Zodra je huis gestut is, is de waarde nul

‘Ik wou dat het hele huis instortte,” zei de buurman ineens in boze wanhoop, nadat hij had gewezen hoe er in zijn voorgevel stenen naar buiten komen stulpen en verteld had hoe de kozijnen binnen in een hem onbekende hoek beginnen te hangen. Hij heeft een mooi huisje, picobello onderhouden, in die typerende rode baksteenkleur van Groningen, houten goten, rode dakpannen, het soort huis dat je graag ziet. „Dan gebeurt er misschien eens wat”, zei hij.

De buurman heeft al eens een grote hersteloperatie gehad in zijn huis en ik hoor nog de buurvrouw door de heg vertellen hoe dolblij ze was dat dat achter de rug was en dat ze nu zéker nooit meer ging verhuizen of verbouwen.

Had ze gedacht.

In de discussies over de aardbevingen gaat het aldoor over veiligheid versus economie. Dat zijn mooie grote dramatische begrippen. Maar zoals gebruikelijk is het in het echt allemaal veel alledaagser. Er is nog amper wat ingestort. Maar je weet niet of het gaat gebeuren, en een verzwakt gebouw – en op den duur zijn alle gebouwen vanzelf verzwakt door de regelmatige aardbevingen – stort makkelijker (deels) in dan een helemaal gaaf huis. Dus het loont om reparaties aan het huis te laten verrichten.

En dan begint het gedoe – maanden het huis uit soms, gehannes met aannemers die het huis op een koopje willen renoveren want dat hadden ze aan de NAM beloofd, wat de eigenaar dan weer nogal zinloos lijkt. Die moet nu verstand hebben van muurverbindingen, de juiste ondergrond voor een stenen vloer, de correcte materialen om plafondlijsten mee te herstellen, en daarover ruzie maken.

Maar uiteindelijk, hèhè, weer thuis. Menigeen zie je handenwrijvend het weer herstelde, weer geschilderde en van sommige nieuwe vloeren voorziene huis binnen trekken. Het was rottig om al die tijd in een kleine noodwoning te zitten waarvoor de NAM niet wenste te betalen (jaja, het zijn leuke lui), maar nu is alles weer heel en mooi.

En dan gebeurt wat er bij mijn buurman ook gebeurde – na een jaar hangt ineens een kozijn scheef. Of er loopt een barst door de nieuwe stenen vloer. Of er treedt een merkwaardige lekkage op langs het dak. En dan moet je weer opnieuw proberen de NAM, of nu het Centrum Veilig Wonen, ervan te overtuigen dat dat door de aardbevingen komt, want dat moet elke burger hoogstpersoonlijk kunnen bewijzen.

Het kan ook dat ze zeggen: dat komt door bodemdaling en dat telt niet. Bodemdaling, die in het hele gebied plaatsvindt vanwege de aardgaswinning, is namelijk geen probleem. Op de site van de NAM staat: „Daar merkt u niets van en uw huis ondervindt er geen schade van.” Dus.

De nieuwe directeur van de NAM bestond het nog onlangs om te zeggen dat de NAM natuurlijk niet ‘Sinterklaas’ is.

Minister Kamp zegt steeds ‘ik begrijp uw zorgen’, maar in 2013 heeft hij meer gas laten oppompen dan ooit tevoren, zodat hij nu met een vroom gezicht kan zeggen dat hij wèl de productie vermindert.

Zorgen betreffen niet alleen veiligheid. Zodra er een stut tegen de muur staat is de waarde van het huis definitief gedaald tot nul. Geen mens koopt een gestut huis. En dan zit je dus gevangen in dat gebied. Waarover we van de week nog hoorden dat de kans op zwaardere bevingen dan er tot nu toe geweest zijn tot 2023 met vijftig procent toeneemt.

Dat begrijpen de NAM en minister Kamp gelukkig allemaal.

Al durfde ik dat niet bemoedigend tegen mijn buurman te zeggen.