Op bezoek bij ‘intelligente duivel’ Assad

Vier Franse parlementariërs waren in Damascus om te praten over IS. Ze ontmoetten er een delegatie Amerikanen.

Heeft het Westen de geïsoleerde Syrische leider Bashar al-Assad nodig in de strijd tegen terrorisme? Een viertal Franse parlementariërs denkt van wel en bezocht de afgelopen dagen de Syrische hoofdstad Damascus. Hoewel het officieel om een ‘privébezoek’ ging, waar het ministerie van Buitenlandse Zaken niets mee te maken zegt te hebben, werden zij met alle egards ontvangen.

De vier, onder wie een lid van de regerende Parti Socialiste (PS) van president Hollande, bezochten een ziekenhuis met oorlogsgewonden, hadden een ontmoeting met de minister van Buitenlandse Zaken en dineerden met de grootmoefti van het land. Maar hoogtepunt van de trip was een gesprek woensdag met president Assad.

De beelden van de ontmoeting werden breed uitgemeten op de Syrische televisie en gepresenteerd als een teken van ontdooiing van de diplomatieke betrekkingen. Het bezoek kwam Assad goed uit: hij is bezig met een charmeoffensief in een poging uit zijn isolement te komen. De afgelopen tijd gaf hij het ene interview na het andere, onder meer aan Paris Match, Foreign Affairs en de BBC, waarin hij zichzelf presenteert als een betrouwbare partner in de strijd tegen terreur.

Daar is het Westen niet ongevoelig voor. Assad was lange tijd onaanraakbaar door zijn brute optreden tegen opposanten en de inzet van gifgas. Maar sinds de opmars van de Islamitische Staat (IS) en de dreiging van terugkerende Europese jihadisten, wordt hij steeds meer gezien als onmisbaar bij de aanpak van terrorisme. Vorig jaar spraken enkele Europese inlichtingendiensten al met het regime.

„Het is belangrijk voor ons om vanaf deze kant de realiteit te zien en te kijken of verandering mogelijk is”, zei PS-afgevaardigde Gérard Bapt tegen het Franse tv-journaal, dat was meegereisd. Het ging volgens hem om een „verkennende reis om de weg naar begrip en vrede terug te vinden”.

„Het is onmogelijk terrorisme in Frankrijk aan te pakken zonder te informeren naar de situatie in het Midden-Oosten, in het bijzonder in Syrië”, aldus François Zocchetto van de centristische UDI. Jacques Myard van de centrum-rechtse UMP zei „niets te willen vergeven”, maar: „Ik discussieer graag met de duivel, want hij is intelligent.” Zocchetto: „We zijn hier in het belang van Frankrijk.”

Dat zagen president François Hollande en premier Manuel Valls anders. Hollande „veroordeelde” het bezoek „van Franse parlementariërs, die alleen door zichzelf zijn gemandateerd, met een dictator die een van de ergste burgeroorlogen van de laatste jaren heeft losgemaakt”. Valls noemde het een „morele fout” om „een slager” als Assad te ontmoeten.

Frankrijk heeft sinds 2012 geen diplomatieke banden meer met Syrië. Als eerste westerse land erkende het de Syrische oppositiecoalitie als ‘enige wettige vertegenwoordiger van het Syrische volk’ en in 2013 stond het land nog op het punt Damascus te bombarderen. Maar dat was voordat IS eenderde van Syrië veroverde en vooral voordat honderden jonge Franse moslims zich aansloten bij de strijd.

Vorig jaar onthulde Le Monde al dat de Franse inlichtingendiensten toenadering hadden gezocht tot hun Syrische collega’s om informatie uit te wisselen over IS en Franse jihadgangers. Syrië was gaarne bereid mee te werken, maar stelde een voor de Franse regering onacceptabele eis: heropening van de ambassade en, dus, herstel van de diplomatieke contacten.

Volgens Valls waren de Franse autoriteiten niet van het bezoek op de hoogte. Maar dat is niet waar. De reis van de leden van de ‘Syrisch-Franse vriendschapsgroep’ in het parlement was al twee weken geleden aangekondigd. En volgens Libération zou parlementariër Bapt de regering ook rechtstreeks hebben geïnformeerd. Als enige PS-lid van de delegatie zou hij het advies hebben gekregen wél te gaan, maar niet bij Assad aan te schuiven. Het advies heeft hij opgevolgd.

Dat Assad onontbeerlijk is bij de aanpak van IS, lijkt een steeds breder levende opvatting. Niettemin was de verbazing groot toen de parlementariërs en de tv-ploeg nog een andere westerse delegatie troffen. Het ging om een groep Amerikanen onder aanvoering van Ramsey Clark, eindjaren 60 onder president Lyndon Johnson minister van Justitie. Damascus is „the place to be”, zei hij. „De verslechtering van de situatie hier kan duurzaam de veiligheid in de wereld bedreigen.”