Nog even over die Oscars

Er stond zondag een enorme, stinkende olifant op het Oscarpodium. Een krampachtig, wit seniorenfeestje was het, schrijft Coen van Zwol.

The Awkward Oscars, las ik ergens. Goede typering voor het 87ste prijzengala. Er hing iets vreemds in de lucht, zondagnacht in het Dolby Theatre. Niet alleen door de lamme grappen die presentator Neil Patrick Harris zo stijfjes bracht. Niet alleen door het reptielengedrag van John Travolta, die ongewenst intiem was met Scarlett Johansson op de rode loper en later met Frozen-ster Idina Menzel.

Nee, er stond steeds die enorme, stinkende olifant op het podium: noem hem #OscarSoWhite. Een olifant die de ruim zesduizend inwoners van het blanke seniorendorp The Academy zo hard ontkende dat je je ogen niet van hem kon afhouden. Zodat champagnesocialist Sean Penn in de grote finale – beste film – zijn Mexicaanse vriend Alejandro Iñárritu toebeet: „Wie gaf deze eikel een werkvergunning?”

Geintje! Leuk voor achter de coulissen, niet met 100 miljoen kijkers. Maar een passende bekroning van een avond vol ras en politiek. Penn en presentator Harris wilden demonstreren dat Hollywood vooroordelen en politieke correctie zover voorbij is dat het oké is om een Mexicaan voor illegaal uit te maken en grapjes te maken over dikke, zwarte vrouwen of rare negernamen. Chiwetel Ejiofor! Stel je voor. Men schoot in een kramp van ontspannenheid als het ware, zodat dit niet het feest van de zelfbevestiging werd waarvoor Hollywood jaarlijks uitloopt, zich op de rode loper laat filmen, giftbags van 160.000 dollar, schouderklopjes en luchtkusjes in ontvangst neemt om daarna bijna vier uur lang te horen dat de hele wereld ze liefheeft en adoreert, dat ze een inspiratie zijn en het verschil maken.

Blanke politie

Deze jaargang was eerder een ontmaskering. Allemaal de schuld van de Martin Luther King-film Selma, het type kwaliteitsdrama dat normaliter een Oscarmagneet is. Het lijkt een collectieve inschattingsfout: de ruim zesduizend leden van de Academy streepten vermoedelijk onbewust American Sniper (te rechts) af tegen Selma (te links). Geen patriottisch vaandelgezwaai in het Dolby Theatre, ook geen agitatie tegen blanke politie. Want Martin Luther King versus een muur blanke agenten kan je zomaar zien als steunverklaring aan zwarte relschoppers in Ferguson.

Het was dus nogal schrikken toen de Selma-ploeg geen genoegen nam met de spiegeltjes en kraaltjes van een troost-Oscar voor beste song (‘Glory’) en The Academy als een blanke herenclub afschilderde. Dus zag je zondag de schadebeperking in de vijfde versnelling gaan. Het ene na het andere interraciale koppel reikte Oscars uit, Academy-president Cheryl Boone Isaacs zei belangrijke dingen over het vrije woord – en toonde haar zwarte gezicht – waarna de ‘best and the whitest’ in de zaal bijkans in katzwijm vielen bij ‘Glory’.

Het was te veel en te weinig: een kakofonie van valse noten. Zo tenenkrommend, krampachtig én onthullend was een Oscargala zelden.