Syrië zet drie hulpverleners Verenigde Naties uit

Verwoeste gebouwen in Aleppo in het noorden van Syrië na een bombardement van het Syrische leger op een archieffoto van 27 februari 2014 Foto EPA/Ali Mustafa

De Syrische regering heeft drie hulpverleners van de Verenigde Naties het land uit gezet. Dat heeft een woordvoerder van de VN gezegd. Het gaat om twee medewerkers van hulporganisatie OCHA en eentje van Unicef.

Volgens de VN waren de drie hulpverleners, alledrie gevestigd in Aleppo, essentieel voor humanitaire hulp in het door oorlog verscheurde land. De overheid zou de twee OCHA-hulpverleners hebben weggestuurd vanwege hun contact met gewapende groeperingen in een poging hulpleveranties te regelen. Waarom de medewerker van Unicef tot persona non grata is verklaard is onbekend. De Syrische overheid is al vaker beschuldigd voor het tegenwerken van pogingen tot hulp van de VN en andere hulporganisaties. Syrië ontkent humanitaire hulp te blokkeren.

De timing van de uitzetting van de hulpverleners is frappant omdat VN-onderhandelaar Staffan de Mistura morgen in de Syrische hoofdstad Damascus arriveert om met de regering te praten over zijn voorstel de bombardementen op de noordelijke stad Aleppo voor zes weken te stoppen. Zo wil de VN juist hulp bieden aan de mensen in het belegerde gebied.

210.000 doden, 3,7 miljoen vluchtelingen

Nog altijd verkeren minstens 212.000 Syriërs in gevaar, aldus de VN. Sinds de burgeroorlog in 2011 uitbrak zijn er meer dan 210.000 mensen omgekomen bij gevechten tussen het regeringsleger van president Bashar Assad en verschillende oppositiegroepen. 3,7 miljoen mensen zijn op de vlucht geslagen, onder wie 1,5 miljoen naar Turkije.

Door de chaos in het land heeft ook Islamitische Staat (IS) kans gezien delen van het land te veroveren. De terreurbeweging heeft nu pakweg eenderde van het land in handen.