‘Ik moord voor Amerika’

Reclamelui zijn niet vies van een stuntje. Toen commercialregisseur Lex Pieffers (1954) debuteerde met de roman Verliefd op Adolf (2007) – over vier vrouwen die verliefd werden op Hitler – verstuurde hij recensie-exemplaren naar krantenredacties, met een brief, een dvd en een honderd eurobiljet. Alleen de stunt leverde al publiciteit op.

Ook Pieffers’ tweede boek heeft een historisch gegeven: de moord op John F. Kennedy, op 22 november 1963 in Dallas. In een gesprek in het Vpro-radioprogramma Nooit meer slapen zei Pieffers vorige week dat de aanslag destijds een onuitwisbare op hem maakte. Niet vanwege de impact, maar omdat hij zijn vader voor het eerst zag huilen.

Is er een tweede aanslag waarop zoveel complottheorieën zijn losgelaten? Ook in Pittsburgh is Lee Harvey Oswald niet de enige dader. Het boek begint met een scherpschutter in een stoepput in Elm Street in Dallas. De man, Jake Troy Delaney, codenaam Pittsburgh, is een van de drie schutters die door een geheime overheidsdienst zijn ingezet om de president te vermoorden. Delaney heeft eerder overlopers en andere staatsvijanden geliquideerd. ‘Ik doe het voor Amerika!’, houdt hij zichzelf daarbij steeds voor.

Delaney lost het precisieschot dat Kennedy in het hoofd treft. Hij ontkomt, maar moet nogmaals op de vlucht, ditmaal voor zijn opdrachtgevers, die na Lee Harvey Oswald ook alle andere sporen weg willen poetsen.

Pittsburgh volgt Jake Troy Delaney op zijn vlucht. Hij meldt zich bij een krant om zijn aandeel in de moord uit de doeken te doen, bedenkt zich, maar wordt verliefd op de verslaggeefster die op de zaak-Kennedy is gezet.

Pieffers heeft zich zoveel mogelijk gehouden aan de bekende historische feiten en daar zijn fictieve hoofdpersoon ingeschoven. Dat resulteert in een plausibel complot, en ook in een onderhoudend verhaal met een verrassende ontknoping. Jammer alleen, dat de hoofdpersoon zo vlak blijft.