Niet één middelbare school kiezen maar wel tien

8.000 kinderen kiezen dezer dagen een middelbare school in Amsterdam. Populaire scholen moesten vorig jaar 518 leerlingen uitloten. Nu is het systeem anders. „De pijn wordt beter verdeeld.”

Mirjam Remie Bram Budel

Foto Bram Budel

Vanavond is de Zuidas van kinderen. Het is de voorlichtingsavond van het Sint Nicolaaslyceum, en ze komen overal vandaan. Uit auto’s (een verkeersregelaar ontfermt zich erover), van fietsen, lopend, rennend, aan handen van ouders. Verwonderd gaan ze het imposante nieuwe gebouw in; vermoedelijk voor het eerst, mogelijk voor het laatst.

Achtstegroepers die naar een Amsterdamse middelbare school gaan hebben dit jaar voor het eerst te maken met een matching- in plaats van een lotingsysteem. Tien scholen mogen ze opgeven, in volgorde van voorkeur. Een computer plaatst zoveel mogelijk leerlingen op een zo hoog mogelijke school van het lijstje. Anders dan voorheen dus, toen leerlingen maar één school mochten opgeven, met het risico te worden uitgeloot.

En dat werden er elk jaar honderden: vorig jaar werden 518 kinderen uitgeloot, het jaar ervoor 402. Zij moesten op zoek naar een school waar wél plek was (niet de populaire). Het zorgde voor grote spanningen.

Het ‘matchen’ is een andere oplossing voor hetzelfde probleem: al jaren is de vraag naar scholen die als ‘goed’ te boek staan groter dan het aanbod.

Dat leerlingen nu verschillende scholen mogen opgeven, is zichtbaar op open dagen. Ze zijn veel drukker dan voorheen. Soms staan er rijen, het Hervormd Lyceum Zuid moest op last van de brandweer zelfs de deuren sluiten.

Wies Breed (11) bezoekt met haar ouders in totaal tien scholen, vertelt ze in de kantine van het Sint Nicolaaslyceum. In groep 7 bezocht ze er al drie. „Het nieuwe systeem vind ik wel slim, omdat je altijd op een school terechtkomt die je leuk vindt.”

Ook Fatima Maria, moeder van Adam (12), heeft vertrouwen. „Vorig jaar was je aan de goden overgeleverd als je kind was uitgeloot. Dan moest je naar een school waar nog plek was, en dat zijn nou niet de scholen waar je je kind op wil hebben. Nu heb je er nog een beetje invloed op.” In totaal bezoeken ze zeven scholen.

Scholen ‘waar je je kind op wilt hebben’, dat zijn scholen die als veilig of goed bekendstaan, of zich op een bepaalde manier profileren. „Het gaat erom dat de school kwaliteit heeft en niet a zegt, maar b doet”, zegt Steven Zevenbergen, vader van Jayrese (11). Moeder Kim Macintosh: „Hij moet zich er prettig voelen. Het is belangrijk dat de school bij het kind past.” Uitgeloot werd er de afgelopen jaren niet meer alleen op categoriale gymnasia, maar ook op vmbo- en havoscholen.

De pijn wordt gelijker verdeeld

Uitgangspunt van het nieuwe systeem, gebaseerd op een wiskundig algoritme, is dat „de pijn van de loting gelijkmatiger wordt verdeeld” en strategisch kiezen niet meer loont. Leerlingen krijgen voor elke school een lotingnummer, een computer plaatst ze tijdelijk bij hun eerste keuze. Zijn er op een school meer aanmeldingen dan plaatsen, dan wordt er geloot: wie een hoog nummer heeft, heeft geluk en wordt geplaatst. Net als de kinderen die voorrang hebben, bijvoorbeeld omdat een broer of zus al op de school zit. Uitgelote leerlingen worden tijdelijk bij de school van hun tweede keuze geplaatst, waar mogelijk opnieuw een loting plaatsvindt, waaraan ook de kinderen deelnemen die de school als eerste keuze hadden opgegeven. Enzovoorts. Uiteindelijk moeten alle achtduizend kinderen een plek hebben op een middelbare school. De hoop is dat het gros van de leerlingen bij hun top drie terechtkomt.

„Als dat inderdaad zo uitpakt, vinden wij dit systeem geslaagd”, zegt Kees Jongsma van de Stichting Vrije Schoolkeuze Amsterdam (SVSA), die al jaren kritisch is over het lotingssysteem. Maar het is afwachten. „Je houdt natuurlijk altijd wrijving als alle kinderen dezelfde scholen invullen.”

En er zijn nog veel vragen. „Het algoritme is niet helder”, zegt Frank Verhoef, vader van Vera (11). „Ik ben benieuwd hoe dit uitpakt.” Hij vindt dat woonplaats ook een rol zou moeten spelen bij de toewijzing. „Amsterdam heeft aantrekkingskracht op de gebieden daarbuiten, maar er zijn weinig kinderen uit Amsterdam die in Purmerend op school zitten.”

Eva Linthorst (12) en haar vader komen juist van ‘buiten’, uit Diemen. „Het matchingsysteem geldt alleen in Amsterdam”, zegt Michel Linthorst. „Eva twijfelt tussen het Vechtstede College in Weesp en het Fons Vitae in Oud-Zuid. Als we haar inschrijven in Amsterdam, zijn we te laat voor het Vechtstede, want die inschrijfperiode is eerder. En als ze wordt uitgeloot op het Fons Vitae, komt ze op haar vierde of vijfde keuze terecht. Wij hebben daar een beetje moeite mee.”

Ruilplatform

Ook op het online forum van de SVSA stellen ouders vragen. Bijvoorbeeld of er mag worden geruild. Zo zouden twee kinderen die allebei op nummer twee zijn geplaatst, toch op hun voorkeursschool kunnen komen. „We hebben het idee een soort ruilplatform aan te gaan bieden”, zegt Jongsma.

Kinderen kijken met bredere blik

Chrétien Gabriels maakt het nieuwe systeem ‘van twee kanten’ mee: als vader en als leraar van groep 8 van basisschool de Achthoek in Zeeburg. „Kinderen en ouders kijken met een bredere blik. Er is niet meer die tunnelvisie: dat ze per se die ene school willen.” Ander voordeel: „Ze kiezen niet meer voor een school omdat een vriendin erheen gaat.” „Frustrerend”, vindt hij het dat kinderen pas in juni horen naar welke school ze gaan, in plaats van in mei.

Is het nieuwe systeem rechtvaardiger? Het hangt ervan af hoe je kijkt, zegt Menno van de Koppel van de Onderwijs Consumenten Organisatie. „Bij loting krijgt ieder kind één lotnummer. Dat heeft iets onethisch.”  Maar bij matching, waarbij elk kind per school een nummer krijgt, komen waarschijnlijk minder kinderen op hun voorkeursschool terecht. En zijn er per saldo dus minder winnaars.

Ook Van de Koppel wacht, net als Gabriels en de SVSA, met spanning af wat de uitkomst wordt. „Het gaat hier om een groot ict-project. Daar hebben we over het algemeen geen goede ervaringen mee.”