Onder het gegrom van De Boer overtreft Ajax zichzelf in Polen

In een stadion zonder fans bereikte Ajax overtuigend de achtste finales van de Europa League (0-3). Eindelijk.

Ajacied Arek Milik scoorde twee keer. Boven: doelman Jasper Cillessen. Foto’s Reuters, ANP

Geschreeuw vanuit de dug-out van Ajax:

„Concentratie, hé.”

„Die moet toch buitenspel staan.”

„Ga positiespel spelen.”

„Godsamme, hoe vaak moet ik het nu nog zeggen.”

Is getekend: Frank de Boer. Door de lege tribunes in het Poolse Legerstadion van Legia Warschau viel gisteravond niet alleen op basis van zijn lichaamshouding te concluderen dat hij een immer kritische voetbaltrainer is, maar ook vanwege zijn vinnige opmerkingen langs de lijn. Eén en al ergernis. Zucht na zucht.

Pas na de wedstrijd veroorloofde De Boer zich een glimlach. Ajax had immers overtuigend de achtste finales van de Europa League behaald, door met 3-0 te winnen van de regerend landskampioen van Polen. „Ik was zeer blij met het spel”, zei de trainer.

Natuurlijk, hij zou zichzelf niet zijn als hij niet refereerde aan slordigheden die hij zag. Maar in algemene zin had De Boer alle reden om fier te zijn op het resultaat. Ajax speelde een puik duel waarvan de tweede helft amper nog boeide dankzij eigen verdienste. Ajax leidde met 3-0 en zou voor het het eerst in vier jaar tijd weer een Europese knock-outronde overleven. Eindelijk.

Armoe troef

Onder leiding van De Boer blonk Ajax de voorbije jaren uit in de nationale titelrace, maar in Europa was het armoe troef. Sinds zijn aantreden in de winter van 2010 behaalde Ajax nooit de volgende ronde van de Champions League. Altijd werd de ploeg derde in de poule, waarna het instroomde in de tweede ronde van de Europa League. Daarin volgde de afgelopen drie jaar directe uitschakeling door achtereenvolgens Manchester United, Steaua Boekarest en Red Bull Salzburg.

Conclusie: wat goed genoeg was voor vier kampioenschappen in de eredivisie, bleek internationaal vaak onvoldoende. En dat is pijnlijk voor een club die viermaal de Europa Cup I heeft gewonnen.

In Polen waren de perspectieven gunstiger. Ajax had een thuisoverwinning op zak (1-0) en hoefde, voor zover dat nadelig kan zijn, niet te vrezen voor de aanwezigheid van het supporterslegioen van Legia.

De beruchte aanhangers waren gisteren niet welkom in het stadion, die van Ajax evenmin. De UEFA kwam tot deze straf, nadat Legia-fans zich eind november hadden misdragen in de uitwedstrijd tegen het Belgische Lokeren. Gevolg: twee duels zonder publiek en een boete van 105.000 euro.

Toch waren de Poolse fans vocaal alsnog aanwezig. Ongeveer tweeduizend van hen hadden zich verzameld op een plein naast het stadion, waar zij hun ploeg zo hard aanmoedigden dat het erbinnen over de tribunes galmde. „Fantastisch”, vond Frank de Boer. „En nog fantastischer dat ze na een 0-3 achterstand nog steeds aan het zingen waren. Dat geeft aan hoe ze hun club steunen.”

Veel effect sorteerde het niet. Legia was kansloos tegen een uitstekend Ajax dat na tien minuten met 1-0 voor kwam via de Poolse spits Arek Milik. Hoe durfde hij ‘hier’ twee keer te scoren, vroegen Poolse journalisten hem na afloop. Het antwoord deed er niet toe. Feit was dat de pas 21-jarige Milik opnieuw de grote man was bij Ajax.

Vandaag viert hij pas zijn 21e verjaardag. Toch heeft de Poolse spits al een veelbewogen leven achter de rug. Als zesjarige, opgroeiend zonder vader in het troosteloze industriestadje Tychy, rookte hij en jatte hij in winkels – zo bekende hij deze week tegenover een Poolse krant. Via vierdeklasser Rozwoj Katowice, de Poolse eersteklasser Gornik Zazbre en het Duitse Bayer Leverkusen, belandde hij bij Ajax. Gisteren scoorde hij twee keer. Vlak voor rust maakte hij de 0-3, nadat Joël Veltman de 0-2 voor Ajax had gemaakt.

Trainingspartij

Door de stilte in het stadion had de wedstrijd wat weg van een trainingspartij. Een gevoel dat nog eens werd versterkt toen Ajax met riante cijfers voor stond. Nonchalance sloop erin. Doelman Jasper Cillessen nam een terugspeelbal aan op de borst en hield de bal drie keer hoog op twee meter van zijn doel. „Dat was niet netjes”, zei Cillessen desgevraagd. „Ik had het niet moeten doen.”

Maar hij voelde zich goed. Net als de andere spelers op het veld, van wie Thulani Serero en de pas achttienjarige Riechedly Bazoer de uitblinkers waren. Zo veel rust aan de bal, in een duel waarin naast een premie van 350.000 euro veel eer op het spel stond voor Ajax. Misschien wel in het bijzonder voor Frank de Boer. Mopperend eiste hij „concentratie” toen zijn ploeg inkakte, maar al met al mocht hij trots zijn op de prestatie van het jongste team in de Europa League.