Voor Amerikanen is toegang tot internet nu een nutsvoorziening

Amerikaanse toezichthouder FCC stemt in met strengere regulering internettoegang. Een overwinning voor Obama.

De Amerikaanse Federale Communicatie Commissie (FCC) heeft gisteren nieuwe regels aangenomen waardoor ze zogeheten netneutraliteit beter kan handhaven. In een vergadering waar al maanden naar werd uitgekeken, besloot de FCC dat ze nieuwe bevoegdheden krijgt. Die houden in dat ze kan ingrijpen als internetaanbieders bepaalde online-diensten voorrang geven.

Voorstanders van zogenoemde netneutraliteit, onder wie president Barack Obama en internetbedrijven zoals Google en Netflix, zien dat als middel om te zorgen dat internet voor iedereen open blijft, en dat internetverbindingen onpartijdig worden beheerd.

Tegenstanders, waaronder de internetaanbieders Verizon en AT&T, vrezen dat de speelruimte voor aanbieders minder wordt om te experimenteren met innovatieve diensten. Daarvoor zou het af en toe nodig zijn om bepaald verkeer voorrang te geven. Zij denken bovendien dat investeringen in internetinfrastructuur onder druk komen nu een potentiële bron van inkomsten wegvalt.

Volgens de Britse zakenkrant Financial Times is het de grootste staatsinterventie in de manier waarop internet werkt in twintig jaar. De nieuwe regels houden in dat internet door de Amerikaanse overheid hetzelfde wordt behandeld als andere nutsvoorzieningen.

Met de netneutraliteit volgen de Amerikanen het voorbeeld van Nederland, dat een strikte vorm van netneutraliteit in 2011 opnam in de wet, als tweede land na Chili. Dat gebeurde toen naar aanleiding van een rel rondom KPN. Dat bedrijf wilde klanten extra geld vragen voor diensten als Skype. Ook de Europese Unie werkt momenteel aan nieuwe regels die open internet beter moeten garanderen.

De Amerikaanse Republikeinse partij is boos op Obama om de gang van zaken. Hij zou zich teveel hebben bemoeid met de onafhankelijke FCC.