Veel vaste klanten en tasjes over de hele wereld

Foto Bram Budel

‘Waarom ik het boekenvak zo leuk vind? Ik vind het een beschaafd vak. Mensen gunnen elkaar het licht in de ogen.” In dat vak zit hij al meer dan twintig jaar, Ton Schimmelpennink (1944), met de boekhandel die al even lang zijn naam draagt. De winkel, aan de Weteringschans op steenworp afstand van de Heineken Brouwerij,nam hij indertijd over van een andere boekhandelaar. „Die zaak was feitelijk failliet.”

Schimmelpennink nam de winkel over voor zo’n 130.000 gulden, dat hij eind jaren ’80 had overgehouden van zijn organisatiebureau, dat zich had vertild aan de ontwikkeling van een boordcomputer voor vrachtauto’s. „Dat was toen een revolutionair idee. We hadden er acht mensen aan werken, maar we kregen de ‘bugs’ er niet uit. Om een faillissement te voorkomen hebben we het concept met al het personeel verkocht aan Hoogovens Automations. Hoe het met dat project verder is gegaan weet ik niet.”

Fulltime in zijn winkel kon Schimmelpennink pas na twee jaar. In de beginjaren was de omzet van de boekhandel nog te laag en werkte hij ernaast. Inmiddels gaat het zijn boekhandel, ondanks de crisis in het boekenvak, wegvallende boekhandels en verminderde boekenomzet, goed. Al jaren verkoopt hij gemiddeld 10.000 boeken, ook in 2014. De omzet is stabiel en bedraagt om en nabij 150.000 euro; 95 procent komt voort uit de verkoop van boeken, de rest wordt verdiend met de verkoop van kranten en ansichtkaarten.

„Er woont hier veel leesvolk in de buurt”, zegt Schimmelpennink, doelend op zijn vele vaste klanten. Toeristen weten de winkel mondjesmaat te vinden. Geregeld trekt Schimmelpennink bezoekers uit alle hoeken van Nederland. Bovenmatig veel in 2011, toen zijn boekwinkel dankzij het hoge aantal literaire klassiekers in zijn kasten, door de Boekenredactie van deze krant werd verkozen tot beste boekhandel van Nederland: „Mensen kwamen vanuit het Rijksmuseum direct door naar mij. Het leek hier wel een bedevaartsoord.”

Schimmelpennink heeft actuele titels, kinderboeken en poëzie. En veel specialistische titels. Zoals de boeken uit het fonds van Van Oorschot, bekend van hun gerenommeerde Russische Bibliotheek. Van de Perpetuareeks, een reeks met de honderd beste boeken uit de wereldliteratuur die sinds 2007 wordt uitgegeven door uitgeverij Athenaeum Polak & Van Gennep, heeft Schimmelpennink alle beschikbare delen in de kast staan.

Het is een hoogwaardig assortiment en dat is een bewuste keuze, zegt Schimmelpennink: „We hebben vanaf het begin gekozen voor proza en poëzie. Daarbij letten we heel erg op het beste aanbod. We proberen de mooiste boeken uit de uitgeverscatalogi te plukken. Soms missen we wat. Maar als het iets bijzonders is, pikken we het vanzelf op via de media of onze klanten. Zorgen we ervoor dat het alsnog in onze winkel beschikbaar is.”

Schimmelpennink heeft ook een website, waarop regelmatig video’s verschijnen van klanten die poëzie voordragen. Of er verschijnt een editie van de rubriek Onze tasjes, met foto’ s van klanten die zich over de hele wereld laten fotograferen met een plastic tasje van de boekhandel (met daarop de tekst ‘Als af & toe de dag wat somber oogt is er altijd nog... Boekhandel Schimmelpennink’). „Dat project kwam tien jaar geleden toevallig van de grond, toen iemand ons een foto stuurde van onze tas voor de piramides in Egypte.”

Ook wordt op de website De Bode aangekondigd, een vierjaarlijkse uitgave met een oplage van 1.300, vol boekrecensies van klanten en een top-268 van de beste boeken die sinds 1994 zijn verschenen. „Dat kost best wel een boel moeite en geld”, zegt Schimmelpennink, „maar het houdt mensen bij de winkel betrokken.”

Collega’s van Schimmelpennink, zoals De Nieuwe Boekhandel in Amsterdam-Oost, hebben veel baat bij het gebruik van social media. Schimmelpennink gaat daar niet in mee: „Ja, ik heb een iPhone, een Apple en een website, maar met Facebook of Twitter wil ik niets te maken hebben.” Hij zegt zich te ergeren aan de „flinterdunheid van de digitale cultuur”: „Als iets vijfhonderd keer geretweet wordt, pikt de nationale media het op omdat het onderwerp zogenaamd leeft in de samenleving. Het heeft allemaal zo weinig worteltjes. Eigenlijk vind ik dat alles, nou ja, bijna alles, moet blijven zoals het is. Daar zou de wereld van opknappen.”