Rot op, snauwt de Hongaarse agent

Tienduizenden asielzoekers komen via de Balkan in het arme, ongastvrije land van de rechtse premier Orbán.

Kosovaren steken begin deze maand de Hongaarse grens over: schoenen met gaten, wonden op de benen, baby’s slaan paars uit door de vrieskou. Foto’s Laszlo Balogh/Reuters

Midden in de nacht kwamen ze de Hongaarse grens over gewandeld. „Bij het eerste dorp gingen alle honden blaffen”, vertelt Kilam. „Vijftien vluchtelingen in vuile kleren, dat ruiken ze. Al gauw was iedereen wakker en kwam de politie.” De 28-jarige Eritreeër had zijn zinnen op Italië gezet. Maar na een lange tocht uit Oost-Afrika, langs Turkije, Griekenland, Macedonië en Servië, was hij het zat. „Ik wil asiel”, zei hij tegen de agenten die hem oppakten.

Kilam, die vanwege zijn vluchtelingenstatus niet met zijn volledige naam in de krant wil, behoort tot het snelgroeiende aantal vluchtelingen dat de EU binnenkomt via de grens tussen Servië en Hongarije. Het aantal asielaanvragen in Hongarije steeg van 2.157 in 2012 naar 42.777 vorig jaar – en blijft stijgen. In de eerste zes weken van dit jaar ging het om 23.000 mensen. De stijging is zowel een gevolg van de populariteit van de zogenoemde Balkanroute onder vluchtelingen uit onder meer Syrië en Afghanistan als van een exodus die op gang is gekomen uit Kosovo.

Schoenen met gaten, wonden op de benen, baby’s die paars uitslaan door de vrieskou. Anita Zádori en haar collega’s van een snackproducent in grensdorp Mórahalom, bespreken in hun middagpauze de toestand van de vluchtelingen die ze vaak aantreffen. „Ze maken vuurtjes in de bossen”, zegt Zádori. Het gebied vol kreupelhout, tussen de bomen en velden kun je ongezien de grens oversteken.

In theorie stopt hun odyssee hier. Hongarije moet de vluchtelingen ontvangen en vingerafdrukken afnemen die in een Europese databank belanden. De Europese afspraken – vastgelegd in de Dublinverordening – vereisen dat het land van registratie ook de asielprocedure afhandelt.

De praktijk is anders. Velen verbergen zich tussen de bomen of in verlaten gebouwen. „Sommigen roepen ‘kein Polizei’ als je ze opmerkt”, verklaart Zádori. Wie niet wordt gesnapt, kan zonder vingerafdruk verder naar West-Europa. Maar ook wie wel in het systeem belandt, verlaat vaak het armere en ongastvrije Hongarije. Eritreeër Kilam vertrok, eenmaal op krachten gekomen, naar Spanje. Daarna kwamen Frankrijk en België, vertelt hij in een café in Boedapest. In Duitsland stuurde de rechter hem terug op grond van de Dublinregels. „Sommigen verbranden hun vingertoppen en proberen dan een aanvraag in te dienen in een ander land”, zegt Amy Rodgers, van Migszol, een organisatie van vluchtelingen en inwoners van Hongarije. „Mensen vertellen dat ze liever elders illegaal wonen dan hier legaal verblijven.”

Opgerot

„Hou je bek”, snauwt een agent aan de poort van een politiekazerne in Szeged, twintig kilometer verderop, tegen een vader met een roze Hello Kitty-rugzak en zijn gezin. Op de drassige binnenplaats achter hen worden de aan de grens opgepakte vluchtelingen verzameld in witte containers. Van hieruit moeten ze naar een asielzoekerscentrum, waar ze verblijven terwijl hun zaak wordt behandeld, maar het gezin lijkt niet te weten hoe. „Oprotten!”, zegt de agent met een handgebaar. Beduusd wandelen ze in de richting van het station, groepjes andere vluchtelingen in hun kielzog.

Maar het kan nog een stuk onaangenamer: bijna vijfduizend vluchtelingen, onder wie gezinnen, kregen vorig jaar geen treinkaartje naar een open asielzoekerscentrum, maar belandden in een asielgevangenis. De grootste groep zijn Kosovaren, die nagenoeg geen kans maken op een status als politieke vluchteling.

Geen doelwitland

Premier Viktor Orbán opperde al de uitbreiding van detentiepraktijken voor wie illegaal het land binnenkomt, bij wijze van ontmoediging. Als Oostenrijk en Duitsland hun immigratievoorschriften strenger maken en „wij geen wetten hebben om deze mensen meteen aan te houden en terug naar huis te sturen, wordt Hongarije een vluchtelingenkamp”, waarschuwde Orbán, die op rechts concurrentie ondervindt van de fascistoïde Jobbik-partij. Een soortgelijk beleid leverde Hongarije eerder problemen op met de EU en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Na een recente bijeenkomst van Europese regeringsleiders zei Orbán: „We hebben hen gevraagd te aanvaarden dat Hongarije niet bereid is een doelwitland worden voor immigranten.”

Een verzoek van deze krant om een asielgevangenis te bezoeken werd afgewezen door de immigratiedienst. Het Hongaarse Helsinkicomité (HHC), een ngo die rechtsbijstand verleent in samenwerking met UNHCR, mag wel binnen. HHC-juriste Júliá Iván: „Prikkeldraad en tralies overal: de omstandigheden zijn absoluut ongeschikt voor kinderen. Van volwassenen krijgen we meldingen van racisme en mishandeling door de bewakers. Maar in negen van de tien gevallen laten mensen hun zaak vallen uit angst nog meer klappen te krijgen. En anders is het hun woord tegen dat van een bewaker, die zegt dat ze over het bed gestruikeld zijn.” Medische zorg wordt er vaak beperkt tot noodgevallen, volgens het HHC.

Aan het eind van de procedure wacht de meeste asielzoekers een teleurstelling: vorig jaar werden slechts 503 van de 42.777 aanvragen goedgekeurd. Volgens directeur Árpád Szép van de immigratiedienst komt dat vooral doordat iedereen weggaat. „In 80 percent van de gevallen is er geen reguliere beslissing. Van de andere 8.000 à 9.000 zaken komen er veel uit Kosovo.”

Maar volgens Iván laat ook de procedure te wensen over. Of je het haalt, hangt vaak sterk af van de ambtenaar die de beslissing neemt, zegt ze. „En de officiële rechtsbijstand levert niet voldoende juristen die iets weten van migratie- of asielrecht.” Ook de vertaling is vaak belabberd. „In sommige zaken betwijfelde ik of de vertaler überhaupt Hongaars kende.”

Wie toch een vluchtelingenstatus krijgt, zoals Kilam, belandt niet in een idylle. „Bazdmeg”, sodemieter op, vloekt hij regelmatig in het Hongaars wanneer hij over zijn toestand praat. Na een tijd kamperen bij vrienden en administratieve problemen vond hij een ongemeubileerde flat voor omgerekend 210 euro per maand. Dat is ruim tweederde van de uitkering van 300 euro die een erkende vluchteling de eerste zes maanden ontvangt. Wie geld verdient door te werken, wordt gekort op zijn uitkering. Anderen hebben minder geluk dan Kilam en worden dakloos, rapporteert Migszol.

Toch worden ze voorbereid op het Hongaarse leven in een integratiecentrum in Bicske, een stadje bij Boedapest. Van echte integratie lijkt weinig sprake. Het met beton en prikkeldraad afgeschermde kamp ligt aan de rand van de stad, tussen de snelweg en enkele winkelcentra. De vluchtelingen wandelen vooral veel heen en weer tussen hun barakken en de dichtstbijzijnde supermarkt. Daar maken ze gebruik van de gratis wifi en gokken ze op voetbaluitslagen, hopend op een extra zakcentje.

De situatie is hier beter dan in Griekenland, zegt Sahed Mohsin (23) uit Birma, zittend op een bankje. „Daar meppen ze vluchtelingen in elkaar.” Diverse EU-landen, waaronder Nederland, sturen geen asielzoekers meer naar dat land terug. Maar, zegt Mohsin, „de taal is een probleem”. Ook taalles wordt niet door de overheid geregeld. Veel gunstige uitwisseling met de lokale bevolking is er niet. „Hun aanwezigheid zorgt voor lawaai en ze stelen”, zegt bloemenverkoper Barbara Kovács.

Jaarlijks opinieonderzoek van studiebureau Tarki suggereert dat veel Hongaren de harde houding van hun regering over vluchtelingen delen: 39 procent wil niet één asielzoeker toelaten. Van de groep die per geval wil beslissen, ziet 78 procent liever geen Arabieren komen en 60 procent evenmin de fictieve groep ‘Piresiërs’.

Bicske sluit buitenlandse nieuwkomers evenmin gauw in de armen, zegt Kovács: „Ik begrijp dat asiel belangrijk is. Maar Hongarije is niet klaar om immigranten banen te geven, we hebben niet eens werk voor Hongaren.”