Rijk worden? Koop geen kunstwerk

Foto ANP

Adam Lindemann heeft spijt. Nog niet zo lang geleden vertelde de verzamelaar uit New York dat het kopen van hedendaagse kunst een verstandige investering is. Hij schreef er zelfs een bestseller over, Contemporary Collecting (2006), en dook op als autoriteit in kranten om uit te leggen: wie zijn geld wil laten renderen, kan gerust kunst kopen.

Maar Lindemann heeft zich bedacht. De centrale these uit zijn boek noemt hij nu “de grootste leugen van de kunstwereld”. Waarom deze change of heart?

1. Er zit geen logica in de markt

Er worden mooie winsten gemaakt met kunstverkopen. Maar voor een solide beleggingsstrategie is het simpelweg te onvoorspelbaar welke kunstenaars de lucht in schieten en welke niet. Een kunstenaar als Jeff Koons kan het ene moment een werk verkopen voor ruim 20 miljoen, en kort daarna geen enkele koper vinden. Lindemann:

“De markt is volledig afhankelijk van modegrillen: fads and fashions.”

2. De statistieken zijn misleidend

Maar hoe is het dan mogelijk dat kunstadviseurs pronken met grafieken die een steile stijgende lijn laten zien?

Omdat kunst die geen koper vindt, niet in de statistieken belandt. Een leek denkt dat een index met bijvoorbeeld de 200 best verkochte kunstenaars altijd om dezelfde kunstenaars gaat, zodat hun prijzen zich over tijd laten vergelijken. Net als bij een index op een aandelenmarkt.

Maar adviseurs nemen telkens weer de best verkochte kunstenaars. Wie plotseling (en onverwacht) niet meer verkoopt, wordt niet meer opgenomen. Met andere woorden: iedereen ziet de aandelenkoers van een bedrijf instorten, maar kunstenaars die uit de mode raken, verdwijnen van de radar.

3. Vastgoed of aandelen leveren rendement, kunst niet

Superrijken zijn natuurlijk niet dom. Zij zien dit ook. Dus concentreren zij zich op nagenoeg onbetaalbare kunst, als een Gauguin, of een Warhol van 65,5 miljoen euro. Het risico dat deze kunstenaars uit de gratie raken, is verwaarloosbaar.

Maar het rendement zal de komende jaren niet hoog zijn, maximaal drie procent per jaar, weinig meer dan een spaarrekening uitkeert en veel te weinig voor een serieuze belegger. Lindemann:

“Het is beter te erkennen dat we kunst kopen om andere redenen dan om geld te verdienen.”

Journalist Melanie Gerlis vergeleek vorig jaar kunstinvesteringen met andere beleggingen en zag, na uitgebreid onderzoek, hoe een vergelijking met vastgoed en aandelen uitvalt in het nadeel van kunst.

Onder meer omdat het bezit van kunst niets oplevert. Aandelen leveren dividend, huizen brengen huur op, opgekochte bedrijven maken winst. Maar kunst is vooral duur om te verzekeren en te beveiligen. Bovendien kent de kunstmarkt hoge ‘transactiekosten’; kopen en verkopen is duur, met hoge percentages voor veilinghuis of handelaar.

4. De markt is niet transparant

Verder is er weinig marktinformatie om op te koersen, omdat zoveel in het geheim gaat. De kunstmarkt is aan weinig regels onderworpen. Toen Gerlis een professionele investeerder eens over alle risico’s van het beleggen in kunst vertelde, concludeerde die dat tegenover zoveel onzekerheid tenminste een jaarrendement 50 procent moet staan.

50 procent. Dat komt voor. Maar alleen met die zeldzame kunstenaar die opeens doorbreekt, van niks naar alles. Met gevestigde kunst waar superrijken van houden is dat lastig. Neem Jeff Koons: 50 procent rendement betekent dat de oranje aap over 5 jaar 196,7 miljoen dollar opbrengt.

Dat lijkt onmogelijk. Maar ja, zoals Lindemann zegt: niets is onmogelijk op de kunstmarkt. Toch zegt nu ook hij: reken er niet op.