Vroom, Dreesman en het Bungehuis

Bij het warenhuis gebeurde hetzelfde als bij de Universiteit van Amsterdam: het vastgoed werd verkocht, waardoor weinig buffers overblijven voor tegenslag. Maarten Schinkel legt uit hoe het werkt.

Foto ANP/Beeldbewerking Fotodienst NRC

Geen korting bij de V&D: het warenhuis voert de voorgenomen loonsverlaging bij het personeel voorlopig niet door. Nadat de rechter deze week oordeelde dat zo’n loonoffer in ieder geval voor vakbondsleden niet mag, ziet het bedrijf er voorlopig van af – in afwachting van hoger beroep.

Het is uiterst nuttig om dit gevecht goed te volgen. Mocht V&D alsnog het groene licht krijgen, dan kan dat het begin zijn van een veel grotere flexibiliteit in de loonvorming in Nederland. Niet dat loonoffers al niet voorkomen, maar dan hebben zij meestal een indirect karakter. Veel werknemers hebben de afgelopen jaren al extraatjes ingeleverd. Maar een korting over de gehele linie op het basisloon is best ingrijpend. Vergelijk dat met Duitsland. Daar sleepte IG Metall deze week een loonstijging van 3,4 procent in de wacht. Nederland mag, volgens het Centraal Planbureau, in 2015 blij zijn met 1,25 procent.

De dreigende loondaling is wrang voor de V&D-werknemers, die het waardevolle vastgoed al onder hun zitvlak verkocht zagen worden en nu weinig buffers meer hebben voor tegenslag. Zoiets als gebeurde met de kinderdagverblijven in Nederland. Of, zoals blijkt uit een van de verwijten van de studenten, met de Universiteit van Amsterdam.

De tent blijft slanker achter

In wezen is er hier sprake van twee scenario’s die op hetzelfde neerkomen. Scenario één, ruwweg vanaf het begin van de jaren negentig: bedrijven of instellingen komen erachter (of worden erop gewezen) dat ze op een goudmijn zitten, namelijk hun eigen vastgoed. De accountant en de adviseur verklaren het bestuur voor gek dat ze dat allemaal op de balans hebben staan en pleiten voor verkoop (en teruglease). Lean and mean, scherper gefinancierd en fiscaal veel aantrekkelijker. Scenario twee: financiers nemen de instelling of het bedrijf over en ‘ontketenen’ de vastgoedwaarde door alle gebouwen van de hand te doen. De opbrengst wordt deels uitgekeerd als (super)dividend en de tent blijft, eh, slanker achter.

Dat heeft zijn voordelen. Soms is het onnodig om al dat bezit mee te slepen. Een bedrijf is toch geen vastgoedfirma? Maar nadelen zijn er ook: de buffers bij tegenslag zijn voor een deel weggeslagen. En voor je het weet is de leiding toch lange tijd vooral bezig met de gebouwen zelf. Het bedrijf is dan, in weerwil van het voornemen, alsnog een vastgoedfirma geworden – als je de tijd en moeite rekent die het bestuur er in de praktijk aan besteedt. En dat kan ten koste gaan van aandacht voor het doel waarvoor alles in een ver verleden was opgericht. Kinderopvang, onderwijs, het bestieren van een warenhuisketen. De NS, die overigens geen vervreemding van vastgoed kan worden verweten, is voor een groot deel geen vervoerder meer, maar een vastgoedbedrijf dat de stations uitbaat.

Vraag het niet aan de werknemers!

Als er weinig buffers meer zijn bij tegenslag, dan komt de werknemer sneller in zicht. Kan gebeuren, en moet soms ook gebeuren.

Maar is een loondaling een beter alternatief dan ontslag?

Werknemers moet je dat niet vragen. Die zijn solidair met hun collega’s. Liever allemaal een beetje minder, dan een paar op straat. Maar loonsverlaging is op dit moment een slecht idee. De tijden zijn er niet naar. Er is op dit moment sprake van deflatie. Dat is niet erg, zolang die zich niet in de hoofden van mensen vastzet. En dat laatste kan nu precies gebeuren als de trend van loonsverlagingen zou doorzetten. IG Metall verdedigde zijn hoge looneis in Duitsland precies met dit argument. Het bedrijfsleven zal een tandje bij moeten zetten om die kostenstijging goed te maken. Het antwoord, daar en hier: meer ondernemen, beter besturen. Minder lenen, minder financial engineering.

En goed onthouden waarom de tent ook alweer was opgericht.