Hij voelde zich onveilig en alleen

Hans Ubachs, burgemeester van het Oost-Brabantse Laarbeek, is deze maand weggestuurd door de gemeenteraad. Dat gebeurt steeds vaker in Nederland. De lokale bestuurder moet toezien op de integriteit van wethouders en de gemeenteraad. Maar treedt hij hard op, dan zegt diezelfde raad: wegwezen.

Wie burgemeester is, staat alleen. Waar wethouders bij onenigheid of wrijving in het college kunnen terugvallen op de partij die hen heeft afgevaardigd, is een burgemeester op zichzelf teruggeworpen.

„Ik werd eenzaam”, vertelt ex-burgemeester Hans Ubachs van de Oost-Brabantse gemeente Laarbeek, die vier jaar geleden aantrad en vorige maand door de gemeenteraad werd weggestuurd. Ubachs: „Er zaten in het college twee wethouders van dezelfde partij van wie de één door mijn toedoen onder vuur lag vanwege een integriteitsprobleem. Een derde wethouder was de neef van een van die wethouders. Ik kon met hen niet praten. En ook niet met ambtenaren, want die mag je niet belasten met een loyaliteitsconflict.”

Er is onder burgemeesters sprake van „institutionele eenzaamheid”, aldus het rapport van een commissie die de conflicten in Laarbeek onderzocht. De commissie concludeerde dat Ubachs „heel onverstandig” heeft gehandeld, onder andere door de waarheid te verdraaien tegenover zijn wethouders. Maar Ubachs heeft ook moeten werken in een omgeving die als „intimiderend” en „onveilig” kon worden ervaren. Wim van de Donk, commissaris van de koning in Brabant, steunde Ubachs na diens ontslag en repte van „een diepgewortelde verziekte en Brabant onwaardige bestuurscultuur”.

De onderzoekers noemen de kwestie-Laarbeek „een illustratie van het feit dat de ‘hybridisering’ van het ambt zo langzamerhand haar grenzen aan het naderen is. De uiteenlopende eisen die aan burgemeesters worden gesteld zijn in de praktijk lastiger en lastiger te combineren. Diepgaande bezinning op het ambt is daarom aan te bevelen.”

Ubachs kan zich goed vinden in de conclusie. Eigenlijk, zegt hij, is de positie van de burgemeester „onhoudbaar aan het worden”. Het komt erop neer dat een burgemeester allerlei wettelijke bevoegdheden heeft gekregen, maar voor de uitvoering daarvan politiek afhankelijk is van een gemeenteraad. Een raad die elk moment kan zeggen: wegwezen.

Ubachs: „Het zou geweldig zijn als ik de enige was die in een onhoudbare positie terecht is gekomen. Maar er zijn er meer. Het aantal burgemeesters dat gedwongen opstapt, neemt toe. De positie van de burgemeester komt steeds verder onder druk te staan. Burgemeesters hebben bevoegdheden gekregen als het gaat om toezien op integriteit en handhaving. Maar als ze zich ferm opstellen, bijvoorbeeld door een café te sluiten, hebben ze daar veel last van. Het wordt je niet in dank afgenomen.”

Van een burgemeester wordt tegenwoordig van alles verwacht. „Je bent het schaap met de vijf poten. Je moet de vriendelijke burgervader zijn. Maar ook de handhaver. De verbinder. De netwerker. Onder normale omstandigheden is dat goed mogelijk. Maar je komt in moeilijke situaties terecht. Zo heb ik in Laarbeek raadsleden moeten aanspreken omdat ze zaken deden met de gemeente. Iets wat gewoon niet mag. Die raadsleden hebben een eigen zaak dus dat kost hun omzet. Maar diezelfde raadsleden gaan ook over jouw functioneren, en over jouw herbenoeming. Dat is dus moeilijk. Dat zou ertoe kunnen leiden dat burgemeesters gaan wegkijken. Wegkijken van situaties waarin burgemeesters geacht worden op te treden.”

De oplossing: lokale verkiezingen

Om de positie van de burgemeester te versterken pleit D66’er Ubachs voor de gekozen burgemeester. „Een burgemeester die wordt gekozen op een eigen programma. Een burgemeester die zelf zijn wethouders kiest, op basis van de meerderheid in de raad. De burgemeester die wordt gekozen door het volk en door dat volk na vier jaar op zijn beleid kan worden afgerekend. Niet door de politiek. De politiek zoekt vaak iets om bestuurders aan te pakken. Daar moeten we van weg blijven. De rol van de gemeenteraad blijft dan: kaders stellen, en controleren. Daarmee wordt een burgemeester werkelijk de baas van een gemeente, iets wat hij tegen het idee van veel mensen in op dit moment helemaal niet is.” En als Nederland zo’n krachtige burgemeester niet wenst? „Dan moet je het Franse systeem kiezen, met een ceremoniële burgemeester die de koninklijke onderscheidingen opspeldt en de lintjes doorknipt. Iemand die niet in het college zit.”

Ubachs kwam vier jaar geleden als beginnende burgemeester terecht in een bestaande „setting” die hem niet goed was gezind. Ubachs: „In Laarbeek was al sinds 1997 een partij aan de macht, waarbij één wethouder van die partij bijna al die jaren in het college zat. ”

Ubachs hield zijn mond niet

Ubachs zegt er de man niet naar te zijn om zijn mond te houden als hij onraad bespeurt. „Ik kwam er gaandeweg achter dat bepaalde zaken minder goed bespreekbaar waren. Als de wethouders een ambtelijk voorstel afstemmen om de agrarische grond van een broer van een wethouder niet te wijzigen in bouwgrond, dan is de vraag of je dat bij iedereen had gedaan. Ik vond dat dat niet kon. Als antwoord kreeg ik dat ik niet te integer moest willen zijn. Daar schrok ik van. Dat is niet mijn stijl. Vervolgens veranderden de verhoudingen. Dingen uit het college over mijn declaraties over dubbele woonlasten kwamen ineens in de publiciteit. Ik vroeg me af wie ik nog kon vertrouwen. De spanning liep op. Er was onveiligheid en intimidatie. In die situatie vlieg je uit de bocht. Had ik nooit moeten doen. Ik zat in de stress. Ik ging onderuit.”

Ubachs heeft zich inmiddels enigszins herpakt. Hij heeft drie maanden rust en wil straks weer solliciteren als burgemeester. „Het is een supervak. Ik wil weer aan de slag. Ik wil laten zien dat ik de burgemeester kan zijn die mensen graag zien.”