een crisis tegenover duizenden journalisten spreekt, moet elk woord juist zijn. Het is een semantisch mijnenveld. Toen ik het in een tekst had over de Russische bezetting van Baltische staten, rinkelde meteen de telefoon. Het was een Sovjetbezetting, zei de Russische ambassadeur. Diplomatiek foutje.”

Van Rompuy was de man achter de schermen, Tusk profileert zich meer als leider.

„Van Rompuy heeft minder het grote publiek opgezocht. Hij gaf prioriteit aan vertrouwen kweken tussen leiders, en dat was al ingewikkeld genoeg. Tusk geeft leiding op een manier die goed past bij de Oekraïnecrisis.”

Tusk moet ook zorgen dat de Britten binnenboord blijven. Hoe erg is een Brexit?

„De gevolgen daarvan worden onderschat. De Britten hebben een leger, een degelijke geheime dienst en ze zitten in de VN-Veiligheidsraad. Zonder het Verenigd Koninkrijk is de Europese buitenpolitiek geamputeerd. Een Brexit zou ook nog verdomd moeilijk zijn, want qua wetgeving is alles ragfijn met elkaar verknoopt. Probeer na een huwelijk van veertig jaar de boekenkast maar te verdelen. ”

Ze stoken wel veel onrust.

„Zoals andere landen komen ook de Britten op voor hun eigenbelang. Het onhandige dat ze het over Brits belang hebben, terwijl Frankrijk het Franse belang zonder gêne Europees noemt. Dat komt beter aan bij de collega’s. Nederland zou dat ook meer moeten doen, niet zeggen dat iets goed is voor Nederland, maar voor Europa. Daarmee win je veel diplomatieke goodwill, die zich uiteindelijk uitbetaalt in de in Nederland zo gewaardeerde klinkende munt.”