Vier maanden Haagse ophef

Wilders, Asscher en een baby brachten Corinne Ellemeet (GroenLinks) even in de Kamer. Ze maakt indruk, maar weet niet of ze terugkomt.

Corinne Ellemeet voor het Kamergebouw. Foto David van Dam

Veel Tweede Kamerleden moeten er maanden op wachten, maar Corinne Ellemeet (GroenLinks) stond op haar allereerste werkdag meteen achter het spreekgestoelte in de plenaire zaal. Ze begon haar maidenspeech – over verpleeghuizen – met haar „persoonlijke missie” voor de vier maanden die zij invalt voor haar zwangere partijgenote Linda Voortman. Die opdracht aan haarzelf, zo vertelde ze in november, is „om niet te zwichten voor (...) de reflex van politiek Den Haag om zo snel mogelijk en zogenaamd zeer daadkrachtig” op elk incident te springen.

Meteen na haar „wervelende start”, zoals nestor Kees van der Staaij (SGP) die omschreef, voerde ze het woord in de behandeling van de zorgbegroting. Ellemeet maakte sindsdien indruk in debatten met staatssecretaris Martin van Rijn (Zorg, PvdA), over de chaos met persoonsgebonden budgetten (pgb’s), en over het herziene zorgplan van minister Edith Schippers (Zorg, VVD). Ze kreeg het aan de stok met staatssecretaris Fred Teeven (Asiel, VVD). En voor ze komende week vertrekt, presenteert ze een heel eigen beleidsplan voor de zorg.

„Ik krijg veel complimenten, van binnen en buiten de partij over wat ik gepresteerd heb. Dat is mooi, maar ik ben ook realistisch: ik heb gewoon mazzel gehad met wat er allemaal speelt”, zegt Ellemeet over haar tijd in het parlement – een wereld vol mores en trucjes die ze na vier maanden echt nog niet beheerst, zegt ze.

Maar is het haar ook gelukt om weg te blijven van die ‘Haagse reflex’? „Het is heel moeilijk om niet mee te gaan in de waan van de dag”, verzucht ze. „De politiek en de media hebben elkaar in een wurggreep van permanente overdrive. Er moet de hele tijd ophef zijn en daarop wordt dan weer politiek gemaakt”, zegt Ellemeet. „Het gevaar is dat er een soort adrenalineflow ontstaat waarin je maar op incidenten blijft reageren. En zo’n reactie is bijna altijd negatief. Het is het makkelijkst om overal afkeurend op te reageren.”

Verbazend collegiaal

Ook van haar wordt „door de communicatiemensen” continu verwacht dat ze het GroenLinks-geluid laat horen in het gekrakeel. „Natuurlijk heb ik ook snel moeten reageren, maar ik ben selectief geweest.” Eén individuele zaak waar ze zich in mengde, is die van de Afghaan Amiri, beschuldigd van oorlogsmisdaden en uitgezet. „Ik dacht meteen: daar moet ik wel op inspelen, want hij staat voor een grotere groep die zonder proces wordt uitgezet.”

Door mogelijk verzonnen aantijgingen van zijn familie jegens Nederland heeft nu niemand het meer over die groep. Ellemeet noemt dat „precies zo’n voorbeeld waarbij er door factoren waar je geen invloed op hebt een dynamiek ontstaat waardoor het niet over de kern gaat”.

Lang niet alles in politiek Den Haag is haar tegengevallen. Ze heeft zich positief verbaasd over het niveau van het debat en de collegialiteit tussen de 150 Kamerleden. Al gaat het er zeker tussen de woordvoerders op volksgezondheid „wel erg fanantiek en emotioneel aan toe”. Vooral in debat met „iron lady” Schippers, „die gewoon ongenaakbaar haar eigen plannen uitvoert zonder een suggestie van de Kamer over te nemen”. Maar ook bij Van Rijn, die wel openstaat voor alternatieven, maar als „technocratische systeemdenker soms te weinig oog heeft voor hoe beleid landt in de samenleving”.

Niet alle kennis voor de zorgvisie die Ellemeet komende week presenteert, heeft ze in een paar maanden opgedaan. Begin deze eeuw werkte ze onder – toen topambtenaar – Martin van Rijn op Volksgezondheid aan het zorgverzekeringsstelsel waar ze nu tegen ageert. Zitten daar misschien weeffouten in? Ellemeet reageert als een volleerd politica. Volgens haar is de balans tussen verzekeraars, patiënten en artsen verstoord, en heeft dat te maken met „de politieke invulling” ervan. „Het stelsel heeft veel potentie.”

Jonkvrouw Corinne de Jonge van Ellemeet (38) is met haar diadeem en sjaal een bijzondere verschijning binnen GroenLinks. Ze groeide op in Wassenaar en komt inderdaad „niet uit een links nest”. Ze sloot zich in haar studententijd aan bij de partij, met Femke Halsema als haar voorbeeld. „Ik ben meer van de liberale kant van de partij. Ik zie Alexander Pechtold ook naar mij kijken alsof ik eigenlijk bij hem hoor”, zegt ze lachend.

Duwtje

Het was overigens een PvdA’er die haar ooit een eerste duwtje naar de politiek gaf. Toen ze bij de gemeente Amsterdam werkte, suggereerde haar baas, wethouder Lodewijk Asscher, al eens dat ze misschien ‘de politiek in’ moest. Ze viel hem op, zegt minister Asscher nu, „omdat ze heel inhoudelijk is, maar ook met charisma”.

Tot een paar jaar geleden strekte haar politieke ambitie echter niet verder dan het voorzitterschap van de afdeling Abcoude. Tot Geert Wilders aan de macht kwam. „De gedoogconstructie met de PVV was de directe aanleiding om me als kandidaat-Kamerlid te melden. Ik vond dat zó erg dat ik dacht: je kunt wel aan de kant blijven staan, maar je kunt ook zelf iets doen.”

Ze kwam tot haar eigen verbazing zonder ervaring als nummer 9 op de lijst. Maar GroenLinks kwam in 2012 niet verder dan vier zetels. Omdat kandidaten boven haar bedankten en de duurzaamheidsorganisatie waar ze directeur is wilde meewerken, mocht zij voor Voortman invallen. Haar jongste zoon van zes vond het eerst maar niks dat hij zijn moeder vaker moest missen, maar hij en zijn broertje van acht vinden het nu het hartstikke stoer om haar op televisie te zien.

Ellemeet is zich er bewust van dat je „als Kamerlid in de spotlights ook heel kwetsbaar bent”. Mede daarom heeft ze nog niet besloten of ze bij volgende verkiezingen ‘voor het echie’ in het parlement wil. Maar het enthousiasme waarmee ze over haar Kamerwerk vertelt, verraadt haar. Vol trots memoreert ze moties die zijn aangenomen, gesprekken met mensen uit de zorg en de samenwerking met collega’s van andere partijen. „Ik weet niet of het komt door de politieke versplintering, maar iedereen heeft elkaar steeds meer nodig. Ook onze vier zetels zijn belangrijk.”

Met Wilders zelf had ze niet te maken, wel met zijn partijgenoten. „Natuurlijk kan ik een normaal gesprek met hen voeren, het zijn gewone mensen. Maar als ik dan weer zie hoe dat blok voor allerlei eigen discriminerende moties stemt, weet ik weer waarom ik hier ben.”