Op papier zijn ze beter beschermd

Bijna de hele Tweede Kamer steunt de wet tegen schijnconstructies. Worden Roemenen of Polen nu niet meer uitgebuit en verdwijnt oneerlijke concurrentie?

FNV-leden bij de Tweede Kamer, waar gisteren een petitie werd ingediend vóór een wet tegen schijnconstructies. Foto ANP/Bart Maat

Hoe tevreden kun je kijken als minister? In de Tweede Kamer kreeg Lodewijk Asscher (Sociale Zaken, PvdA) gisteravond van de ene na de andere partij te horen hoe geweldig zijn aanpak van schijnconstructies is. Zelfs de PVV wil misschien de wet steunen die een eind moet maken aan uitbuiting van vooral Oost-Europese werknemers, en aan de oneerlijke concurrentie waar vooral Nederlanders onder lijden.

Die wet komt er dus. Maar wat verandert er nu voor de Roemenen die bij de aanleg van een Nederlandse autoweg in een tentje slapen en in ruil voor dat ‘onderkomen’ het grootste deel van hun loon inleveren? Of een boete moeten betalen als ze te hard praten?

Niet veel, denkt Johan Zwemmer, advocaat en docent arbeidsrecht aan de UvA. Hij noemt het wel „een echte revolutie in het arbeidsrecht” dat nu ook de directe opdrachtgever van jouw werkgever hoofdelijk aansprakelijk kan worden gesteld als je je loon niet krijgt – of als je te weinig krijgt.

Maar als je hogerop moet in de ‘keten’, omdat de werkgever en de directe opdrachtgever er niets van willen weten of een lege of buitenlandse bv tussen hen en de werknemers hebben gezet? „Dan wordt het opeens héél ingewikkeld voor die Pool of Roemeen die vaak niet meer verdient dat het minimumloon”, zegt Zwemmer. „Hij moet zich houden aan een hele reeks van strenge voorwaarden en termijnen voordat hij bij hogere opdrachtgevers kan aankloppen. Of voordat hij om zo’n lege bv heen kan. En hij moet ondertussen wel eten en drinken.”

‘Als werknemer heb je er niks aan’

Volgens betrokkenen had Asscher het in zijn wet juist makkelijker willen maken: in de keten van opdrachtgevers, aannemers en onderaannemers in bijvoorbeeld de bouw had hij de hoofdopdrachtgever verantwoordelijk willen maken voor fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden voor iedereen die aan een klus werkt. Maar de VVD verzette zich daartegen en de lobby van werkgeversvereniging VNO-NCW was fel. Welk bedrijf wilde zich nog in Nederland vestigen, of er blijven, als je zo’n groot risico liep op aansprakelijkheid door gedrag van onderaannemers?

Het compromis: een uitgebuite werknemer kan niet zomaar, en alleen stapje voor stapje, de bazen boven zijn eigen baas en opdrachtgever aansprakelijk stellen. Zwemmer: „Dan leg je wel heel veel op het bordje van de werknemer zelf: een zwakke sociaal-economische partij op de arbeidsmarkt die zelf zijn gelijk moet halen.”

En waarom zou een werkgever, of een directe collega van die werkgever, jou (weer) laten werken als je zo moeilijk doet? „Als werknemer heb je dus betrekkelijk weinig aan deze wet. Tenzij je een vakbond achter je hebt staan die je helpt.”

De vakbonden zijn vóór de wet. Hun hulp in zulke situaties wordt er belangrijker door. „Maar als buitenlandse werknemers die bescherming niet krijgen, prijs je jezelf als Nederlandse werknemer uit de markt. Dat zijn allemaal neveneffecten.”

Zwemmer ziet nog een ander risico: als werkgevers zich door de wet toch onder druk gezet voelen, zullen ze er nog vaker dan nu voor kiezen om schijnzelfstandigen het werk te laten doen. Want die vallen níét onder de nieuwe wet.

In de Tweede Kamer zijn zulke zorgen er ook, ondanks de lof voor Asscher. Een flink aantal partijen wil dat de Arbeidsinspectie meer mensen krijgt voor extra controles. Er zou ook haast gemaakt moeten worden met een wet tegen schijnzelfstandigheid, die er al een tijdlang aan zit te komen.

Kat en muis

Tweede Kamerlid John Kerstens (PvdA) verwacht dat de vakbonden er veel werk van gaan maken om uitbuiting te ontdekken en werknemers te helpen. En dat ze zeker ook zullen opkomen voor buitenlandse werknemers. „Ook omdat dat in het belang is van de Nederlanders. Want anders worden die te duur.”

Van de oppositiepartijen was de SP het meest kritisch. „De trap moet van bovenaf worden schoongemaakt”, zei Kamerlid Paul Ulenbelt: begin bij de hoofdverantwoordelijke. GroenLinks-fractievoorzitter Bram van Ojik was enthousiast vóór de wet. Hij waarschuwde wel voor een ‘kat-en-muis-spel’: werkgevers zullen nieuwe constructies bedenken om aan de wet te ontkomen. Hij heeft ook twijfels over „de grote jongens aan de top”: energiebedrijven en zelfs Rijkswaterstaat die werk laten uitvoeren op een manier die „negentiende-eeuws” is.

In de pauze zei Van Ojik: „Maar ik denk ook: we maken nu een begin, we stellen de norm. Dat geeft je een breekijzer om er een schepje bovenop te doen als het niet genoeg is.”

Asscher zelf zei in de Tweede Kamer dat hij een fijne avond beleefde: volgens hem komt de ‘fatsoenlijke arbeidsmarkt’ die als minister zijn droom is, dichterbij. Hij benadrukte dat veel problemen onderaan de keten zitten, waar werkgevers nu dus hard aangepakt kunnen worden. Hij zei ook: „Het kwaad is banaal. Mensen die kwaad willen, zullen daar nu niet meteen mee ophouden. Echte criminelen houd je hiermee niet tegen.”

De wet kan volgens hem wel effect hebben bij werkgevers die tot nu toe ‘wegkijken’: „Bij wie de geest gewillig is, maar het vlees zwak: als je het werk goedkoper gedaan kan krijgen, dan doe je dat. Omdat de ander het ook doet. Die mensen willen we hiermee bereiken.”