Protest tegen verramsjing van de geesteswetenschap

Bulkresearch, valorisatie, rendementsdenken. Bezetters UvA luiden ommezwaai naar excellentie in, aldus Willem Melching en Niek Pas.

illustratie nate beeler

Verrassend waren de bezettingen van Bungehuis en Maagdenhuis. De eisen van bezetterscollectief ‘De Nieuwe Universiteit’ schoten alle kanten op: voor een democratische bestuursstructuur, autonomie, tegen rendementsdenken en marktwerking, tegen de tijdelijke contractcultuur. Toch slaagden de bezetters in het creëren van een politiek momentum. Net als de regenteske voorgangers uit de jaren zestig trapte het UvA-bestuur in de valkuil. Ze dreigde met een rechtsgang. Natuurlijk wel als eigentijdse vorm van repressieve tolerantie vergezeld van de neoliberale mantra „dat we er samen wel uit zouden komen”. Terwijl de bezetters zich niet lieten verleiden door deze holle beleidsretoriek groeide de solidariteit: 300 wetenschappers uit binnen- en buitenland ondersteunden het protest.

De geest blijft uit de fles. De protestacties zijn een verbreding van de onrust die in oktober aan de faculteit der geesteswetenschappen ontkiemde. Die stond plotseling fors in het rood. Een reorganisatie en bezuinigingsronde, aangekondigd als ‘Profiel 2016’, moesten het tij keren. Studierendement moest omhoog, gedwongen ontslagen werden niet uitgesloten, het aantal opleidingen en vakken teruggeschroefd. Dat deze reorganisatie neerkwam op het – zonder overleg – afschaffen van de klassieke faculteit zoals we die kennen, leek de bestuurders niet te deren. Blijkbaar zagen zij de verwoesting van een kerngezonde faculteit als krachtdadig bestuur. Protesten van staf, personeel en studenten maakten een einde aan deze strategie van de verschroeide aarde. Onder deze druk ging het plan van tafel en kwam een dialoog op gang. Maar dat de bestuurders hun kostbaarste goed – vertrouwen – hadden verkwanseld blijkt uit de bezettingen.

Dat een faculteit die volgens de eigen website financieel gezond is tegelijkertijd in het rood staat, is symbolisch voor de ondoorzichtigheid van het management in het onderwijs. Dit roept vragen op over de verhouding tussen onderwijs, onderzoek en de vastgoedportefeuille van de UvA, die steeds belangrijker is geworden. Maar de kwestie ligt breder: op welke pijlers leunen universiteiten eigenlijk: excellent onderwijs, fundamenteel en toegepast wetenschappelijk onderzoek of commerciële vastgoedstrategie?

Daarnaast richtte de onvrede zich op de lastige positie van geesteswetenschappen. Dominant in het wetenschappelijke klimaat is de cultuur van exacte wetenschappen. De norm is bulkonderzoek, Engelstalige publicaties en grootschalige projectaanvragen. Dit is een jas die kleurrijke academische confetti als Arabisch, Hebreeuws, Geschiedenis en Frans niet past. Geesteswetenschappen hebben het moeilijk in de huidige neoliberale tijdgeest van opschalen, valorisatie en rendementsdenken. Geesteswetenschappen zijn namelijk per definitie kleinschalig, ambachtelijk en talig. Daar zijn nu eenmaal kosten aan verbonden. Anders geformuleerd: Geesteswetenschappen zijn per definitie een andere tak van sport binnen de wetenschap.

De opstand in de UvA staat daarom niet langer op zichzelf maar wijst op een aantal zaken die alle universiteiten, en daarom de Nederlandse samenleving raken. In de kern gaat het om de vraag: “Hoeveel zijn wij als kenniseconomie bereid te betalen voor het in stand houden van de Geesteswetenschappen?” Willen we die verramsjen of willen we het behoud van vakmanschap en serieus onderzoek? Willen we écht dat er in Nederland geen mogelijkheid meer is om op masterniveau de talen van onze grootste handelspartners intensief te bestuderen? Willen we écht dat niemand meer de talen en culturen van Oost-Europa en het Midden-Oosten werkelijk doorgrondt? Willen we écht dat de eerstegraads leraren van de toekomst zelf nog nooit zelfstandig onderzoek hebben gedaan? Deze en andere vragen hebben de protesten aan de UvA op de politieke agenda gezet en gaan het lokale en het academische belang ver te boven. Het vraagstuk moet dan ook algemener worden geformuleerd: waar staat de universiteit tegenwoordig voor? Welke universiteit wil Nederland? Dit debat dienen wetenschap, politiek en samenleving veel krachtiger te voeren.