‘Slachtoffer van het zorgsysteem’

Simon B. (67) uit Schiebroek, die vastzit voor het veroorzaken van een explosie in zijn flat, verbleef lange tijd in een kliniek. Het beleid is daar: zo snel mogelijk weer naar huis.

De beschadigde flat. Patiënten „herstellen thuis sneller, zo is gebleken”, zegt GGZ Nederland. Foto Boaz Timmermans

B. herinnert zich niets van de explosie, op zondagmiddag 1 februari. Hij belandde met brandwonden in het Maasstad Ziekenhuis, werd drie dagen in coma gehouden en kreeg pas een week later iets mee van wat er was gebeurd. „Simon is zich rot geschrokken. Dit is het laatste wat hij wilde. Hij is zichtbaar onder de indruk en leeft enorm mee met de twaalf medebewoners die eveneens gewond raakten en iedereen wiens woning beschadigd raakte. Hij zou het liefst gaan helpen, maar dat gaat helaas niet”, verzucht zijn broer.

B. is vorige week overgebracht van het brandwondencentrum van het ziekenhuis naar de ziekenboeg van de Scheveningse gevangenis. Justitie verdenkt hem van opzet bij de gasexplosie, aldus zijn advocaat.

Door de explosie raakten 150 woningen zwaar beschadigd. De bewoners kregen elders onderdak. De meesten zijn inmiddels teruggekeerd maar bewoners van twaalf appartementen kunnen naar verwachting pas over een half jaar terug. Het vermoeden bestaat dat B. enkele uren voor de ontploffing het gas in de keuken opendraaide en dit vergat.

De gescheiden zestiger verbleef tot voor kort in een psychiatrische kliniek maar werd naar huis gestuurd vanuit het streven naar ‘ambulantisering’, waarbij langdurig verblijf in een instelling wordt vervangen door zorg thuis. Hij kreeg begeleiding, in welke vorm is niet bekend.

Iemand in zijn toestand alleen thuis laten is vragen om problemen volgens zijn omgeving. „Simon stond stijf van de medicijnen en wist van voren niet meer dat hij van achteren nog leefde.”

De ‘ambulantisering’ van patiënten zoals B. vloeit voort uit een akkoord dat minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) in 2012 sloot met ggz-instellingen en verzekeraars. Het moet het aantal bedden in de geestelijke gezondheidszorg van 30.000 terugbrengen naar 20.000 in 2020.

GGZ Nederland spreekt van een ‘win-winsituatie’ omdat het een besparing in de zorgkosten oplevert én in het belang is van de patiënten. „Die herstellen thuis sneller, zo is gebleken”, zegt woordvoerster Welmoed van Rijs. Ggz-instellingen bekijken volgens haar zorgvuldig of de patiënt ambulante behandeling aankan, en werken samen met gemeenten, wijkzorg en woningbouwverenigingen maar die worden niet bij alle patiënten betrokken. „Dat gebeurt alleen in uitzonderlijke gevallen want de privacy van de patiënt staat voorop.”

Woningbouwvereniging Havensteder, eigenaar van het flatgebouw waar de explosie plaatsvond, wist naar eigen zeggen niks van B.’s ambulante behandeling en evenmin van zijn geestesstoornis. „We hebben alle dossier uitgespit maar geen enkele aanwijzing gevonden. Klachten over overlast waren er evenmin”, zegt directeur Peter van Lieshout.

Volgens hem moet onderscheid gemaakt worden tussen patiënten die via zorginstellingen in huurwoningen terechtkomen voor ambulante zorg en patiënten zoals B. „Bij mensen uit de eerste groep maken instellingen met ons en de patiënt afspraken over begeleiding en toezicht. Zulke huurzorgovereenkomsten zijn er niet bij patiënten die zelfstandig een woning huren, zoals meneer in kwestie.”

Havensteder constateert de laatste tijd verhoudingsgewijs meer incidenten zoals dat met huurder B. Andere grote corporaties in Rotterdam zien dit ook, zegt Van Lieshout. „Het is te vroeg om van een trend te spreken, maar dit is wel een aandachtspunt.” Het risico op dit soort drama’s neemt volgens hem toe door de tendens om wonen en zorg te scheiden.

Dát er lessen getrokken moeten worden uit het drama staat volgens hem vast. Overleg met andere corporaties moet bepalen welke. „We hebben nu overeenkomsten met acht tot tien zorgpartijen. Misschien moeten we die uitbreiden met instellingen die cliënten buiten ons om huisvesten.”

B. werkte tot dertien jaar geleden als predikant, maar moest stoppen na de diagnose van zijn bipolaire stoornis. Zijn ziekte dwong hem in 2012 ook te vertrekken bij de Maascantorij, het koor waarin hij tien jaar zong met zijn basstem en dat hem leerde kennen als een prettige, lieve man.

Simon B. komt uit een domineesgezin. Na zijn theologiestudie werd hij predikant in Friesland. Zijn echtgenote en hij verloren er hun eerste kind door wiegendood. Het stel verhuisde eind jaren 80 naar Overijssel, waar het elf jaar zou blijven alvorens te verkassen naar Rotterdam. Volgens een collega uit die tijd kampte B. toen al met depressies waardoor hij af en toe met ziekteverlof ging. „Ik had de indruk dat hij altijd opbokste tegen zijn dominante vader en zich wilde bewijzen.” De collega-predikant vond het moeilijk samenwerken met B.. „Simon kon heel onverwacht reageren zonder te weten waardoor hij getriggerd werd.”